Gemeente Castricum

Castricum is een open gemeente met een dorps karakter. Ze neemt een bijzondere en eigen plek in tussen de stedelijke centra van Alkmaar en Beverwijk-Velsen-IJmuiden. Castricum is het groene en recreatieve gebied in de regio. Castricum is ook aantrekkelijk als vestigingsplaats voor mensen die elders werken door goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur van de metropoolregio (snelweg A9 en intercityspoorlijn Amsterdam- Alkmaar).


Het rustige en veilige wonen in het groen en in de nabijheid van strand, duinen en polders is niet overal te vinden in de buurt van de metropool Amsterdam. Door de ontwikkelingen op het Duin en Bosch terrein, de Zandzoom en met name op inbreidingslocaties wordt voor de verschillende doelgroepen die naar Castricum komen een divers aanbod aan woonomgevingen gecreëerd. Nabijheid van natuur en buitengebied is karakteristiek voor de gemeente en wordt ook bij nieuwe ontwikkelingen gewaarborgd. Ook het dorpse karakter moet behouden blijven. Castricum blijft een gemeente met meerdere kernen en wordt geen stad.

De gemeente Castricum is ook bekend om haar zee en duinen. Vanuit de hele regio komen mensen om te recreëren aan het strand, op het Alkmaardermeer en ertussen. Er wordt gezwommen, gezeild, gefietst, gelopen, gekanood en nog veel meer. Castricum biedt hiervoor de ruimte en staat open voor nieuwe ontwikkelingen. Kernwaarden, zoals het open houden van het landelijk gebied, blijven behouden en vormen een randvoorwaarde voor toekomstige projecten.

Het verhaal van de gemeente Castricum heeft zich gedurende vele jaren ontwikkeld en zal zich blijven ontwikkelen. Vergeten verhalen worden weer naar boven gehaald, maar zij moeten ook steeds op andere manieren worden verteld, om te blijven boeien. Ook voor toekomstige generaties. Het verhaal kan allerlei aspecten bevatten. Het kan vertellen over archeologische vondsten, historische landschappen, gebouwde monumenten, volksverhalen, gebruiken en dialecten.

Met het inzetten van verhaallijnen streeft de gemeente Castricum ernaar het erfgoed toepasbaar en toegankelijk te maken. Het gaat ons niet om de afzonderlijke objecten, maar de verhalen daarachter. Uitgangspunt daarbij is de mens. Immers, om erfgoed beleefbaar en begrijpelijk te maken, is het aan te bevelen om aan te sluiten bij de leefwereld van mensen. Verhalen vertellen is zo oud als de mensheid. Een behoefte die de mens altijd heeft gehad en zal houden. Om de wereld te begrijpen. Om informatie over te brengen. Om betekenis te geven aan het leven. Een goed verhaal beklijft, inspireert en motiveert. En stelt mensen in staat om informatie te onthouden en door te vertellen.

De verhaallijnen kunnen worden gezien als ontwikkelingsperspectief voor de toekomst van het erfgoed. In Castricum zijn er twee verhaallijnen: Heerlykhyd en Ommestreken. De verhaallijn Heerlykhyd benadrukt de gezamenlijke historie. De verhaallijn sluit aan bij het reeds bestaande marketingconcept van de gemeente. Dat beschrijft de gemeente als aantrekkelijke verblijfsplaats voor toeristen en dagjesmensen. ‘Heerlykhyd’ verbindt de verschillende kernen met elkaar in hun streven naar fraaie verblijfsgebieden, en het bevorderen van recreatie en toerisme als belangrijkste pijler van de lokale economie.
De gemeente heeft een historie van kusttoerisme, buitenplaatsen en kastelen en kan zich zelfs beroemen op de allereerste camping van Nederland.

De gemeente is hiermee een uitnodigende buitenplaats, waar het sinds lange tijd fijn verblijven is. In de Late Middeleeuwen was Castricum een Heerlykhyd. Dat is een bestuursvorm voortkomend uit een feodale onderverdeling van het overheidsgezag in de middeleeuwen. Tegenwoordig verwijst de gemeente naar de vroegere bestuursvorm en gebruikt het als marketingconcept en aanduiding voor deze ‘heerlijke’ plek.

