Ode aan het landschap
Terug naar het overzicht

Verhalen, gedichten en liedteksten

Verhalen, gedichten en liedteksten geïnspireerd op het thema "Ode aan het Oer-IJ landschap". Zoeken kan op auteur en/of titel.

Holland Landschap
Catherine Boone-2014 | Gepubliceerd: 27 februari 2021

Droom mee over azuur blauwe lucht

De zon met haar pure energie en stralen

Vloeiende vormen in een glooiend landschap

Heldere nachten waarin ik zachtjes in slaap val.

Luister naar de heerlijk heldere klanken

van een mooi rustig kabbelend beekje, rivier

waar vissen, waterdieren generaties lang leven

Hier staat de tijd stil, verlaten maar niet vergeten.

Een palet met verschillende tinten groen

Hier en daar enkele witte vlekken van vrolijk

geloei, geknor of geblaat van de boerderijdieren

Proef en ruik het vers gemaaid gras, andere planten.

Wilde bloemen kleuren straten en wegen

De perfecte harmonie tussen mens en natuur

bijgestaan door frisse wind, waaiend door het leven

Dat is Holland op z'n mooist, ben blij om je altijd te zien!


Het land
Pieter Dam | Gepubliceerd: 7 juli 2021

Het land,

Het water vloeit en vlied

Door waard en groene wied

Op zand en geul

En verloren meul

Het land in ‘t zicht

Huizen opgelicht

Staand op strekkend zand

Daar is het verborgen oerland


Waterweg aanpassen
Dorothé Rodenburg-Glorie | Gepubliceerd: 27 juli 2021

Waterweg

een torenvalk cirkelt zijn ronde

over het Binnenmeer

sloten kronkelen zich een weg

tot doodlopende prangen

grillig water splijt de beddingen,

verlegt de loop van het water

de boerenzwaluw lest zijn dorst

waterranonkels vechten tegen stuwend water

rietstengels buigen hun halmen in de wind

de natuur speelt een spel met zand

een snelle stroming beukt onstuimig

armen omhelzen de dijken

zompige voetstappen markeren de oever

ik snuif de geur van dit landschap

sluit mijn ogen voor zoveel schoonheid

en adem de stilte in


Dorothé Rodenburg-Glorie ©


polderluchten2
Dorothé Rodenburg-Glorie | Gepubliceerd: 27 juli 2021

er waait een wind door de polder

neemt geuren mee

 van gras en grazend vee

op de grasdijk een reiger

recht en statig

klieft de spiegel van het water

er waait een wind door de polder

verwachtend verlangen naar zomer

Dorothé Rodenburg-Glorie ©


polderluchten
Dorothé Rodenburg-Glorie | Gepubliceerd: 27 juli 2021

Polderluchten

er waait een wind door de polder

neemt geuren mee

 van gras en grazend vee

sproeikoppen vullen de aarde

riekende mest

boeket van buitenleven

uitgewaaierd hooi op de akker

wintervoer voor malende kiezen

een boer vecht tegen de tijd

arbeid verweven

met het ritme van de dag

er waait een wind door de polder

in de oogstmaand van de zomer

Dorothé Rodenburg-Glorie


Herfst haiku3
Dorothé Rodenburg-Glorie | Gepubliceerd: 27 juli 2021

Herfsttintelingen

Tuinpad van vroeger

duinen groen slingerend zicht

mistig achterland

een enkele spriet

verdringt de koude bosgrond

jong ontluikend groen

knisperend palet

natuur in scharlakenrood

een herfstmelodie

Dorothé Rodenburg-Glorie ©


knotwilg no2
Dorothé Rodenburg-Glorie | Gepubliceerd: 27 juli 2021

Knotwilg

sappen vloeien door lijf en nerven

in knoesten en knotten

langs weilanden en erven

armen strekken zich uit

voeten standvastig in moeders aarde

verstrengeld aan een kluit

doorgewinterde ringen

seizoenen vormen de groei

van nieuwe kringen

geen last van zure regen

kou en droogte deren niet

’t houten front nog onbeschreven

de boom, van stam tot kruin

een onneembare vesting langs de akker

natuurlijk palet van groen en bruin

Dorothé Rodenburg-Glorie©


zomerzon
Dorothé Rodenburg-Glorie | Gepubliceerd: 27 juli 2021

Zomerzon

In het landschap

 kronkelt het pad

naar de horizon

de groene greppel

verbergt het leven

de zon brandt

doet verlangen

 naar koelte

en het verstrijken

van de dag

in de verte

duikt de torenvalk

 scherpe klauwen

omvatten de prooi

een noodkreet

doorbreekt de stilte

Dorothé Rodenburg-Glorie ©


De Praam
Dorothé Rodenburg-Glorie | Gepubliceerd: 27 juli 2021

De praam glijdt

met het ritme van de kloet (#)

drijft over de Weijen Bus

voor de regen uit

geurend broeiend gras

van de made (*)

verdroogd aan de riek

mijt en schoven

gebonden in de zomerzon

uit de kapberg ontsnapt

het aroma van goudgeel hooi

rantsoen voor de winter

 

