Organisatie

Uitgelicht

De stichting Oer-IJ, Geopark i.o. is een bewonersinitiatief ; met een compact bestuur, vaste adviseurs, een verenigde vergadering als klankbord, verschillende werkgroepen voor een tiental projecten, samenwerkingspartners en sympathisanten. Op onderliggende pagina’s meer achtergrondinformatie over de mensen die daar bij zijn betrokken en hun werkzaamheden in dit verband.

De stichting heeft als ideële organisatie een ANBI-status, wat voor sponsors en donateurs fiscale voordelen oplevert.

 

 

Negen werkgroepen

Uitgelicht

Onder de paraplu van de Stichting Oer-IJ worden diverse initiatieven ontplooid. Dat gebeurt vanuit de eigen organisatie, maar ook door groepjes mensen die min of meer zelfstandig opereren. Ze werken vanuit dezelfde doelstelling, maar hebben hun eigen activiteiten en agenda. Op deze website is een aparte plek voor deze ‘Werkgroepen’ ingericht, waar ze de ruimte hebben om verslag te doen van hun werkzaamheden. Inmiddels zijn acht werkgroepen actief.

De werkgroepen binnen onze organisatie zijn zo belangrijk dat ze een eigen plek hebben op de site. Hier staat een overzicht dat verwijst naar het onderdeel waar meer informatie wordt gegeven over hun samenstelling, specifieke taken en bezigheden.

Werkgroep Beverwijk.

Ideeën voor De Buitenlanden

Namens de werkgroep Beverwijk heeft Stichting Oer-IJ bij het Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer (Raum) een notitie ingediend met projectideeën voor toekomstige ontwikkeling van het gebied De Buitenlanden. Hieronder de letterlijke tekst. Auteur is Jos Teeuwisse.

Introductie

Stichting Oer-IJ stelt zich als doel om het gevarieerde landschap in de driehoek Velsen-Alkmaar-Zaanstad te ontsluiten voor bewoners, recreanten en toeristen. In dit gebied is de rijke ontstaansgeschiedenis, waarin de natuur en de mens het landschap hebben gevormd en nog altijd veranderen, goed (terug) te lezen. Voor de doorsnee bezoeker is wel wat uitleg nodig om dit gelaagde landschap te doorzien. Door middel van verhalen wil de Stichting Oer-IJ het gebied beter beleefbaar maken. Voor de overwegend stedelijke bevolking in deze noordvleugel van de Randstad is een kwalitatief hoogwaardige omgeving van groot belang voor betrokkenheid bij de eigen regio. Het nu nog relatief onbekende Oer-IJ gebied krijgt door een aantrekkelijke ontsluiting meer waarde voor recreanten/toeristen die nu nog overwegend op historische steden en de kust gericht zijn.

De onderstaande projectideeën kunnen het gebied De Buitenlanden en omgeving een sterke recreatieve/toeristische impuls geven:


Oertijd boerderij

Uit archeologische opgravingen is gebleken dat het Oer-IJ gebied al duizenden jaren intensief wordt bewoond. Door vondsten in de Broekpolder en de polders onder Assendelft hebben archeologen een goed beeld van boerderijbouw uit vroegere perioden. Voorbeelden elders in Nederland (Archeon, Lelystad, Borger) laten zien dat er veel publieke belangstelling bestaat voor reconstructies van boerderijen uit de oertijd. Een levensechte reconstructie biedt tevens de mogelijkheid om het verhaal van het landschap, leven en werken uit die periode zichtbaar te maken. Ook voor scholen uit de regio biedt een tastbare oertijdboerderij een goed aanknopingspunt voor bijv. geschiedenisonderwijs van de eigen streek. Samen met historische en archeologische verenigingen en werkgroepen uit de regio kan een keuze gemaakt worden voor het te reconstrueren type. Dit project kan heel goed gekoppeld worden aan een moderne bezoekboerderij. Voor Stichting Oer-IJ biedt de oertijdboerderij een goede mogelijkheid om een deel van het verhaal van de historie van het landschap te vertellen.

Uitkijkpunt Aagtenpark

Op de voormalige Aagtenbelt wordt een park aangelegd. Het hoogste deel nabij de A9 biedt een fraai uitzicht over het omringende historische polderlandschap (waaronder De Buitenlanden). Het zichtbare landschap kent een rijke geschiedenis en het uitkijkpunt biedt een uitgelezen kans om die geschiedenis te vertellen d.m.v. informatiepanelen. De waarde van dit uitkijkpunt wordt nog vergroot door er iets bijzonders van te maken, een object dat door z’n vormgeving automatisch bezoekers trekt. Samen met regionale kunstenaars zou een uitdagend ontwerp gemaakt moeten worden dat dit punt een unieke beleving geeft. Het uitkijkpunt Aagtenpark kan onderdeel gaan uitmaken van een toeristische route langs meerdere uitkijkpunten in het Oer-IJ gebied; zoals Nauerna, Fort Krommeniedijk, Erfgoedpark De Hoop, Papeberg, etc.

DSC_0282

Informatiepunt Fort St. Aagtendijk

In dit fort, behorende tot Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, kunnen enkele ruimtes worden ingericht met een permanente expositie over het landschap in de IJmond van de moderne tijd (vanaf de 19e eeuw tot nu). In de afgelopen paar eeuwen is het landschap in dit deel van het Oer-IJ gebied ingrijpend gewijzigd door de aanleg van het Noordzeekanaal.  Industrie, verstedelijking en grootschalige infrastructuur domineren nu het westelijke deel van het landschap tussen het voormalige Wijkermeer en de kust. Het oostelijk deel (De Buitenlanden e.o.) is de groene tegenhanger van dit verstedelijkte gebied. Een informatiepunt in het fort biedt recreanten en toeristen een goed startpunt om de omgeving te gaan verkennen en beleven omdat hier informatie wordt geboden over de recente geschiedenis en de aanwezige waarden in dit deel van het Oer-IJ gebied. Samen met lokale historische verenigingen, Landschap Noord-Holland, Stelling van Amsterdam en de gemeente Beverwijk moet dit idee verder worden uitgewerkt.

