7 december Koen van den Driesche

Titel: Echo van het IJ – op zoek naar het Oer-IJ in het Castricummer landschap.

Koen van den Driesche.

Korte inhoud

Al spoedig na het verzanden van de Oer-IJ-monding bij Castricum woonden er mensen in het voormalige estuarium. De bewoners en bewerkers maakten gebruik van de bodemgesteldheid en hoogteverschillen zoals die door het Oer-IJ zijn gevormd. Aan de hand van de onderwerpen waterstaat, landbouw en infrastructuur toont Koen aan dat het Oer-IJ grote invloed heeft gehad op de landschapsinrichting in Castricum en omgeving.

Met tal van voorbeelden wordt inzichtelijk dat de sporen van het Oer-IJ ook vandaag de dag nog overal te herkennen zijn.

CV

Koen van den Driesche is landschapshistoricus en eigenaar van adviesbureau Avalis. Daarnaast is hij werkzaam als adviseur fysieke leefomgeving in het Waddengebied en bestuurslid van het Hunebedcentrum in Borger. Koen is geboren en getogen in de Oer-IJ-regio en woont tegenwoordig in Fryslân.

Als aankomende fysisch geograaf schreef Koen een masterscriptie voor de Rijksuniversiteit Groningen over de historische landschapsinrichting van de Castricummerpolder. Klik hier om het te kunnen lezen.

 

Vragen en antwoorden

Jan Kuijs:

Waarom is de Hendrikxsloot dwars op de bestaande waterwegen gegraven?

Op het eind van 16e eeuw veranderde de waterhuishouding in het gebied door de fusie van de Heemskerker- en Uitgeester polder. De Castricummerpolder lag ongeveer 30 centimeter hoger. Dat kun je duidelijk zien als je op de Korendijk staat. Daarom werd de Hendrikxsloot gegraven en de molen de Dog gebouwd, die het water wegpompte naar het Lange of Alkmaardermeer.

Paul Kuiper

Wat is de verklaring bij de stippenkaart?

De stippen op de kaart geven de verdeling van bouwland, weiland en hooiland in de Castricummerpolder aan. Elk grondtype kreeg een eigen kleur stip. Bouwland lag hoog en vlak bij het dorp. Weilanden lagen iets lager, waren vochtiger en lagen verder van de dorpen. Mades waren laag gelegen hooiland.

Jos Teeuwisse

Wanneer wordt jouw onderzoek gepubliceerd?

Volgend jaar wordt het door de provincie gepubliceerd.

Verklaringen van namen:

Stet = een haven of overslagplaats
Cie of Scie = snelstromend water

Gerard Veldt

Vertelt naar aanleiding van de grondsoortenkaart dat hij in de jaren 80 grondschatter was bij de ruilverkaveling.  Gronden waren onderverdeeld in 10 klassen: hoe beter de grond, des te hoger was de uitruilwaarde. Klasse 1 was de beste grond en die vind je bij Cronenburgh. Vandaar dat men er een kasteel bouwde en er bewoningsresten werden gevonden.

Mevr. Fijnhout:

Wat is de hoogteligging van Castricum?

Rond 0 NAP. De duinen liggen hoger, de polders veel lager. Er is ongeveer 6 meter verval tussen de duinen en Uitgeest.


Jan Keet:

Waar gaat al het water heen?

Zie het Peilbesluit 2015 van het Hoogheemraadschap. Daarin worden de waterstromen uitgebreid beschreven.

Hans van Weenen vertelt dat er langs de Schulpvaart gemalen liggen die zorgen voor de watertoevoer naar de vijvers in Castricum en de polder in Bakkum. Vanuit de vijvers loopt het water uiteindelijk weer richting Uitgeest. Hierdoor kan verdroging van de polder in Bakkum worden voorkomen.

Jan van Velzen:

Waarom trad verzanding van de Oer-IJ delta niet eerder op?

Oorspronkelijk was het Oer-IJ een stroom die werd gevoed door veenrivieren. Daarna zocht de Vecht zijn weg naar zee via de delta van het Oer-IJ. Toen de Vliestroom in het noorden openging veranderde de waterhuishouding in de delta. Het water van de Vecht liep via de Vliestroom naar zee en niet meer via het Oer-IJ.

De Vliestroom lag op de plek waar de Afsluitdijk werd gedicht. Daar staat nu het Monument.

Paul Kuiper

Heeft het Oer-IJ niet verder naar het noorden gelopen in de richting van de Zijpe?

Lia Vriend vertelt dat de Oer-IJ delta bij Castricum rond 150 voor Christus was dichtgeslibd. Daarna ontstaan er ten noorden ervan door verandering in de zeestroming allerlei zeegaten en doorbraken. De Zijpe is daar een overblijfsel van.

(opgetekend door Jan Hormann)