2 november Silke Lange

Onderwerp: “Wat van ver komt…  Verspreiding en betekenis van Romeinse gebruiksvoorwerpen van hout ten noorden van de limes”

Silke Lange

Hout is één van de meest kwetsbare archeologische materiaalgroepen. Het blijft alleen bewaard in extreem droge of  juist in extreem natte, dus waterverzadigde en zuurstofarme contexten. Extreem droge gebieden zijn in Nederland niet aanwezig, maar het voormalige Oer-IJ estuarium herbergt wel vele wetland-sites waarin de condities voor het behoud van organisch materiaal uitstekend zijn.

Uit alle perioden zijn er dan ook houten gebruiksvoorwerpen bekend waarvan er vele in het Huis van Hilde te bezichtigen zijn. Ook uit de Romeinse tijd zijn houten gebruiksvoorwerpen opgegraven. Vaak zijn dit voorwerpen die te maken hebben met een Romeinse leefstijl die onbekend is in het vrije Germanië.

In de lezing wordt ingegaan op verschillende vindplaatsen met  Romeinse houtvondsten, op de aard van deze voorwerpen en hoe ze in onze contreien terecht zijn gekomen. Ook wordt een link gelegd met de geromaniseerde samenlevingen ten zuiden van de limes.

CV Silke Lange

Silke Lange heeft archeologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en is sinds 2012 werkzaam als archeologe en houtspecialiste bij BIAX Consult in Zaandam. Dit bedrijf is  gespecialiseerd in landschapsarcheologie en landschapsreconstructies. Voordien heeft Silke Lange talrijke opgravingen als projectleider voor de regio Noord-Holland vanuit de Universiteit van Amsterdam en het toenmalige projectenbureau van het Amsterdams Archeologisch Centrum verricht.  Vanuit de BUCH is Silke Lange betrokken bij het archeologische onderzoek in de regio en adviseert zij op het gebied van de archeologische monumentenzorg.

In opdracht van de Rijksdienst in Amersfoort heeft zij onlangs alle houten gebruiksvoorwerpen daterend van prehistorie tot 1300 in Nederland geïnventariseerd. Sinds 1997 is zij als houtspecialiste betrokken bij het archeologisch onderzoek in Utrecht en Leidsche Rijn. In een internationale werkgroep bestudeert ze samen met haar buitenlandse collega’s de logistieke processen rondom grondstoffen en producten in het Romeinse rijk. Hiervan is onlangs een publicatie verschenen in het Duitse blad “Archäologische Berichte 27”.

Silke is sinds 2013 voorzitter van de Stichting Regionale Archeologie
Gheestmanambocht.

Publicaties:

Lange, S., 2017: Uit het juiste hout gesneden. Houten gebruiksvoorwerpen uit archeologische context tot 1300 n.Chr. (Nederlands Archeologische Rapporten 54), Amersfoort.

Lange, S., 2017: Neue Erkenntnisse in der Holzforschung im Leidsche Rijn (Niederlande) am Beispiel der Grabung ‚Zandweg – LR 31‘, in: T.  Kaszab-Olschewski & Ingrid Tamerl (Hrsg.), Wald- und Holznutzung in der römischen Antike. Festgabe für Jutta Meurers-Balke zum 65. Geburtstag (Archäologische Berichte 27), Verlag Deutsche Gesellschaft für Vor- und Frühgeschichte, Kerpen-Loogh.[/ezcol_1third_end]

 

Vragen en antwoorden

John van Muijlwijk:

Wat wordt bedoeld met de “limes”?

De grens die langs de Rijn liep tussen het vrije Germanië en het Romeinse Rijk.

Bram van Loon:
Van welk materiaal waren de assen van de karrewielen gemaakt?

Die waren in deze streken alleen van hout, maar in Rome werden ze ook van brons gemaakt.

Paul Kuiper
Wanneer zijn de wielen gemaakt?

Verder onderzoek daarnaar is nog aan de gang, maar ze dateren uit de 2e eeuw. Dat betekent dat er in de Romeinse tijd of eerder al sprake was van een wegennet.

In Castricum zijn wielen gevonden. Ze waren gemaakt van wegedoorn, een boomsoort die alleen in het zuiden van Europa voorkomt. De Friezen maakten in die tijd geen wielen.

Piet Hein Ekel

Hebben de Romeinen in Velsen nog geprofiteerd van de Oer-IJ opening naar zee?

De geul naar zee was in 200 voor Christus al dichtgeslibd. Er moet in Velsen wel scheepvaart zijn geweest, want oude geulen werden open gehouden. Volgens Wim Bosman is het mogelijk dat de monding bij hevige regenval soms open was. Bij opgravingen achter het station in Castricum werd een dik schelpenpakket uit 200 na Christus blootgelegd dat wijst op een zeedoorbraak of een wash-over.

Arjen Bosman wijst er in zijn boek nog op dat de Romeinen boten over het land naar de zee trokken of dat zij een kanaal hadden gegraven. De technische mogelijkheden waren voorhanden.

Fons Mors:

Hadden de Romeinen van de Friezen geleerd om kleinere boten te gebruiken?

Opgravingen in Velsen toonden botenhuizen die geschikt waren voor kleine boten en er zijn teksten bekend over de kennis van waterwegen.

(opgetekend door Jan Hormann)