De hierboven beschreven projectideeën bieden in hun samenhang een enorme kans om van De Buitenlanden een recreatief/toeristische hotspot te maken.

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

Lia Vriend van de Stichting Oer-IJ over de Buitenlanden

Het woord ‘Buitenlanden’ duidt op buitendijks land. Het was gelegen langs de randen van het Wijkermeer en aansluitend in de bedding van de Crommenije.

De Crommenije is een veenstroom die in de Middeleeuwen is ontstaan. In de vroege Middeleeuwen komen de huidige, hoge jonge duinen tot ontwikkeling  en worden de moerassen landinwaarts ontgonnen. Door de ontwatering van het moeras daalt de veenbodem. Er ontstaan grote meren als Schermer en ‘Langemeer’ (nu Uitgeester- en Alkmaardermeer) Ook het IJ en Wijkermeer worden breder. Er ontstaat een omkering van het reliëf en de waterlopen gaan niet land naar zee, maar richting het merengebied.

Tussen het Wijkermeer en het Uitgeestermeer ontstaat een waterloop die de naam ‘Crommenije’ krijgt. Via deze veenstroom kan het water dat uit de Zuiderzee via IJ en Wijkermeer binnen komt tot ver landinwaarts voor overstromingen zorgen. Om de bestaande dorpen en akkers tegen overstroming te beschermen worden er vanaf de 11e eeuw dijken aangelegd.

De Sint Aagtendijk , die in eerste instantie om de geest van Beverwijk lag, wordt nu doorgetrokken langs de Crommenije tot aan Akersloot. Aan de oostkant wordt de Assendelver Zeedijk aangelegd en ontstaat de Assendelverpolder. Als de Crommenije bij Busch en Dam wordt afgedamd, is er geen stroming meer en begint de bedding van de Crommenije vol te slibben. Dit zijn dan ‘Buitendijkse landen’.

Toen na de grote overstromingen van kerst 1717 in 1718 de ‘Nieuwe overdijking’ aangelegd  werd bleef van de Crommenije alleen de Kil over. Zuidelijk hiervan lag dus het nog open Wijkermeer, dat ook steeds meer aan de randen verlandde (Buitenlanden en Meerweiden).

Toen in 1875 bij de aanleg van het Noordzeekanaal IJ en Wijkermeer drooggelegd werden, hadden de Buitenlanden geen contact meer met het buitenwater en werden ook polders. De Buitenlanden liggen dus in de bedding van de Crommenije en binnen het Wijkermeer.

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

 

Werkgroep Arrangementen

excursie oer-ij 2

Een excursie met een gids in het buitengebied. Een van de mogelijkheden om de geheimen van het Oer-IJ te ontdekken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Stichting Oer-IJ ziet mogelijkheden om in samenwerking met andere partijen arrangementen te ontwikkelen waarbij deelnemers op een actieve en attractieve manier kennis kunnen maken met de bijzondere kwaliteiten van het landschap en de ontstaans- en bewoningsgeschiedenis van dit historisch bijzondere gebied.

Met de komst van het Archeologisch Centrum voor Noord-Holland naar Castricum en de opening van de permanente tentoonstelling in Huis van Hilde daar doen zich nieuwe mogelijkheden voor om arrangementen te ontwikkelen waarbij het publiek een bezoek aan de expositie binnen combineert met een excursie in het buitengebied. Daarbij kan, door de aanwezigheid van een restaurant, ook een lunch of gevulde picknickmand worden aangeboden.

De aanwezigheid van een treinstation, de mogelijkheid om fietsen te huren en de goede bereikbaarheid van het Oer-IJ gebied vanuit Castricum maken een dergelijk voornemen tot een kansrijk initiatief.

De Stichting Oer-IJ ziet hierin voor zichzelf een voortrekkersrol weggelegd, te meer daar het sinds kort kan beschikken over een groep eigen gidsen, die voor de arrangementen kunnen worden ingezet.

Huis van Hilde is organisatie-partner. Ook wordt gewerkt aan structurele samenwerking met het PWN, vanwege het bezoekerscentrum De Hoep en de campings Geversduin en Bakkum. De ondernemersvereniging van strandexploitanten CaaZ en het recreatieschap Raum kunnen ook worden uitgenodigd om mee te praten.

Status werkgroep arrangementen: is met een eerste arrangement van start gegaan.  Wie belangstelling heeft om mee te doen aan de opzet en uitvoering van dit project neemt contact op met coördinator excursies en arrangementen .

Onze coördinator rondleidingen & arrangementen is Erwin Molenaar. Hij organiseert de activiteiten van onze gidsen. Wie graag een excursie op maat wil neemt contact met hem op. Bel 06 30010076, of stuur een mail  naar olwin@casema.nl .

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

 

Werkgroep Fietsrouteproject

fietsen

Met fietsroutes wordt het voor een breed publiek straks mogelijk op eigen gelegenheid sportief kennis te maken met het Oer-IJ gebied, waarbij gebruikers met bewegwijzering, een kaart, een boekje, een app, een website en infopanelen worden geïnformeerd over de ontstaan- en bewoningsgeschiedenis van dit bijzondere gebied.

Bij de opzet van de fietsroutes in het Oer-IJ gebied laten de samenstellers zich leiden door  zes thema’s die als verhaallijnen in ons Plan van Aanpak zijn opgenomen. Dat zijn Archeologie & Aardkunde, Natuur & Landschap, Grondgebruik & Landbouw, Water en nog eens water, 2000 jaar Oorlog & Vrede en Cultuurhistorie & Industrieel erfgoed.