Dorothé Rodenburg-Glorie ©

(#) schippersboom

(*) Made = hooiland


Quo Vadis
Dorothé Rodenburg-Glorie | Gepubliceerd: 27 juli 2021

Quo Vadis

nevel verhult sloten en vaarten

verbergt het leven op het water

de noordenwind wakkert aan

in het open landschap

watermolens met zoevende wieken

spatten valschaduw op de boerderij

trots wappert de vlag op de bovenkruier,

vier gekleurde leeuwen wijzen de weg

een wit gevaarte doemt op in de mist

oogstrelend kraakhelder silhouet,

markering van een dorpsverbinding

de valbrug,

herlevende schoonheid

als Feniks uit zijn as verrezen

pedalen bewegen ritmisch op en neer

tillen de reiziger over het waterpeil

trappend tussen kettingen en schoren

de krakende val passerend

klassiek entree van Uitgeest

begroet de zwoegende fietser

met een glimlach

Dorothé Rodenburg-Glorie ©

Betekenis titel: “waar gaat gij heen?”

Oertijd
Truus Quax | Gepubliceerd: 5 augustus 2021

Het is zaterdag 24 juli. De dag buiten de tijd volgens de Majakalender.

Ik zit op een bankje in het duingebied buiten Castricum. Net in Castricum geweest en ik ga fietsend terug naar Beverwijk. Een mooi gebied en erg rustig. Ineens bedenk ik mij dat er hier veel gevochten is door diverse legers. En bij Castricum in de 18de eeuw. Ik weet niet wie tegen wie maar het was vechten van man tegen man. Met een geweer en op je buik in de modder. Het zal vast weer gerend hebben denk ik. Voorzichtig vooruit sluipend op zoek naar de vijand. Stel je voor dat ik hem hier tegen kom. Van de 18de naar de 21ste eeuw. Is maar 300 jaar maar tegenwoordig kan alles. Ik zie hem aan komen lopen, gekleed als een huzaar en is Engels en hij ziet mij en zijn mond valt open. Kan ik mij voorstellen. Zoals ik gekleed ben, een vrouw in een sportieve spijkerbroek en T-shirt, die kwam je toen niet tegen. Ik blijf zitten en glimlach want wat kun je anders doen. Ik maak een handgebaar van naast mij komen zitten op de bank. Ik geef hem een kopje water uit een fles wat ik altijd bij mij heb. Uit mijn rechterhoek zie ik nog een man aan komen sluipen. Ook gekleed als een soldaat uit die tijd, met geweer, maar ander uniform aan. Ook hij kijkt naar mij als naar een geest. En dan naar de huzaar en wacht. Hij zegt iets wat ik denk is Russisch en zowel de huzaar als ik maken een gebaar van, niet begrijpen. Leuk hoor, een Engelse en Russische soldaat en ik kan niet met ze praten. Ook hem geef ik een handgebaar van naast mij zitten en geef hem water. En dorst hebben ze want het is mooi warm weer. Met 2 mannen uit een andere tijd en op een bankje op een dag buiten de tijd is dit wel een bijzondere ervaring. Om de verwarring groter te maken komt er een boer aan wandelen met een koe. Dit was toen de doorgaande weg naar de markt in Beverwijk. Ja ook tijdens oorlogen gaan mensen naar de markt om hun koe te verkopen. En van het geld kunnen ze weer kleding en voedsel kopen.

De boer knikt naar mij en kijkt wantrouwend naar de twee huzaren. Besluit om met mij te praten ook al bekijkt hij mij van top tot teen. Ja mijn kleding hadden ze nog niet in die dagen. De boer is arm en sjofel gekleed. De koe werd niet voor niets verkocht.

