Werkgroep Oer-IJ Atlas

atlassenHet uitgeven van een ‘Atlas van het Oer-IJ’ als een leesbaar en rijk geïllustreerd boek moet tastbaar maken waar het om gaat als we spreken over een geologisch, archeologisch, landschappelijk en historisch bijzonder gebied. In zo’n uitgave zullen de thema’s en verhaallijnen uit het Plan van Aanpak leidend zijn.

De werkgroep Atlas heeft zich onder voorzitterschap van Piet Veel gebogen over de inhoud van een boek dat alle facetten van het Oer-IJ gebied moet belichten. Er is eerst een plan van aanpak gemaakt en daarna een inventarisatie voor de inhoud opgesteld. Dat laatste stuk wordt de basis voor de samenstelling van de uitgave. Een nog te benoemen redactiecommissie gaat zich nu verder bezighouden met de praktische realisering van een Oer-IJ Atlas.

Bijgewerkt concept inhoudsopgave

INHOUDSOPGAVE ATLAS OERIJ

Dit is in eerste instantie een opgave van de inhoud en geen voorstel tot hoofdstukindeling. Bedoeld is om hier in hoofdlijnen op chronologische volgorde de inhoud weer te geven. Het is aan de redactie(commissie) om te bepalen in hoeverre dit geheel chronologisch en al dan niet deels thematisch weer te geven.

Om de tekst niet te veel te laten uitdijen is een deel van de informatie bij de aanvulling opgenomen.

Voorwoord

Inleiding
Belang van Oerij en waarom dit aandacht verdient. Veel informatie, er moet gekozen worden.

Hoofdstuk 1., Voorhistorie (2800 – 12 v.Chr)   

Karakteristiek voor deze periode: Het Oerij staat in open verbinding met de zee en het getij. Is als verlengde van de Vecht onderdeel van het Rijnsysteem.

Prioritaire thema’s (“verhaallijnen”):

a)    Aardkunde en archeologie

Aardkunde: Kustgenese –

Archeologie: eerste bewoningsgeschiedenis – Wim Bosman. Kano van Uitgeest – Rob van Eerden.

b)    Natuur en landschap:

Beschrijving natuur in estuarium en kwelderlandschap –

c)    Water             Zie bij kustgenese, nog geen menselijke ingrepen

d)    Veranderend grondgebruik;

e)    Militair landschap;

f)     Cultuurhistorie en industrieel erfgoed;


Hoofdstuk 2 . Romeinse Tijd  (12 v.Chr. – 450 n.Chr.)

Karakteristiek voor deze periode: De kust is verzand. Het Oerij watert af naar het oosten. Ontstaan van het IJ. De streek wordt meer en meer bewoond.

Prioritaire thema’s (“verhaallijnen”):

a)    Aardkunde en archeologie.

Aardkunde: vervolg kustgenese:

Archeologie: opgravingen uit romeinse tijd. Forten Velsen  (Morel en Bosman); ca 15-28 AD (Velsen 1) en ca 40 – 50 AD (Velsen 2), opgraving Uitgeest – Dorregeest. Vondst Bronzen Mercuriusbeeldje

b)    Natuur en landschap

Veranderend landschap –

c)    Water – het belang van het Oer-IJ voor drinkwatervoorziening, vervoer, transport, en (internationale) handel.

d)    Veranderend grondgebruik –

e)    Militair landschap:

Romeinse forten bij Velsen –

f)     Cultuurhistorie?

Hoofdstuk 3. Vroege Middeleeuwen (450 – 1050,)

Karakteristiek voor deze periode: Het gehele estuarium verdwijnt onder het veen (waarvan vorming al einde regulier contact al begint). Begin van de veenontginningen. De Jonge duinen overstuiven de Oude duinen en de voormalige monding. Ontstaan van de Zuiderzee. Invoering Karolingische Domeinstelsel (Hofstelsel)

Prioritaire thema’s (“verhaallijnen”):

a)    Aardkunde en archeologie

Aardkunde; vervolg kustgenese –

Archeologie: Archeologie – Rijke bewoningsgeschiedenis uit merovingische en karolingische tijd. Oosterbuurt en Hilde – . De Krocht, Limmen – Menno Dijkstra. Groot Olmen –

b)    Natuur en landschap

Natuur: duinen –

Landschap; Historische geografie: Nederzettingen; verkavelingspatronen; ruimtelijke indeling –

c)    Water; zie bij 2c

d)    Veranderend grondgebruik;

e)    Militair landschap – Ontstaan Frankische Rijk.

f)     Cultuurhistorie en industrieel erfgoed.