Aanvankelijk was het de opzet voor elk onderwerp een aparte route uit te zetten, maar bij de voorbereiding bleek dat de tochten voor recreanten dan te lang zouden worden om in een keer te kunnen afleggen. Daarom is nu gekozen voor een geografisch opzet, waarbij het Oer-IJ gebied is zes delen wordt opgeknipt en ook vanuit verschillende startplaatsen benaderd kan worden. De specifieke informatie over ontstaan-, bewoningsgeschiedenis en landschapskenmerken worden dan gecombineerd.

De ambitie van de samenstellers met de fietsroutes is meer verdieping en samenhang te kunnen bieden dan de bestaande tochtjes, die meer algemeen van inhoud en opzet zijn en waar maar  beperkt aandacht wordt besteed aan de kwaliteit en kwetsbaarheid van het Oer-IJ gebied. Voor de deelnemers uit de regio en van verder weg moet het een expeditie worden, een ontdekking tocht. Met de nieuwe informatie gaat een wereld voor ze open.

Inmiddels hebben de Rabobank Noord-Kennemerland en de Stichting TriaArcus uit Heemskerk zich als sponsors aan het project verbonden. Er lopen nog aanvragen bij diverse fondsen. Binnenkort kan financieel de balans worden opgemaakt en zal in overleg met diverse partners worden besloten hoe en wanneer het project wordt uitgevoerd. Uiteindelijk bepaalt ook hier de financiële ruimte in hoeverre onze ambities kunnen worden waargemaakt.

Bij de voorbereiding wordt onder meer samengewerkt met Recreatiebedrijf Noord-Holland NV, een onderneming die veel ervaring heeft met recreatievoorzieningen op het gebied van fiets- en wandelroutes. Door samen op te trekken moet het ook gemakkelijk worden de Oer-IJ gemeenten Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Heiloo, Uitgeest, Velsen en Zaanstad mee te krijgen.

Voorzitter van de werkgroep fietsrouteproject is Léon Klein Schiphorst. Sociaal geografe Lia Vriend stelt de routes samen. Voor meer informatie stuur een mail naar kleinschiphorst@quicknet.nl of bel 06 3492 5839.

Status: Aan de financiering, routes en organisatie wordt momenteel druk gewerkt. Voorzitter werkgroep: Léon Klein Schiphorst, tel 06 3492 5839, mail kleinschiphorst@quicknet.nl

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

 

Werkgroep Oer-IJ Academie

 

DSC_0125

Coördinator van de lezingen Hans van Weenen leidt zelf de lezingen in.

 

 

 

De.Oer-IJ Academie organiseert lezingen, een opleiding tot ambassadeur van het Oer-IJ voor recreatieondernemers en de gidsencursussen.
Status werkgroep: Is operationeel. Het laatste nieuws en meer achtergronden over diverse onderdelen kunnen worden gelezen in de rubriek Academie onder het kopje Wat doen wij. Klik hier om daar in 1 keer naar toe te gaan.

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

 

Verslag werkconferentie

Gedeputeerde Jaap Bond steunt Oer-IJ initiatief.

.

Gedeputeerde Jaap Bond (Foto Henk. Z. Hommes)

Voor gedeputeerde Jaap Bond is het Oer-IJ gebied door zijn specifieke landschapskwaliteiten waardevol genoeg om meer concreet te betrekken bij het provinciaal ruimtelijk beleid in de nabije toekomst. Hij onderkent de unieke natuurhistorische waarde, ziet zeker kansen voor duurzame recreatie en beschouwt de groene open ruimte ook als een belangrijke economische factor voor een succesvol woon- en werkklimaat voor de regio.

De gedeputeerde zei dat vrijdag tijdens een werkconferentie voor bestuurders en ambtenaren over duurzaam toerisme in de groene driehoek Alkmaar, Zaanstad, Velsen. De bijeenkomst, gehouden in het PWN-bezoekerscentrum De Hoep, was georganiseerd door de Stichting Oer-IJ. De gedeputeerde nodigde de aanwezige wethouders, ambtenaren nadrukkelijk uit om samen met de bewoners te verkennen waar de mogelijkheden liggen om dat beleid vorm te geven. Hij wil de input vanuit het gebied betrekken bij het opstellen van een nieuwe ‘omgevingsvisie’ waaraan de provincie werkt. De discussie hier moet zeker een vervolg krijgen, zei de provinciaal bestuurder.

De gedeputeerde moest bekennen dat hij de bijzondere waarde van het Oer-IJ gebied pas was gaan beseffen toen hij er recent door een gids werd rondgeleid. Hij was verrast door wat je er nog van de ontstaansgeschiedenis van het landschap terug kan zien. Een fantastisch verhaal; te onbekend en het vertellen waard, was zijn conclusie. ,,Een fascinerend landschap dat nog veel geheimen herbergt’’.

Leuk voor recreatie van eigen inwoners, maar ook voor verblijfstoerisme van buitenlanders. Zeker nu uit onderzoek blijkt dat toeristen eenmaal ter plaatse, bereid zijn twee keer een uur te reizen om een dag-bestemming te bereiken. Wel moet er dan een voorzieningenniveau zijn om die bezoekers te kunnen faciliteren. Denk daarbij aan overnachtingsmogelijkheden, horeca en mogelijkheden om iets te beleven. Belangrijk is dan het verhaal. Wat er zo bijzonder is. Er valt meer te zien dan je zo op het eerste gezicht zou vermoeden, weet nu ook de gedeputeerde. Zelf een natuurliefhebber en enthousiast wandelaar.

