Lezing Frits David Zeiler

Frits David Zeiler

Frits David Zeiler

Titel: Duinen, geesten, beken… namen

De historische geografie van Kennemerland aan de hand van toponiemen

Korte inhoud:

In een dynamische omgeving probeert de mens zich te oriënteren. Hij zoekt punten van herkenning: een bos op een schoorwal, een sijpelend watertje, het kapelletje dat door de gelovige Hemezo is gebouwd. Zo ontstaan namen: Schoorl, de Cie of Scie, Heemskerk. Als die in documenten worden vastgelegd, beklijven ze en kunnen ze na vele honderden jaren iets vertellen over de geschiedenis van de plek in een verder steeds veranderend landschap.

De toponymie of plaatsnaamkunde is in Nederland groot geworden dankzij geleerden als Maurits Gijsseling, D.P. Blok en Rob Rentenaar. Hun onderzoek is steeds sterk verbonden geweest met de geschiedenis van de oudste nederzettingen, van de ontginningen vanuit die nederzettingen en van de veranderingen in het landschap door weer, wind en water.

In Kennemerland kunnen we proberen aan de hand van de naamgeving de verschillende lagen van de bewoningsgeschiedenis af te pellen, zoals ook geologen, archeologen en historisch geografen dat doen. De oudste namen gaan terug op de vroege middeleeuwen (700-900), maar daar worden er in de loop van de eeuwen nog vele aan toegevoegd. Niet alleen dorpen en grotere wateren worden benoemd; ook stukken land worden onderscheiden door een specifieke naam (veldnamen). Dat geldt voor bouw- en weiland, maar ook voor bijvoorbeeld het duingebied.

Een inventarisatie van duintoponiemen heeft een aantal verrassende gegevens opgeleverd over het proces van (jonge) duinvorming, waarover de historische bronnen verder nogal schaars zijn. Deze grote verstuiving speelde zich vooral af in de late middeleeuwen (1200-1600). Wat zijn de consequenties geweest voor de bewoonbaarheid van Kennemerland, dat van de andere zijde werd bedreigd door het oprukkende water van de binnenmeren en de Zuiderzee?

Beknopte C.V.

Frits David Zeiler (Bergen NH, 1949) is historicus. Hij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam (mediëvistiek, archeologie en archivistiek) en was daarna onder meer werkzaam als onderzoeker, consulent, tentoonstellingsmaker, schrijver, docent en reisleider.

Hij heeft gepubliceerd over Salland en Noordwest-Overijssel, het Gooi, het Groene Hart van Holland, de Zaanstreek en Kennemerland.

In een tweetal studies in opdracht van het PWN heeft hij een inventarisatie gemaakt van alle duintoponiemen tussen Camperduin en Vogelenzang. Recentelijk was hij betrokken bij projecten over de dorpsgeesten en de historische dijken in Kennemerland.

Klik hier om naar de algemene informatiepagina te gaan.

Vragen en antwoorden gesteld en beantwoord tijdens de lezing van Frits David Zeiler op 17 november.

Vraag: Lia Vriend: Hoe ging het met de naamgeving van de oeverwallen van het Oer-IJ?
Antwoord: De geesten waren de eerste bewoonde kernen. Plaatsen zoals de Oosterbuurt en Assum waren geesten: zanderige formaties langs de kust. Soms waren dat oeverwallen van het Oer-IJ. We onderscheiden ook ontginningsgeesten, die van latere datum zijn.

Vraag Hans van Weenen: Lopen de geesten alleen hier van oost naar west?
Antwoord: Dat komt ook op andere plaatsen voor en is niet uniek voor deze streek.

Vraag Jos Liefting: Hoe zit het met Arum?
Antwoord: Arum was een buurtschap in Noord-Bakkum bij de Zanddijk, waar vroegmiddeleeuwse bewoningssporen zijn gevonden bij de geest van Arum.

Vraag Lia Vriend: Wat kun je vertellen over de naam Egmond?
Antwoord: Egmond-Binnen heette oorspronkelijk Hallum. De naam Egmond kwam pas later in zwang. Er liep een noordelijke aftakking van het Oer-IJ langs. Die was waarschijnlijk bevaarbaar en stond in verbinding met de Rekere.

Vraag Kees Helderman: Hoe is de naam Oudendijk ontstaan?
Antwoord: De vroegste bedijkingen werden aangelegd om het water te stuiten. De Oudendijk in Heemskerk en de Zanddijk in Castricum zijn hier voorbeelden van. Vanwege het plaatselijke reliëf werden zij als dwarsdijken aangelegd. De afstroom uit de duinen werd zo naar het binnenland geleid. Polderdijken werden pas veel later aangelegd.

Jan Hormann 29NOV16

Klik hier om naar de algemene informatiepagina te gaan.