Hij zegt in oud Nederlands dat hij naar de markt gaat om Greetje te verkopen. Ze had genoeg kalveren opgebracht en dan was het nu de tijd om te verkopen voordat ze niets meer waard was. ook de boer geef ik water. Wat hij dankbaar aanvaard. “Wilde gij soms melk?” Vraagt de boer. “Ja graag” zeg ik. De boer pakt een kom uit, op iets wat een tas lijkt. Het is een doek wat op een schouder is samengeknoopt. En daarin zitten wat spulletjes voor onderweg. Hij gaat op één knie en melkt het kommetje vol melk. Van onder de koe.

Hij geeft het aan mij. O, wat ruikt dit lekker. Meteen komt er een herinnering van mijn oma waar ik in de vakantie mocht helpen met de koeien en kippen en de moestuin.

Altijd s ’morgens melk zo van de koe. De smaak proef ik nu weer. Wat was dit heerlijk. Goed beschouwd is de koe een paar eeuwen oud maar het smaakt fantastisch.

Ik geef de kom terug aan de boer en bedank hem uitgebreid. De beide soldaten zeggen iets in hun eigen taal en vragen waarschijnlijk ook om melk. Ik ze tegen de boer, ”mogen hun ook een beetje melk?”. De boer twijfelt even en dan knikt hij ja. Wederom op één knie en een ieder kreeg een kom melk van de boer. We bedanken hem hartelijk en de twee soldaten gaan ieder een kant op en de boer vervolgt zijn weg. wat een mooie ervaring was dit. Op de dag buiten de tijd met 3 mensen van een andere tijd dezelfde tijd gedeeld. Het was een bijzondere tijd. Ik ga verder fietsen.


Oer-IJ
Marijke Karten | Gepubliceerd: 5 augustus 2021

Oer-IJ


Eeuwenlang

als uitloper van een getijde stroom:

heer en meester

in dit lage land

Deze verwoester werd verslagen

door mensen handen:

ingedamd, drooggelegd, verbannen

uit deze contreien


Z’n voetsporen, oeroud,

heeft hij echter als grondlagen

-voor altijd onuitwisbaar -

vastgelegd in de bodem,

overal waar hij ooit heerste

Voor wie die kenmerken

hebben leren zien en lezen,

is hij zò nog alom zichtbaar aanwezig

Fietsend of lopend over de lage

of hoger gelegen weggetjes en dijkjes

in dit oude landschap,

staan de bermen in het voorjaar

vol wuivend en sterk geurend

fluitenkruid en raapzaad;

planten van weleer


Echter, achter het geluid van de talloze vogels,

die daar hun habitat hebben of doortrekken,

hoort een enkeling er ook nog altijd

het verre geklots

van zijn ooit zo dreigende water

Die, kil, zwin

Een doodgewone boerensloot:

voor wie niet beter weet,

noch hoe ’t zilt minnend plantje heet,

dat bloeit aardbeienrood

Zout water ging ooit af en aan

op ’t ritme van het tij:

noordwest de zee, het OerIJ oost

opkomend en afgaand

Storm legt er nu het gras slechts plat,

maakt golfjes in de sloot


Geen klok luidt meer om hulp bij nood

in naaste dorp of stad

Wie weten van ’t eertijds geweld

van d’ aanstormende golven,

die hier ooit ’t land bedolven,

dat steeds opnieuw zich heeft hersteld,

kijkt als met röntgen ogen

naar waar hij gaat of staat:

die dijk, die weg, die straat…,

ziet veel van lang vervlogen

Geen ordinaire boerensloot

maar ooit kil, kreek of die:

’n geschied’les voor een elk aan wie

dit landschap zich ontbloot


Adelbertus Hand
Kees Kraakman | Gepubliceerd: 5 augustus 2021

Adelbertus’ Hand

(liedtekst Kees Kraakman)

Ze kwamen naar dit land van over zee en voerden heil en zegen mee.

Voor meer dan duizend jaar op de kust gestrand, betraden bij Egmond het woeste land.

Van Ierland gevaren met ’t Hijgend Hert, het zijn de monniken van Adelbert.

Hij preekt het woord en reikt op het strand het verloren volk zijn zalvende hand.

Hij biedt zijn hulp met raad en daad tegen de Noorman, die hen naar het leven staat.

En schept het wonder van het duinenland als een kapel verschijnt van onder het zand.

Toen hij stierf en heilig werd bouwden de monniken van Adelbert,

op last van de graaf een abdij, zo machtig groot met heerschappij

Bouwen man aan man en steen voor steen en wijden zich dan heel sereen,

in alle stilte aan het geschreven woord, in hun annalen leeft de historie voort.

Maar daar was plots die wrede zee, bracht dood en angst bij ontij mee.

Toen Allerheiligen de stormvloed kwam bouwden de monniken aan een dam.