Jaap Bond heeft naast natuur & recreatie ook economie in zijn portefeuille. Hij legt bij een beoordeling van het landschap een nadrukkelijke relatie met de kapitale waarde van zo’n gebied. De gedeputeerde is van mening dat de waarde van groen & ruimte in geld uitgedrukt net zo hoog kan worden ingeschat als die van een wijk, kantorencomplex of bedrijventerrein. Bij locatiekeuzes letten ondernemers en investeerders steeds meer op het vestigingsklimaat, waarbij de aanwezigheid van natuur in de omgeving een belangrijke rol speelt. Het draagt belangrijk bij aan de kwaliteit van een regio. ,,Ontwikkelaars besteden elders miljarden aan groen, hier is dat landschap al aanwezig. Daar moeten we dus zeer zorgvuldig mee omgaan en zuinig op zijn’’.

De provincie voorspelt een oplopende druk op het gebied vanwege de behoefte aan meer woningen rondom Amsterdam. Jaap Bond voorziet dat de grenzen van de metropoolregio worden opgetrokken, met name richting het noorden. Zuidelijk legt Schiphol te veel beperkingen op. Er zullen de komende 25 jaar nog zo’n 500.000 bewoners in de regio gehuisvest moeten worden. Gezien de omvang en complexiteit van die taakopdracht bepleit de gedeputeerde een gezamenlijke regionale aanpak, met een speciale rol voor de betrokken burgers.

De gedeputeerde vertelde dat de provincie werkt aan een omgevingsvisie en hij nodigde iedereen nadrukkelijk uit daar een bijdrage aan te leveren. ,,Voer je zo’n discussie op inhoud, met argumenten en met passie dan weet ik zeker dat er ook geluisterd wordt naar de mensen die zich inzetten voor de cultuurhistorische waarde en kwetsbaarheid van het gebied.’’ In dit verband maakt Jaap Bond de Stichting Oer-IJ een groot compliment voor het initiatief, zich zo belangeloos en gemotiveerd voor het behoud van het landschap in te zetten. ,,Als het lukt economie, recreatie en toerisme in het beleid te koppelen aan natuur, landschap en cultuurhistorie is het ook gemakkelijk zo’n gebied met rust & ruimte in stand te houden’’.

 

Voorzitter Evert Vermeer

Voorzitter Evert Vermeer in gesprek met Jaap Bond . (Foto Henk. Z. Hommes)

Voorzitter Evert Vermeer van de Stichting Oer-IJ vertelde de aanwezige bestuurders en ambtenaren meer over de doelstellingen en activiteiten van de Stichting Oer-IJ. Hij stelde vast dat er veel redenen zijn om zuinig te zijn op het gebied, en dat bij bewoners en bezoekers een groeiende behoefte bestaat aan natuur met rust & ruimte. Een eigen vertrouwde regio waar mensen zich thuis en veilig voelen. Zeker in deze tijd van grote maatschappelijke beroering en onzekerheid. Daar zijn alle geleerden het over eens.

Bij veel van de activiteiten die de stichting organiseert en nog op de agenda heeft staan worden de inwoners betrokken. Ze kunnen lezingen volgen, informatieve fietstochtjes maken of zich inschrijven voor thematische wandelingen. Het zal allemaal bijdragen aan het besef dat hier iets bijzonder waardevols aanwezig is. Evert Vermeer deed een oproep aan alle aanwezigen om open te staan voor burgerinitiatieven en in het maken en uitvoeren van beleid meer rekening te houden met de specifieke kansen die het historische Oer-IJ landschap biedt.

Veel regio’s in Noord-Holland hebben een meer herkenbare identiteit. Bij het Oer-IJ landschap moet dat meer zichtbaar worden gemaakt, is het nodig een verhaal te vertellen. Die zijn er genoeg. ,,Het groene gebied tussen Zaanstad, Velsen en Alkmaar staat nog onvoldoende op de kaart. Een betere positionering vraagt om samenwerking van alle BUCH-gemeenten, de Zaanstreek en IJmond. Ons werk krijgt pas betekenis als bij overheden een zelfde gevoel over de kwaliteit en kansen van dit landschap ontstaat en ze daar ook mee aan de slag gaan’’, aldus Evert Vermeer.

 

Adviseur Rik de Visser

Landschapsarchitect Rik de Visser, directeur van Bureau Vista en adviseur van de Stichting Oer-IJ, hield het gezelschap bestuurders en ambtenaren voor dat het Oer-IJ gebied te weinig betrokken wordt bij de ruimtelijke ordening. Het is een vergeten gebied dat in studies en visies nauwelijks of niet wordt genoemd. Hij bepleitte een aanpak waarbij de geschiedenis van het oorspronkelijke getijdenlandschap meer richtinggevend wordt bij de toekomstige invulling van de metropoolregio Amsterdam. Daar liggen volop kansen.

Als concreet voorbeeld noemde Rik de Visser de schetsplannen die zijn gemaakt voor de zogenaamde Zaancorridor, een aantal mogelijke bouwlocaties rond OV-knooppunten in Noord-Holland. Juist daar liggen mogelijkheden om met het oude landschap verbindingen te zoeken. De fantasie te prikkelen, de verbeelding te betrekken bij een kwalitatief onderscheidende invulling. ,,Wij bepleiten als stichting niet alleen behoud en bescherming, maar zijn er juist voor om op een dynamische manier de geschiedenis bij verdere ontwikkelingen in de toekomstplaatjes te betrekken. Een relatie te leggen met het landschap dat zo bepalende is geweest voor het ontstaan en de ontwikkeling van dit gebied ’’, aldus Rik de Visser.

Aan de hand van het Plan van Aanpak van de Stichting Oer-IJ, waarvan hij een van de auteurs is, gaf de landschapsarchitect voorbeelden van hoe je de geschiedenis tastbaar en beleefbaar kunt maken. Ook de noodzaak voor het zoeken naar waterberging vanwege de klimaatwijziging biedt nieuwe mogelijkheden om de zichtbaarheid van het gebied in beeld te brengen. Zo kan het krekenlandschap beter en samenhangend worden ontsloten en ook meer toegankelijk worden gemaakt voor de recreërende bewoners. ,,Het is niet zo makkelijk als het misschien lijkt, maar er liggen genoeg kansen en uitdagingen, waar wij graag over meedenken’’.