Stichting Abdij van Egmond (begin 10e eeuw). Burchten c.a. –

Hoofdstuk 4. Late Middeleeuwen (1050 – 1500)        

Karakteristiek voor deze periode: Zeespiegelrijzing gaat langzaam voort. Het grondwater stijgt in de duinen. Grote waterpartijen ontstaan in het veen. Het Oer IJ verbreedt zich, voornamelijk door golfwerking. Het veen wordt bedijkt en beschermd, vorming van het veenweidegebied. De Abdij van Egmond ontwikkelt zich tot een religieus en cultureel centrum. Invoering feodale Leenstelsel.

Prioritaire thema’s (“verhaallijnen”):

a)    Aardkunde en archeologie

Archeologie: Akersloot –

b)    Natuur en landschap

Natuur –

Landschap –

c)    Water.

Eerste bedijkingen (rol Abdij van Egmond), vergroting van de veenstromen tot brede wateren (o.a. Schermer, Beemster, IJ), diverse verbindingen met zee via de meren. – .

d)    Veranderend grondgebruik.

Veenweiden met dicht ontwateringspatroon en lintbebouwing –

e)    Militair landschap – Burchten,

f)     Cultuurhistorie en industrieel erfgoed.

Uitvinding houtzaagmolen door Cornelis Corneliszoon –

Hoofdstuk 5. Nieuwe Tijd (1500 – 1850)

Karakteristiek voor deze periode: Droogmakerijen. Gouden eeuw. Gebruik van wind.

Prioritaire thema’s (“verhaallijnen”):

a)    Aardkunde en archeologie

Aardkundige ontwikkelingen?

Archeologie –

b)    Natuur en landschap

c)    Water

Droogmakerijen, voorheen doorgaande vaarwateren worden afgedamd (o.a. Crommenije) –

d)    Veranderend grondgebruik

e)    Militair landschap

Napoleontische tijd, Lunetten –  Vergeten oorlog.

f)     Cultuurhistorie en industrieel erfgoed. Houtzagerijen. Walvisvaart – . Vorming buitenplaatsen.

Hoofdstuk 6. Moderne Tijd (1850 – heden)      

Karakteristiek voor deze periode: Het IJ en het Wijkermeer worden ingepolderd. Het Noordzeekanaal wordt aangelegd. Industriële revolutie en verstedelijking van delen van het Oer IJ-estuarium. Gebruik van stoom. Drinkwater uit de duinen.

Prioritaire thema’s (“verhaallijnen”):

a)    Aardkunde en archeologie; speelt dat nog?

b)    Natuur en landschap

Poldergebied  – Ron van ’t Veer, Duingebied –

c)    Water

Verzoeting van het gebied. Aanleg sluizencomplex. Verbinding met de zee is hersteld via het Oerij-landschap –

d)    Veranderend grondgebruik

Op de hogere droge delen van het estuarium verregaande verstedelijking en aanleg infrastructuur. –

e)    Militair landschap

Stelling van Amsterdam

f)     Cultuurhistorie en industrieel erfgoed.

Hoofdstuk 7. Toekomst

Gedacht kan worden aan:

–       Bestaande toekomstvisies voor het Oer-IJ gebied

–       Geopark Oer-IJ

–       Duurzame ontwikkeling van de Oer-IJ regio

–       Zelfvoorziening en regionale economie

–       Gebruik van grondstoffen, materialen en energie uit natuur en landschap

–       Offensief benutten van het Oer-IJ tegen de klimaatverandering

–       Het Oer-IJ aanpassen aan de klimaatverandering

–       Onderzoek en ontwikkeling

–       Nationale en internationale samenwerking

–       Landschapsrivier Oer-IJ

–       Herstelmogelijkheden

Aanvulling.

