Lezing Ronald de Graaf

De militair-strategische betekenis van het Oer-IJ gebied

Samenvatting

Om het naar autonomie strevende West-Friesland te beheersen, openden de graven in 1132 de vijandelijkheden, alleen hadden ze tegen de guerrilla-tactiek van de boeren weinig weerwoord. De brandhaarden van het verzet tegen Holland waren Winkel en Niedorp. De West-Friese verdediging, gebaseerd op omgevingsfactoren als beken en kreken, was erg effectief. Nog viermaal probeerden de Hollanders een beslissing te forceren, in 1166, 1168, 1180, 1198; het richtte weinig meer uit dan wel een formele, maar geen feitelijke onderwerping van de West-Friezen.

De West-Friezen waren, doordat stormvloeden landverlies hadden veroorzaakt, niet bereid om hun grond aan de Hollanders af te staan, of om belasting te betalen. Herhaaldelijk namen zij het initiatief om op hun beurt de Hollanders af te schrikken: in 1133, 1155, 1166, 1169, 1182, 1195. Het gebrek aan landbouwgrond ten spijt, lijken deze aanvallen pre-emptief geweest te zijn, omdat ze niet als doel hadden langdurig grond in Kennemerland te bezetten.

Eerst werd Kennemerland door Willem II met een ring van kastelen versterkt. De door hem in West-Friesland uitgevoerde aanval, was operationeel zo gek nog niet vanwege de beoogde omsingeling die uitgevoerd moest worden met de infanterie over het ijs en de cavalerie over het land. Militair-strategisch maakte hij echter dezelfde fout als zijn zoon later in 1272: door bij Alkmaar aan te vallen, was van verrassing of overrompeling geen sprake.

Zijn zoon Floris V was een strategisch en operationeel genie. Zowel de West-Friezen als de Stichtsen werden in dertig jaar (1266-1296) militair en politiek vrijwel geheel bedwongen. Hij wist Stichtse edelen en de kerkelijke autoriteiten uit te schakelen door een reeks slimme zetten op het diplomatieke en financiële schaakbord. Slechts een enkele maal moesten de wapens uitkomst bieden, zoals in 1278 in Utrecht en 1281-82 in Montfoort en Vredeland. De Hollanders beheersten met de Vecht de toegangsweg van Utrecht naar de Zuiderzee.

Pas de amfibische actie van Floris in 1282, gevolgd door de inzet van vele boogschutters om de systematische aanleg van dwangburchten te beveiligen, leidde in 1289 tot het beëindigen van de guerrilla. Door een vergelijking met de guerrilla’s waarmee de Engelse koning in Wales en de Utrechtse bisschop in Drenthe werden geconfronteerd, krijgen we de defecten en merites van de verschillende toegepaste militaire strategieën in beeld.

De kracht van Floris en Edward school in de aanvalsdatum in het landbouwseizoen, de vlootsteun, integratie van wapensystemen en legeronderdelen, aanleg van burchten en wegen of dijken, het aanknopen van goede buitenlandse relaties en het vermijden van plunderingen door een goede foeragering. Het aanbieden van een goede sociaaleconomische of waterstaatkundige toekomst voor de verslagenen, was bij de contraguerrilla van doorslaggevend belang.

Vragen en antwoorden lezing Ronald de Graaf

Vraag van A. van Loon: Welke gebeurtenis hoort bij het jaartal 1337?

Antwoord: Uit een gedateerd document in het Nationaal Archief blijkt dat in West-Friesland ongeveer 3500 mannen woonden.

Vraag van Kees de Wildt: De term het Oer-IJ is vanavond niet genoemd; wat was de rol ervan in militair-strategisch opzicht?

Antwoord: Zonder het (Oer) -IJ was de vloot van Floris nooit bij Hoorn/Wijdenes gekomen.

Vraag van Joke v.d. Aar : Hoe liep de reeks van defensieve kastelen? Een aantal daarvan dateerde toch uit de tijd ver voor Willem?

Antwoord: Egmond en Brederode waren aanzienlijk ouder. Maar rond 1250 waren er veel bouwactiviteiten toen de baksteen beschikbaar kwam. De rits kastelen liep in grote lijnen langs het Oer-IJ van Haarlem naar Alkmaar aan de rand van de strandwallen, waar water beschikbaar was om de slotgracht onder water te zetten.

Aanvullende vraag: Horen Huis ten Bever en Teijlingen ook bij deze reeks?
Antwoord: Dat weet ik niet.

Vraag van Han Kemperink: De eerste graven van Holland bezaten rond 1000 geen land. Hoe kregen ze dat in bezit?

Antwoord: De streek behoorde tot het Duitse Rijk en viel onder het gezag van het bisdom Utrecht. Rond 1000 startten de graven met het heffen van watertol in Vlaardingen en ze voeren nog enkele ongehoorde acties uit. Vanuit trecht werden ze in Dordrecht en Vlaardingen aangevallen, maar er was geen houden aan voor de bisschop en langzamerhand breidden de graven hun grondgebied uit.

Vraag van Kees Helderman: Wat zijn ‘rekeningen’?

Antwoord: Dat zijn stadsrekeningen (van een stad) of van de graven van Holland: overzichten van inkomsten en uitgaven. Daarin kun je zien dat er schepen en materiaal worden geleverd voor de oorlogsvoering. De rekeningen van de graven worden bewaard in Den Haag en daarin kun je zien wat ze uitgaven, wanneer en waarom. In combinatie met de rekeningen krijgen rijmkronieken – die soms onbetrouwbaar leken – ook een andere betekenis. Ze blijken namelijk allebei naar dezelfde gebeurtenissen te wijzen.

Terug naar het overzicht; klik hier.