 

Eric Grootscholte van LAgroup, adviseur toeristische gebiedsontwikkeling

Het toerisme zal de komende decennia verdubbelen, voorspelde Eric Grootscholte. De vraag is in hoeverre het Oer-IJ gebied daar op de korte termijn iets van zal merken. Er ontstaat wel enige overloop, maar de meeste buitenlanders kiezen toch voor de bekende bezienswaardigheden. De druk op het gebied en de vraag naar recreatiemogelijkheden zal wel toenemen door de verwachte bevolkingsgroei. Daar liggen ook de kansen.

Volgens Eric Grootscholte is het belangrijk dat de regio gezamenlijk werkt aan een profilering van de kwaliteiten in het gebied. Zorgt voor een herkenbare identiteit, een eenduidig verhaal. ,,Bij mij bestaat de indruk dat de bestuurders en beleidsmakers te veel met hun rug naar het Oer-IJ landschap staan en zich te eenzijdig en te individueel richten op de eigen kust met de zee en het strand. De aanpak is nu te versnipperd. Niet regionaal samenhangend.’’

Bij zijn analyse van de potentiële bezoekers ziet hij vooral oudere mensen, met veel vrije tijd, met genoeg geld en met interesse in geschiedenis en natuur. ,,Dan moet je verhalen vertellen en die zichtbaar maken. Zorg voor points of interest. Dan krijg je ze in je gebied’’.

De door de Stichting Oer-IJ benoemde icoonprojecten als een Steentijdboerderij, de houtzaagmolen van Cornelis Corneliszoon van Uitgeest en het Huis van Hilde noemt Erik Grootscholte goede voorbeelden van storytelling waar de ‘zilveren generatie’ graag voor naar een gebied komt. ,,De verhaallijnen moeten aanspreken; authentiek en spannend zijn. Mensen moeten zich er mee kunnen identificeren. Ga daarom bij het uitwerken van een concept altijd uit van de eindgebruiker. Kijk goed naar zijn leefstijl, zijn interesses’’.

De vrijetijdswetenschapper pleit in het overbrengen van het verhaal ook nadrukkelijk voor een mix van communicatiemiddelen. Niet alleen virtueel met app’s en zo, maar ook tastbaar met iconische voorwerpen of tastbare zaken die het gebied een gezicht geven. Zorg voor een heldere zichtbare boodschap. Recreatie en educatie kunnen dan goed samen gaan. Ontspanning, waar je ook nog wijzer van wordt. Leuk te weten en om door te vertellen. Zo kun je een gebied goed verkopen.

 

Agenda voor het Oer-IJ

De werkconferentie werd afgesloten met een plenaire discussie over de besproken thema’s. Dat gebeurde onder leiding van Jef Mühren, directeur MOOI Holland, een onafhankelijke en niet-commerciële adviesorganisatie op gebied van landschap, stedenbouw, architectuur en cultuurhistorie in Noord-Holland. Hij werd bijgestaan voor een deskundigenpanel met Jan Dirk Hoekstra (provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit bij de provincie Noord-Holland),  Saskia Geraeds (hotel Huize Koningsbosch in Bakkum en Oer-IJ ambassadeur), Margriet Drijver (bestuurslid Geopark de Hondsrug in Drenthe) en Jos Teeuwisse (secretaris Stichting Oer-IJ).

Vanuit de discussie is een ‘Agenda voor het Oer-IJ’ geformuleerd met een aantal aandachtspunten en aanbevelingen die de deelnemers van de conferentie en de bestuursleden van de Stichting Oer-IJ mee naar huis nemen. De bijeenkomst krijgt een vervolg in een breder symposium waar ook vertegenwoordigers vanuit de politiek, het recreatieve bedrijfsleven en natuurorganisaties voor worden uitgenodigd.

 

Enkele besproken zaken verdienen nog een aparte vermelding.

Toeristisch Netwerk

Gerlof Kloosterman van de gemeente Heerhugowaard was aanwezig als vertegenwoordiger toeristennetwerk Alkmaar en omgeving, waarin 18 gemeenten samen optrekken. Er is ook regulier contact en afstemming met Metropool Regio Amsterdam. Hij nodigde staande de vergadering de Oer-IJ regio gemeenten uit ook mee te doen met dit netwerk. Wat met applaus werd begroet.

Het toeristennetwerk Alkmaar heeft een toeristische visie opgesteld waarin het Oer-IJ nadrukkelijk wordt genoemd. Het getijdenlandschap strekt zich namelijk uit tot in Laag Holland. Een van de aanbevelingen in het beleidsdocument is historische verhalen te verbinden met het toeristisch routenetwerk. Uit onderzoek blijkt dat 40 procent van de eigen inwoners de regionale geschiedenis van het landschap (nog) niet kent. Daar kun je wat mee.

 

Geen actiegroep

Vanuit de bestuurlijke hoek werd opgemerkt dat de Stichting Oer-IJ zich vooral moet blijven bezighouden met het benoemen van de kwaliteiten en kansen van het landelijk gebied. Wanneer ze zich teveel gaat profileren als organisatie die uitgesproken standpunten over beleid en besluiten gaat innemen, loopt de organisatie het risico gemeenten als partner te verliezen. De opmerking was vooral ingegeven door afwijzing van de locatiekeuze voor een opstelterrein van Sprinters in het krekenlandschap bij Uitgeest.