Ad 1a: Zeker te vermelden: Stenen bijl Haarlem (van verslagen strandwal). Vlaardingen- en Enkelgrafcultuur (sporen en structuren Velserbroek). Bewoningssporen op de ouds bewaarde strandwal Spaarnwoude in het zuiden tot de wat minder oude bij Akersloot, en dan in de Bronstijd in toenemende mate, o.a. Velserbroek (zie ook rapport Jos Kleine, etc., etc).

Akersloot (Klein Dorregeest): Steentijd vondsten (toevallige vondst bij aanleg kelder huis, door Marc van Raaij van werkgroep Limmen).

Vondst van een Ruinen-Wommels I pot op weiland achter kerk bij Hortus Bulborum in Limmen in of rond 1950.

Ad 2a:

De overgang van dynamisch zeegat naar estuarium vergt een bijzonder accent.

Voor archeologie is dit deel van de Oer IJ-geschiedenis bijzonder interessant. Bedacht moet worden of we hier een uitgebreider overzichtsverhaal van de periode maken of verhalen van de aparte vondsten maken, of beiden.

Ad 3a: Zijn er voor deze periode specifieke opgravingen uitgevoerd die nadere aandacht behoeven?

Opgraving Uitgeest-de Dog: afstudeerscripties geschreven door Juke Dijkstra (nederzetting) en Jan de Koning (aardewerk) langs huidige Schulpvaart; zijtak Oer-IJ); ca. 700-900 AD.

Proefsleuven onderzoek Limmen-de Krocht (vondst Friese Krijger met vele seatta’s, etc.).

Ook denken aan de recente vroegmiddeleeuwse opgraving Zuiderloo te Heiloo?

Ad 3e: Noormannen bezoeken de kust (Egmond). Bronnen, vondsten?

Ad 4c: Schermutselingen rond de Zanddijk.

Ad 4e: Hoekse en Kabeljauwse twisten.

Ad 4f: Wat betreft het industrieel erfgoed komt hier ook de proto-industrie van de bleeknijverheid aan de orde. De fameuze Haarlemmer Bleek maakte gebruik van blekerijen in het Bloemendaalse en Santpoortse, die een directe waterhuishoudkundige link hadden met het IJ(meer). Verder groei van Beverwijk als stapelplaats

Ad 5e: In 1799 werd de brug over de Limmervoort opgeblazen.

Ad 6f: Met name groei van de haven van Amsterdam onderging en de wording van IJmuiden als vissershaven. Hoogovens. Corus, nu TATA Steel zou er nooit zijn gekomen indien de zandige kustlijn (direct samenhangend met de Oer-IJ-genese) als draagkrachtige ondergrond, én het Neo-IJ met zijn aan- en afvoer mogelijkheden niet was geweest.

Toeristisch recreatieve ontsluiting van het gebied, maar anderzijds ook het risico dat kwaliteiten van het gebied worden aangetast door ruimtelijke ontwikkelingen waarbij hiermee geen rekening wordt gehouden. “Onbekend maakt onbemind”, een aantrekkelijk, leesbaar en informatief boek over de vele kwaliteiten van het Oer-IJ gebied draagt bij tot het ontsluiten van de kwaliteiten en daarmee aan de bescherming ervan.

 

Status: Er is een projectplan, een voorlopige inventarisering voor de inhoud en aan de productie van het boek wordt gewerkt. Het bestuur houdt zich nu bezig met het zoeken van een uitgever en het samenstellen van een redactiecommissie.

Meer informatie: Piet Veel,
Telefoon 06-36482882
Mail veelpeit@gmail.com

WAT WILLEN WE MAKEN

  • Inleiding (wat willen we maken)

Een publieksboek dat de kwaliteiten van het Oer-IJ gebied in tekst en beeld ontsluit bestaat nog niet.