Heerlykhyd Castricum is een label dat staat voor kwaliteit van leven. Het ontleent zijn bestaansrecht aan de belangrijkste kernkwaliteiten van de gemeente: rust, ruimte en natuur. Met de landschappelijke kwaliteiten van de gemeente komt ook de strijd om de toe-eigening daarvan. Dit komt tot uiting in de aanwezigheid van verschillende bevolkingsgroepen door de jaren heen. Het treffen van verschillende groepen ging niet altijd op vreedzame wijze, getuige de komst van de Vikingen en de Slag bij Castricum.

De verhaallijn Heerlykhyd legt de nadruk op de boodschap naar buiten toe, waarbij het belangrijk is dat de gemeente zich profileert als een samenhangende eenheid.
De gemeente Castricum als plek waar recreanten hun bestemming vinden. De ondernemende bevolking van de gemeente speelt hierin een grote rol. Ondernemers kunnen het erfgoed inzetten om zich te profileren en om zo bezoekers te trekken. De gemeente Castricum laat zich kenmerken door verschillende landschapszones die samen het verhaal ter plekke vertellen; de kust- en duinzone, de strandwallen- en dorpenzone en tot slot het veengebied en merenzone.

Deze landschappelijke diversiteit wordt benadrukt in de verhaallijn Ommestreken. Die diversiteit zorgt voor afwisseling en een spannende omgeving. Het is alsof je constant op de rand staat van iets nieuws. De verhaallijn Ommestreken legt de nadruk op de diversiteit binnen de gemeente. Ommestre(c)ken is een oud Nederlands woord voor omgeving, streek. De gemeente bestaat uit verschillende landschappen met ieder hun eigen identiteit. Dat zit diep geworteld in de bevolking. Deze verhaallijn is intern gericht; de gemeente als woonomgeving. De eigenheid van de verschillende kernen en landschappen wordt geaccentueerd. Daarbij is maakbaarheid een belangrijk thema.

Verhalen die hier benadrukt worden, gaan over ontginning, zandwinning, waterbeheer en de organisatie in individuele buurtschappen. Dit uit zich in specifieke verkavelingstructuren en landschapseenheden. Maatschappelijke opgaven waar deze verhaallijn aan relateert, zijn het streven naar ruimtelijke kwaliteit en een open en gevarieerd landschap, een veilige woonomgeving en een stabiel inwonertal met voorzieningen op maat; in ‘stenen’ en activiteiten, toegespitst op de behoefte aan welzijns-, onderwijs- en culturele voorzieningen van inwoners.


• kust- en duinzone
De kustzone kenmerkt zich door de grote rol die het water er door de eeuwen heen heeft gespeeld. Niet alleen in de vorm van de dreiging door de zee, maar ook als drinkwatervoorziening en bijvoorbeeld de pogingen tot ontginning. De Atlantikwall vormt een verhaal op zich, evenals de komst van de Vikingen.

strandwallen- en dorpenzone
De buurtschappen waaruit de huidige dorpen zijn ontstaan, vinden we op de hogere plekken in het landschap, zoals ondermeer de strandwallen. Vanaf de 17e eeuw werden de strandwallen permanent bewoond. Op de meest oostelijke reeks, de oudste strandwallen is Akersloot ontstaan. Op de meer westelijke reeks is Limmen ontstaan. De woonkern Castricum ligt in het verlande binnen-deltagebied van het Oer-IJ.

veengebied en merenzone
Het veengebied kenmerkt zich door de grote mate van openheid. De veengebieden rond Akersloot en de Woude maken deel uit van het Nationaal Landschap ‘Laag Holland’. Kenmerkend zijn de polders, oude binnendijken, verkavelingstructuren, ringsloten en boezemwateren.

Akersloot

Akersloot heeft perioden van welvaart en armoede gekend. De eerste vormen van bewoning concentreerden zich op de dijk, die op de strandwal aangelegd was. In de tijd van de kruistochten was Akersloot een groot dorp met belangrijke buurtschappen (o.a. De Woude en Stierop). In 1573 werden Akersloot en Boekel grotendeels verwoest door de Spaanse troepen na hun beleg van Alkmaar.