Voorzitter van de Stichting Oer-IJ Evert Vermeer reageerde op de uitspraak door nadrukkelijk te verklaren als organisatie geen actiegroep te willen zijn. Het gaat vooral om het benoemen, meedenken en uitdragen van zaken die het Oer-IJ gebied aangaan. Maar soms bij hele ingrijpende kwesties komt dat dicht bij een politieke uitspraak. Maar dan nog gaat het vooral om een analyse en het aandragen van alternatieven. ,,Uiteindelijk gaan we er niet dwars voorliggen.’’

 

Steun Geopark

Drenthe heeft met de Hondsrug het eerste en tot nu toe enige Geopark van Nederland. Bestuurslid Margriet Drijver vertelde dat die status op plek op de Werelderfgoed van Unesco het gebied een enorme impuls heeft gegeven. Niet alleen in de erkenning als een landschappelijk uniek gebied, maar ook in economisch opzicht voor het recreatieve bedrijfsleven.

In Drenthe is het Geopark een initiatief geweest van het provinciebestuur. Daar zijn ook de middelen beschikbaar gesteld om dit doel te kunnen bereiken. Bij het Oer-IJ gebied komt het idee bij een grote groep burgers vandaag. Ze feliciteerde de bestuurders met zoveel betrokkenheid. ,,Dit enthousiasme moet door het bestuur omarmt worden en verdient steun van de lokale overheid.’’

 

Arrangementen

Saskia Geraeds (van hotel Huize Koningsbosch) is ondernemer in het Oer-IJ gebied. Ze vertelde dat haar gasten zonder uitzondering zeer verrast en enthousiast reageren op Oer-IJ excursies die ze organiseert. ,,De mensen zeggen altijd; nooit geweten dat het hier zo mooi is. We willen het aantal rondleidingen gaan uitbreiden. Amsterdam ligt zo dichtbij, wij zien veel mogelijkheden’’.

 

Ruimtelijke kwaliteit

Jandirk Hoekstra, onafhankelijk adviseur ruimtelijke kwaliteit bij de provincie Noord-Holland en directeur van H+N+S Landschapsarchitecten, een bureau met een grote reputatie op het gebied van innovatieve plannen op het raakvlak van water, natuur, energie en verstedelijkingsvraagstukken, heeft zich eerder mild kritisch opgesteld als het ging over het Oer-IJ als bindend gebiedsconcept. Tijdens de conferentie moest hij bekennen dat het gegeven voor hem meer is gaan leven en aan betekenis heeft gewonnen.

 

De Agenda met aandachtspunten voor het Oer-IJ gebied. Het zijn stellingen op basis van de discussie geformuleerd. In willekeurige volgorde.

  • Vorm vinden voor structurele bovenlokale en bovenregionale afstemming en toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen in het Oer-IJ gebied;
  • Ook aandacht besteden aan Oer-IJ verhaal binnen de bestaande bebouwde omgeving, waar nog resten van het oude landschap zichtbaar zijn of zichtbaar gemaakt kunnen worden;
  • Niet alle aandacht laten uitgaan naar het groene gebied, ook de aansluiting met de verstedelijking en de samenhang van de bebouwing tussen Haarlem en Heerhugowaard in het overgangsgebied van kust naar achterland in de beschouwing meenemen.
  • Plannen voor Zaancorridor als concreet project benoemen voor onderzoek naar mogelijkheden van een aanpak waarbij het betrekken van landschapshistorie voor een kwalitatieve impuls zorgt en een toegevoegde waarde kan zijn;
  • Bij elke ruimtelijke ontwikkeling zouden gemeenten in het gebied de plannen moeten toetsen aan een aantal Oer-IJ criteria.
  • Er moet meer structuur komen in samenwerking tussen bewonersinitiatieven als dat van de Stichting Oer-IJ en overheden.
  • Bij de begrenzing van het Oer-IJ gebied niet te strikt kijken naar het getijdenlandschap, maar het meer zien als onderdeel van een groter gevarieerd landschap waar ook de duinen en het veenweidegebied toe behoren. Bezie dan ook meteen het aantal gemeenten in het nu beschreven werkgebied.

 

Ten slotte

PWN stelde de conferentieruimte in De Hoep beschikbaar. Sjakel van Wesemael, sectormanager Natuur & Recreatie bij het PWN, deed dat graag. ,,Al was het alleen maar vanwege het feit dat het bezoekerscentrum van het provinciaal bedrijf Water & Natuur midden in de monding van het Oer-IJ ligt,’’ sprak ze. Aan die bijzondere locatie zal binnenkort aandacht worden besteed in de permanente expositie van De Hoep.

De gemeente Castricum heeft de werkconferentie met een subsidie financieel mogelijk gemaakt. Wethouder Kees Rood sprak in een afsluitend woord beeldend over zijn jeugd, die hij midden in het Oer-IJ gebied doorbracht. De gemeente noemt in een nieuwe structuurvisie recreatie & toerisme het Oer-IJ van onschatbare waarde. In een ‘ontwikkelagenda’ voor de komende 4 jaar wordt bepleit het verhaal van het landschap meer zichtbaar en beleefbaar te maken. De gemeente ziet het gebied als een potentiële drager van het dagtoerisme. Of zoals de wethouders het zei: een prachtig landschap van linten, parels en verborgen schatten.

Op vrijdag 09 december is in het bezoekerscentrum De Hoep te Castricum door de Stichting Oer-IJ een werkconferentie gehouden voor bestuurders en beleidsambtenaren uit de regio. Aanwezig waren vertegenwoordigers van de provincie, acht gemeenten en diverse aan de overheid gelieerde organisaties.Onderwerp was met elkaar na te gaan in welke zin het ‘vergeten’ Oer-IJ landschap een verbindend gebiedsconcept kan zijn bij het ontwikkelen van een integraal beleid voor duurzaam toerisme & recreatie. Hiernaast is het verslag van die dag te lezen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Eric Grootscholte van LAgroup sprak als adviseur toeristische gebiedsontwikkeling. Wie hier klikt kan de beelden die hij gebruikte bij zijn presentatie terugzien.