Een goede vorm voor een boek over een geografisch begrensd gebied  is een Atlas. Een atlas suggereert dat  kaarten daarin een prominente rol spelen. Maar de Atlas van het Oer-IJ gebied is meer: een kloek boek, aantrekkelijk vorm gegeven, met bijdragen van deskundigen en fraaie foto’s en afbeeldingen. Ook zal de atlas een gids zijn voor degenen die ‘het landschap willen lezen’, want veel van het verleden van het Oer-IJ is met een goede verwijzing nog waarneembaar en tastbaar aanwezig. Gedacht wordt aan een biografie van het Oer-IJ landschap. En dit alles voor een aantrekkelijke prijs.

  • Doel (waarom, motivering en kennisbelang)

In de afgelopen decennia is veel (wetenschappelijk en beleidsmateriaal beschikbaar gekomen over het Oer-IJ en het gebied waarin het stroomgebied nog altijd te herkennen is. Dit materiaal is echter nauwelijks toegankelijk voor een brede doelgroep van geïnteresseerde bewoners en bestuurders, gewoon omdat het in rapporten en losse kennisbronnen is beschreven. Een samenhangend beeld bestaat nog niet. Juist in de samenhang van de vele kwaliteiten wordt het belang van dit gebied voor bewoners en recreanten zichtbaar. Daarnaast zal de kennis van de streek in hoge mate bijdragen aan de versterking van de identiteit van de regio. Enerzijds valt er veel meer te genieten in een gebied dat momenteel te eenzijdig is gericht op duin en strand, anderzijds kunnen overheden en ondernemers in hun planvorming gebruik maken van de kwaliteiten van het gebied.

Een atlascommissie moet nader bepalen welke insteek voor deze atlas het best gekozen kan worden.

Organisatie: het bestuur van de Stichting Oer-IJ wordt opdrachtgever. Voor uitvoering wordt gekozen voor een projectvorm. Het bestuur benoemt een Atlascommissie (projectcommissie). Deze commissie (max 5 personen) is verantwoordelijk voor de uitvoering en fondsenwerving. In de commissie zit één persoon uit het bestuur. Deze commissie werkt het projectplan concreet uit en legt dit ter goedkeuring voor aan het bestuur. In het plan moeten go/no go  momenten worden ingebouwd die het bestuur de mogelijkheid geeft tussentijdse sturing te behouden. Voor het schrijven van de teksten wordt gedacht aan de deskundigen die worden gevraagd om een lezing te verzorgen voor de Oer-IJ Academie. Voor fotografie en cartografie moet worden bekeken of hiervoor nog aparte personen worden aangetrokken. Voor eindredactie, opmaak en druk worden professionals ingeschakeld.

Vorm en oplage: als voorbeeld voor de vorm kunnen de Atlas Amstelland (140 pagina’s) en Atlas van de Zoogdieren van Noord-Holland (250 pagina’s) dienen.

·         Afmeting: 25 x 35
·         Gebonden
·         Hard cover (stofomslag optioneel)
·         Verhouding beeld en tekst: 50/50
·         Woorden per pagina: 500
·         Oplage: 1000
·         Prijsindicatie: 35,-

Planning (stappen, moet nog nader in de tijd worden uitgezet)

·         principe besluit bestuur
·         formeren van een atlascommissie (en benoemen projectcoördinator)
·         opstellen en uitwerken van het projectplan
·         opstellen van een fondsenwervingsplan
·         kiezen van uitgever
·         besluit bestuur over uitvoering van het project
·         fondsen werven, content en beeld verzamelen
·         besluit over uitgave door bestuur
·         manuscript opleveren
·         eindredactie, vormgeving en druk

Kosten en Financiering

Omdat grotendeels met vrijwilligers wordt gewerkt zullen de kosten vooral in professionele begeleiding, eindredactie, opmaak en druk gaan zitten. Een vergelijkbaar project kende een begroting van 70.000 euro aan kosten om het boek in de distributie te brengen. Dit bedrag wordt als indicatie aangehouden. Een groot deel van de oplage is bestemd voor de verkoop. Bij een verkoop van 700 exemplaren in het eerste jaar betekent dit een opbrengst van 25.000 euro. De resterende 45.000 euro moet uit fondsenwerving komen.

 

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.