De noodzakelijke afsluiting van buitenwater en door de droogmaking van de meren in de 17e eeuw ging in Akersloot ten koste van de groei in handel en visserij . Rondom de Nederlands Hervormde kerk op de terp en de meer naar het noordoosten gelegen Rooms-katholieke kerk ontstond bebouwing, aangevuld met lintbebouwing langs de wegen. In de periode van 1850 tot 1940 werd de structuur niet gewijzigd. Elke strandwal had twee wegen, waarbij de structuur van elk van de strandwallen gehandhaafd is gebleven. In de naoorlogse periode is in de kern de ruimte tussen de strandwallen opgevuld met woningbouw. Aan de uitlopers is de strandwallen structuur nog te herkennen.

De Woude

De Woude maakt deel uit van een woudgordel waartoe ook bijvoorbeeld Scharwoude (Schoorlwoud), Wouthuysen, Uitgeesterwoude, Woudvierendeel (Assendelft), Spaarnwoude en Haarlemmerliede gerekend werden. Deze plaatsen liggen gebruikelijk aan stroompjes, zoals dit ook bij De Woude het geval is. De ontginning van veel woudgronden is uitgegaan van de dorpen. Ook bij De Woude is dit het geval. Hiermee is mogelijk al begonnen vanaf de 12e eeuw. De Woude heeft zijn karakteristiek als veendorp sterk behouden. Het omringende landschap is weinig veranderd, de opbouw en de ontsluiting van het dorp (over water en over smalle wegen en paden) zijn gebleven, evenals vele gebouwen. Wel is het gebruik van het dorp veranderd. Van boeren- en vissersdorp in meer een woondorp in een natuurlijke omgeving.

Bakkum

De eerste schriftelijke vermelding van Bakkum dateert uit omstreeks het jaar 980. De eerste keer voor zover bekend dat Bakkum als heerlijkheid in leen werd uitgebracht is in het jaar 1431. Er is dan al sprake van een zekere eenheid, banne, ambacht of dorp. Waarschijnlijk is in 1439 de zogenaamde Cunerakapel gebouwd, aan de oostzijde van de Heereweg. In het begin van de 17e eeuw werd het gebouw ingericht als “regthuys” voor bestuur en rechtspraak door schout en schepenen en tevens als schooltje. Omstreeks 1870 werd het bouwvallige woonhuis afgebroken. De naamgeving is in Castricum nog terug te vinden in de in 1949 aan de Vondellaan gestichte St. Cuneraschool.

Het gedeelte van Bakkum ten noorden van de Zeeweg was tot 1812 een zelfstandige gemeente met een eigen dorpsbestuur. Het dorp strekte zich uit van de omgeving Hogeweg, Duinweg, Limmerweg in het noorden tot aan de Schulpvaart in het zuiden. De bevolking leefde vooral van de landbouw, maar ook van de konijnenvangst (pels en vlees) en de schelpenvisserij. De Schulpvaart, een oude aftakking van het Oer-IJ (meander), werd daarbij gebruikt voor de toevoer van de schelpen naar de kalkovens in Akersloot (nu in het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen). Al in de 18e eeuw en van 1929 tot 1943 stonden er ook kalkovens aan het Schulpstet.

Het gedeelte Bakkum ten zuiden van de Zeeweg ligt tegen de kern Castricum aan met de spoorlijn als scheiding. Dit deel wordt nu Bakkum genoemd en heeft zich vooral in het begin van de 20e eeuw sterk ontwikkeld. In dezelfde periode is het complex van “Duin en Bosch” (nu GGZ “Dijk en Duin”) in verschillende fasen tot stand gekomen. Vanaf 1914 wordt er in Bakkum gekampeerd in het bos aan de Zeeweg tegenover de voormalige boerderij “Johanna’s Hof”, nu het gelijknamige restaurant.

Castricum

Pas nadat de monding van het Oer-IJ, een zeegat dwars door de strandwallen heen, zich naar het noorden had verplaatst werd het gebied rond Castricum langzamerhand bewoonbaar. In de tweede en derde eeuw na Christus werd er op de strandwallen in onze gemeente intensief gewoond. De naam Castricum komt omstreeks 990 voor het eerst in de geschreven bronnen voor. De reden dat Castricum belangrijk werd kwam doordat het dorp aan de postweg Haarlem-Alkmaar lag.