 

 

 

 

 

 

Landschapsarchitect Rik de Visser, directeur van Bureau Vista en adviseur van de Stichting Oer-IJ hield zijn gehoor voor dat bij de ruimtelijke ordening te weinig rekening wordt gehouden met de kwaliteiten van het Oer-IJ gebied. Hij ondersteunde zijn verhaal met een presentatie. Klik hier om die te kunnen zien.

 

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

Werkgroep Oer-IJ Atlas

atlassenHet uitgeven van een ‘Atlas van het Oer-IJ’ als een leesbaar en rijk geïllustreerd boek moet tastbaar maken waar het om gaat als we spreken over een geologisch, archeologisch, landschappelijk en historisch bijzonder gebied. In zo’n uitgave zullen de thema’s en verhaallijnen uit het Plan van Aanpak leidend zijn.

De werkgroep Atlas heeft zich onder voorzitterschap van Piet Veel gebogen over de inhoud van een boek dat alle facetten van het Oer-IJ gebied moet belichten. Er is eerst een plan van aanpak gemaakt en daarna een inventarisatie voor de inhoud opgesteld. Dat laatste stuk wordt de basis voor de samenstelling van de uitgave. Een nog te benoemen redactiecommissie gaat zich nu verder bezighouden met de praktische realisering van een Oer-IJ Atlas.

Bijgewerkt concept inhoudsopgave

INHOUDSOPGAVE ATLAS OERIJ

Dit is in eerste instantie een opgave van de inhoud en geen voorstel tot hoofdstukindeling. Bedoeld is om hier in hoofdlijnen op chronologische volgorde de inhoud weer te geven. Het is aan de redactie(commissie) om te bepalen in hoeverre dit geheel chronologisch en al dan niet deels thematisch weer te geven.

Om de tekst niet te veel te laten uitdijen is een deel van de informatie bij de aanvulling opgenomen.

Voorwoord

Inleiding
Belang van Oerij en waarom dit aandacht verdient. Veel informatie, er moet gekozen worden.

Hoofdstuk 1., Voorhistorie (2800 – 12 v.Chr)   

Karakteristiek voor deze periode: Het Oerij staat in open verbinding met de zee en het getij. Is als verlengde van de Vecht onderdeel van het Rijnsysteem.

Prioritaire thema’s (“verhaallijnen”):

a)    Aardkunde en archeologie

Aardkunde: Kustgenese –

Archeologie: eerste bewoningsgeschiedenis – Wim Bosman. Kano van Uitgeest – Rob van Eerden.

b)    Natuur en landschap:

Beschrijving natuur in estuarium en kwelderlandschap –

c)    Water             Zie bij kustgenese, nog geen menselijke ingrepen

d)    Veranderend grondgebruik;

e)    Militair landschap;

f)     Cultuurhistorie en industrieel erfgoed;


Hoofdstuk 2 . Romeinse Tijd  (12 v.Chr. – 450 n.Chr.)

Karakteristiek voor deze periode: De kust is verzand. Het Oerij watert af naar het oosten. Ontstaan van het IJ. De streek wordt meer en meer bewoond.

Prioritaire thema’s (“verhaallijnen”):

a)    Aardkunde en archeologie.

Aardkunde: vervolg kustgenese:

Archeologie: opgravingen uit romeinse tijd. Forten Velsen  (Morel en Bosman); ca 15-28 AD (Velsen 1) en ca 40 – 50 AD (Velsen 2), opgraving Uitgeest – Dorregeest. Vondst Bronzen Mercuriusbeeldje

b)    Natuur en landschap

Veranderend landschap –

c)    Water – het belang van het Oer-IJ voor drinkwatervoorziening, vervoer, transport, en (internationale) handel.

d)    Veranderend grondgebruik –

e)    Militair landschap:

Romeinse forten bij Velsen –

f)     Cultuurhistorie?

Hoofdstuk 3. Vroege Middeleeuwen (450 – 1050,)

Karakteristiek voor deze periode: Het gehele estuarium verdwijnt onder het veen (waarvan vorming al einde regulier contact al begint). Begin van de veenontginningen. De Jonge duinen overstuiven de Oude duinen en de voormalige monding. Ontstaan van de Zuiderzee. Invoering Karolingische Domeinstelsel (Hofstelsel)

Prioritaire thema’s (“verhaallijnen”):

a)    Aardkunde en archeologie

Aardkunde; vervolg kustgenese –

Archeologie: Archeologie – Rijke bewoningsgeschiedenis uit merovingische en karolingische tijd. Oosterbuurt en Hilde – . De Krocht, Limmen – Menno Dijkstra. Groot Olmen –

b)    Natuur en landschap

Natuur: duinen –

Landschap; Historische geografie: Nederzettingen; verkavelingspatronen; ruimtelijke indeling –

c)    Water; zie bij 2c

d)    Veranderend grondgebruik;

e)    Militair landschap – Ontstaan Frankische Rijk.

f)     Cultuurhistorie en industrieel erfgoed.

Stichting Abdij van Egmond (begin 10e eeuw). Burchten c.a. –

Hoofdstuk 4. Late Middeleeuwen (1050 – 1500)        

Karakteristiek voor deze periode: Zeespiegelrijzing gaat langzaam voort. Het grondwater stijgt in de duinen. Grote waterpartijen ontstaan in het veen. Het Oer IJ verbreedt zich, voornamelijk door golfwerking. Het veen wordt bedijkt en beschermd, vorming van het veenweidegebied. De Abdij van Egmond ontwikkelt zich tot een religieus en cultureel centrum. Invoering feodale Leenstelsel.