Stellen zich met het volk te weer tegen de waterwolf keer op keer.

Bedijken met de wind het natte veen en in hun strijd gaan eeuwen heen.

En toen de Spanjaard dreigend werd vluchtten de monniken van Adelbert.

Als ’t Geuzenvuur woedt door het land gaan huis en haard en abdij in brand.

Vlucht met hun vlucht de stilte mee als een echo klinkt van over zee.

Hoor ik het kraken in de vert’ zie ik de monniken van Adelbert.

Schaatsend op de vaart met bruin habijt in de spiegel van de tijd.

Hun beeld gevangen in het zwarte ijs, al meer dan duizend jaar op reis,

zie ik in mijn molenland* vandaag nog steeds Adelbertus’ hand.


MONNIKENLIED: ODE AAN HET LANDSCHAP VAN HET OER IJ

Adelbertus’ Hand is een lied over de monniken van Adelbert, de monniken van de abdij van Egmond. De tekst is een ode aan het landschap van het Oer IJ. Het landschap waarop zij van grote invloed zijn geweest. Ze mogen worden gezien als de eerste bedwingers van het stroomgebied.

Kroniek

De tekst van het lied is een kroniek en beschrijft het werk en het leven van de monniken door de eeuwen heen. In ons gebied neergestreken in de 8e eeuw, hadden ze met hun kennis en vernuft een grote hand in het beteugelen van het water. Vanaf de tijden van het Oer IJ waren ze betrokken bij de vele bedijkingen en ontginningen, die bepalend waren voor de vorming van het cultuurlandschap van Noord-Holland, zoals we dat nu kennen.

Jeugdherinnering

Het verhaal over de monniken en hun historische rol in ons gebied, wordt in het lied gepaard aan een jeugdherinnering van de schrijver, die is geboren en getogen op het Moollant, gelegen in het voormalige Egmondermeer. *Dit Moollant lag als veeneiland in de strandvlakte achter de duinen bij Egmond. Bij zware storm had opkomend zeewater vrij spel in dit gebied door de open verbinding van het Oer-IJ vanuit het zuiden, en dat van de Zijpe vanuit het noorden. Met de aanleg van een zanddijk tussen Limmen en Egmond deden de monniken van de abdij de eerste poging dit water in te dammen. Feitelijk was het de eerste bedijking in het stroomgebied van het Oer IJ.

Eerste watermolen

Met hun waterstaatkundige kennis stonden de monniken aan de basis van het in cultuur brengen van het veengebied. Zo was het Moollant als een van de eerste stukken land bedijkt én werd het bemalen. De naam verwijst daar ook naar. Historici sluiten niet uit dat het gebruik van watermolens, waarvan volgens de geschiedschrijving voor het eerst sprake was nu ruim 600 jaar geleden in de buurt van Alkmaar, hier plaats vond. Niet veel later werd het hele Egmondermeer in opdracht van de graaf van Egmond drooggemalen, waarmee het noordelijk stroomgebied van het Oer IJ definitief in cultuur werd gebracht. Dat was in 1565, in de tijd van het Spaanse beleg, toen de abdij van Egmond door de Geuzen werd verwoest en de monniken uit het gebied werden verjaagd. Pas in 1935 kwamen ze terug en bouwden ze een nieuwe abdij op de oorspronkelijke plek, nu gelegen aan de Egmond-Binnervaart

Landschapszanger

Het monnikenlied maakt deel uit van het repertoire van levenslust- en landschapszanger Kees Kaas, die het bij gelegenheid ten gehore brengt. Kijk voor de sfeer, de klank en het verhaal achter deze liedtekst op de volgende youtubelink https://www.youtube.com/watch?v=o1LnsalOIJc

Lettertype (zie pdf)

Om ook grafisch uitdrukking te geven aan het historische karakter van de vertelling en aan de door de monniken ontwikkelde schrijfkunst is de tekst opgemaakt in het lettertype Matura MT Script. Dit lettertype is afgeleid van de Unciaal, een letter die in de achtste eeuw in Engeland vrij algemeen werd gebruikt, zoals door de monniken van de abdij van Wearmouth & Jarrow in de Codex Amiatinus.