Het dorp Castricum is ontstaan uit een aantal buurtschappen en boerderijen. De groei van Castricum naar de omvang zoals we die nu kennen begon vanaf 1867, toen de spoorweg in gebruik werd genomen. Handels- en forensenverkeer werden toen mogelijk. In die tijd werden kolen aangevoerd voor de energievoorziening en werd zand (van de Zanderij) afgevoerd. Waarschijnlijk heeft dit in belangrijke mate de ligging van het spoortracé bepaald en daarmee in feite de groei van het dorp. Van 1897 tot 1923 reed de stoomtram Haarlem-Alkmaar door de Dorpsstraat in Castricum en de Rijksstraatweg in Limmen. Vanaf het station Castricum verzorgde vanaf 1914 een paardentram, later vervangen door elektrische tractie, het vervoer naar “Duin en Bosch” (nu “Dijk en Duin”).

Tot de dertiger jaren bleef Castricum een tuindersdorp. Later, vooral in de naoorlogse periode is er veel “import” gekomen en is de kern gegroeid aan de oostkant van het spoor. In eerste instantie in noordelijke richting, later ook in noordelijke en oostelijke richting. Aanvankelijk was de Soomerwegh een randweg waarmee de bebouwingsgrens van de kern was bepaald. In het streekplan van 1962 werd gesteld dat de kern ook ten oosten van deze weg zou moeten uitbreiden. De gehanteerde groeiscenario’s staan model voor de periode begin van de 60er jaren. Castricum nam een belangrijke groei taakstelling op zich. Een zuidelijk randwegtracé, aansluitend op de Soomerwegh via de C.F. Smeetslaan, zou vooral de dorpskern moeten gaan ontlasten. In 1973 wordt een structuurschets vastgesteld waar afgezien wordt van een dergelijk groeimodel. Het resultaat van deze ombuiging is de huidige ruimtelijke situatie van de Soomerwegh en de C.F. Smeetslaan en hun aansluiting op de Dorpsstraat. Binnen het huidig patroon van Castricum is deze plek, waar min of meer een botsing tussen schaalverschillen is ontstaan, typisch.

Limmen

Zo rond het jaar 1000 bestond Limmen maar liefst uit 7 buurtschappen, die ongeveer overeenkwamen met de huidige gemeentegrenzen. Na 1397 waren er Westzijde, Zuyteinde, Kerkbuurt, Laan en Dusseldorp. In de 10e en 11e eeuw werden de buurtschappen Smitham en Thosam genoemd, echter later pas Westeinde geheten. Na 1397 werd de banne Limmerkoog samengevoegd met Zuyteinde. De buurtschappen lagen allen op de strandwallen.

Bij de opkomst van de industriële periode, eind 19e eeuw, heerste er in Limmen en omgeving nog de landelijke rust, zoals dat eeuwen het geval was. Intussen was er dan wel een nieuwe bedrijfstak tot bloei gekomen, namelijk de bloembollenteelt. De groei van Limmen heeft zich in de voor en naoorlogse periode op een bescheiden manier voltrokken. Veelal ontwikkelt de woonbebouwing zich langs de linten en werd de ruimte ertussen opgevuld. In het begin van de 60-er jaren is met plan “Oost” een omvangrijke uitbreiding op gang gekomen die uiteindelijk tot buiten de strandwal reikte. Nu de huidige oostelijke contour van de kern Limmen.

De Rijksstraatweg is altijd belangrijk geweest voor Limmen. In 1895 is er een tramweg aangelegd in de berm van de Rijksstraatweg. Een verbinding die liep van Alkmaar naar Beverwijk en Haarlem. Daarmee werd Limmen uit het isolement gehaald. In 1923 werd de tram vervangen door de komst van de omnibus. Praktisch alle bedrijvigheid werd ontsloten via de Rijksstraatweg. De verbindingsweg van Alkmaar en Uitgeest, later de Provinciale weg N203, heeft altijd met de opkomst van het gemotoriseerde verkeer een dominante rol gespeeld (verkeershinder, ongevallen).

(Bron gemeente Castricum)

BAG_woonplaatsen_-_Gemeente_Castricum

Castricum telt bijna 35.000 inwoners en heeft een oppervlakte van 59,92 km². Tot de gemeente behoren de dorpskernen Castricum, Limmen, Akersloot, De Woude en Bakkum.

Gemeenten in het Oer-IJ gebied

Beverwijk
Castricum
Heemskerk
Heiloo 
Uitgeest
Velsen
Zaanstad