Cultuurhistorie & Industrieel erfgoed

Het verhaal van de industrialisatie begint in de 17e eeuw bij Cornelis Corneliszoon van Uitgeest, de uitvinder van de houtzaagmolen. Met behulp van windkracht en door een vernuftige toepassing van de krukas kon 30 keer sneller worden gezaagd dan met de hand. Nederland was daardoor in staat snel een grote vloot op te bouwen en daarmee de wereld te veroveren. De Gouden Eeuw was een direct gevolg van al die handelsactiviteiten.

De ligging aan zee en goede bereikbaarheid droegen belangrijk bij aan een snelle economische ontwikkeling. Het landschap dicteerde het gebruik. Op de droge strandwallen vestigden zich ondernemende mensen. Door het aanleggen van dijken en drooglegging van meren en veenmoerassen kon nog veel meer land in cultuur worden gebracht.

Poldermolens en gemalen die voor de beheersing van de waterstand zorgden en zorgen behoren tot ons erfgoed. Veel dorpen en steden worden nog gedomineerd door oude kerken en kerktorens. In iedere nederzetting is industriƫle bedrijvigheid aanwezig, van de kleinschalige oude stokkenfabriek in Uitgeest tot zware hoogovens en staalfabrieken in het Noordzeegebied.

Het Oer-IJ gebied ligt in de Noordvleugel van de Randstad, de meest dynamische regio van Nederland. De nieuwe infrastructuur (hoofdwegen, spoorwegen en waterwegen) is afgestemd op de bereikbaarheid van de steden. De Noordzeekust en het Alkmaarder- en Uitgeestermeer zijn belangrijk als recreatiegebied voor de stedelijke bevolking. De scheepvaart en havenactiviteiten in het Noordzeekanaal gebied hebben een sterke relatie met de havenstad Amsterdam. Ook het polderland is een recreatief uitloopgebied voor de stedelijke bevolking.

Klik hier voor meer informatie over Cornelis Corneliszoon van Uitgeest.