Uit zee geboren
Hans Weeda | Gepubliceerd: 5 augustus 2021

UIT ZEE GEBOREN


na eeuwen onder water leven

heeft zich het land uit zee verheven

de zon onthult de eerste steen

er ging een siddering door mij heen

om het land te kunnen winnen

groeiden klauwen uit mijn vinnen

mijn kieuwen vochten met de lucht

het water heeft het land bevrucht

ik zocht de grens en greep me vast

mijn lichaam werd een zware last

het oer in mij heeft me gedreven

voortaan op het land te leven

ik graaide gretig om mij heen

dwong lucht en aarde mij te voeden

nog kon ik niet mijn lot vermoeden

dat waar ik vandaan kwam

ik ook weer in verdween


Stapelgedicht Annemarie Kuster
Annemarie Kuster | Gepubliceerd: 9 augustus 2021

Stapelgedicht Annemarie Kuster. Klik hier om het te kunnen zien. 

Haiku van Henriëtte Kat
Henriëtte Kat | Gepubliceerd: 31 augustus 2021

Twee x haiku van Henriëtte Kat 


de maan rijst al boven de duinen

als de zon de zee nog niet raakt


op de rand van het roze strand

sta ik zo tussen water en land


Stemmen
Marianne Snabilie-Klaver | Gepubliceerd: 31 augustus 2021

Stemmen


Waar zijn ze,

een roep, het geschuifel,

een kind dat huilt, een hond die blaft.

Lagen die reiken tot

diep in de aarde.

Ik voel hun waarde,

zand over veen, veen over klei

klei over zand en hier en daar

de stemmen die er niet meer vrij

over klinken.


Waar zijn ze,

de vuren, de huizen, boten

een nap, een scherf, een snuivende koe ,

een reepje stof dat waait, nu overgoten.

Zand over stof, over hout over riet

het verdwenen thuisland,

zompig en kil

ooit ruisland.

Riet en water en riet en water

Nooit stil.


Waar zijn ze,

de sporen, tastbaar

ruiken en voelen in je hand,

laag na laag.

Echo van emotie, pril verstand,

liefde en wreedheid dag en nacht.

Zand over veen, over klei over stof

Water dat zoekend stroomt,

na de storm toegedekt en

afgesloten wacht.


Marianne Snabilie-Klaver

september 2021


Ode aan het “Rondje Ruiterhuys”.
Corine Hemmer | Gepubliceerd: 2 september 2021


“Kom mee”, zegt mijn man op een morgen tegen me. “Ik weet een mooi natuurgebiedje hier

vlakbij, waar je nog nooit geweest bent.” Zeker de woorden “hier vlakbij” en “nooit” maken

me nieuwsgierig, want we wonen hier al 20 jaar en de prachtige natuur rond Heiloo hebben

we al vaak verkend. Meestal wandelend, maar soms ook fietsend gaan we er graag op uit.

Dus nog geen 5 minuten later staan we startklaar met de wandelschoenen aan…..


Na een kort ritje parkeren we bij een doodlopend weggetje. Er zijn een paar boerderijen. Bij

een ervan zien we een stel mekkerende geitjes. We lopen een landweggetje op en komen bij

een hek. Nu begint mijn man te vertellen: “Dit is het uitstroomgebied van het Oer-IJ.” Ah,

vandaar! Sinds kort volgt mijn man enthousiast de cursus tot Oer-IJ gids en afgelopen

weekend waren ze op excursie in de omgeving……!


We lopen door het gebied achter het Ruiterhuys en hij laat me de glooiingen in het

landschap zien; het kwelwater, dat nog altijd omhoog komt; de vele bloemen in de weides

en de slootjes met riet en dotterbloemen. Het is inderdaad prachtig! Vooral de natte weides

met wilde orchideeën, ratelaar, zuring en klaver zijn een lust voor het oog. We lopen richting

Bakkum en wandelen via de duinen van PWN terug naar de auto. Ons “Rondje Ruiterhuys” is

geboren!


Na die keer zijn we hier regelmatig teruggekomen. Elk jaargetijde heeft zijn eigen charme.

Een paar keer hebben we een lepelaar in de sloot naar voedsel zien lepelen. Vaak zien en

horen we allerlei eenden en weidevogels. En een keer keken we verrukt toe, hoe 6 hazen

renden en over elkaar heen sprongen. “Haasje over” in levende lijve!

Terwijl ik dit typ, denk ik: “We moesten er gauw maar weer eens heen!”


Liederen van het Kapelorkest
Piet Hein Eikel e.a. | Gepubliceerd: 13 september 2021

Drie bijdragen van het Kapelorkest:

1. Ahoi wat is de polder mooi, Ode aan het Oer-IJ gebied

2. Het Sint Aagtendijcklied, een waar gebeurd verhaal

3. Het Pelgrimslied, over de  de route naar Santiago d.c.


Klik hier om de teksten te kunnen lezen.