Prioritaire thema’s (“verhaallijnen”):

a)    Aardkunde en archeologie

Archeologie: Akersloot –

b)    Natuur en landschap

Natuur –

Landschap –

c)    Water.

Eerste bedijkingen (rol Abdij van Egmond), vergroting van de veenstromen tot brede wateren (o.a. Schermer, Beemster, IJ), diverse verbindingen met zee via de meren. – .

d)    Veranderend grondgebruik.

Veenweiden met dicht ontwateringspatroon en lintbebouwing –

e)    Militair landschap – Burchten,

f)     Cultuurhistorie en industrieel erfgoed.

Uitvinding houtzaagmolen door Cornelis Corneliszoon –

Hoofdstuk 5. Nieuwe Tijd (1500 – 1850)

Karakteristiek voor deze periode: Droogmakerijen. Gouden eeuw. Gebruik van wind.

Prioritaire thema’s (“verhaallijnen”):

a)    Aardkunde en archeologie

Aardkundige ontwikkelingen?

Archeologie –

b)    Natuur en landschap

c)    Water

Droogmakerijen, voorheen doorgaande vaarwateren worden afgedamd (o.a. Crommenije) –

d)    Veranderend grondgebruik

e)    Militair landschap

Napoleontische tijd, Lunetten –  Vergeten oorlog.

f)     Cultuurhistorie en industrieel erfgoed. Houtzagerijen. Walvisvaart – . Vorming buitenplaatsen.

Hoofdstuk 6. Moderne Tijd (1850 – heden)      

Karakteristiek voor deze periode: Het IJ en het Wijkermeer worden ingepolderd. Het Noordzeekanaal wordt aangelegd. Industriële revolutie en verstedelijking van delen van het Oer IJ-estuarium. Gebruik van stoom. Drinkwater uit de duinen.

Prioritaire thema’s (“verhaallijnen”):

a)    Aardkunde en archeologie; speelt dat nog?

b)    Natuur en landschap

Poldergebied  – Ron van ’t Veer, Duingebied –

c)    Water

Verzoeting van het gebied. Aanleg sluizencomplex. Verbinding met de zee is hersteld via het Oerij-landschap –

d)    Veranderend grondgebruik

Op de hogere droge delen van het estuarium verregaande verstedelijking en aanleg infrastructuur. –

e)    Militair landschap

Stelling van Amsterdam

f)     Cultuurhistorie en industrieel erfgoed.

Hoofdstuk 7. Toekomst

Gedacht kan worden aan:

–       Bestaande toekomstvisies voor het Oer-IJ gebied

–       Geopark Oer-IJ

–       Duurzame ontwikkeling van de Oer-IJ regio

–       Zelfvoorziening en regionale economie

–       Gebruik van grondstoffen, materialen en energie uit natuur en landschap

–       Offensief benutten van het Oer-IJ tegen de klimaatverandering

–       Het Oer-IJ aanpassen aan de klimaatverandering

–       Onderzoek en ontwikkeling

–       Nationale en internationale samenwerking

–       Landschapsrivier Oer-IJ

–       Herstelmogelijkheden

Aanvulling.

Ad 1a: Zeker te vermelden: Stenen bijl Haarlem (van verslagen strandwal). Vlaardingen- en Enkelgrafcultuur (sporen en structuren Velserbroek). Bewoningssporen op de ouds bewaarde strandwal Spaarnwoude in het zuiden tot de wat minder oude bij Akersloot, en dan in de Bronstijd in toenemende mate, o.a. Velserbroek (zie ook rapport Jos Kleine, etc., etc).

Akersloot (Klein Dorregeest): Steentijd vondsten (toevallige vondst bij aanleg kelder huis, door Marc van Raaij van werkgroep Limmen).

Vondst van een Ruinen-Wommels I pot op weiland achter kerk bij Hortus Bulborum in Limmen in of rond 1950.

Ad 2a:

De overgang van dynamisch zeegat naar estuarium vergt een bijzonder accent.

Voor archeologie is dit deel van de Oer IJ-geschiedenis bijzonder interessant. Bedacht moet worden of we hier een uitgebreider overzichtsverhaal van de periode maken of verhalen van de aparte vondsten maken, of beiden.

Ad 3a: Zijn er voor deze periode specifieke opgravingen uitgevoerd die nadere aandacht behoeven?

Opgraving Uitgeest-de Dog: afstudeerscripties geschreven door Juke Dijkstra (nederzetting) en Jan de Koning (aardewerk) langs huidige Schulpvaart; zijtak Oer-IJ); ca. 700-900 AD.

Proefsleuven onderzoek Limmen-de Krocht (vondst Friese Krijger met vele seatta’s, etc.).

Ook denken aan de recente vroegmiddeleeuwse opgraving Zuiderloo te Heiloo?

Ad 3e: Noormannen bezoeken de kust (Egmond). Bronnen, vondsten?

Ad 4c: Schermutselingen rond de Zanddijk.

Ad 4e: Hoekse en Kabeljauwse twisten.

Ad 4f: Wat betreft het industrieel erfgoed komt hier ook de proto-industrie van de bleeknijverheid aan de orde. De fameuze Haarlemmer Bleek maakte gebruik van blekerijen in het Bloemendaalse en Santpoortse, die een directe waterhuishoudkundige link hadden met het IJ(meer). Verder groei van Beverwijk als stapelplaats

Ad 5e: In 1799 werd de brug over de Limmervoort opgeblazen.

Ad 6f: Met name groei van de haven van Amsterdam onderging en de wording van IJmuiden als vissershaven. Hoogovens. Corus, nu TATA Steel zou er nooit zijn gekomen indien de zandige kustlijn (direct samenhangend met de Oer-IJ-genese) als draagkrachtige ondergrond, én het Neo-IJ met zijn aan- en afvoer mogelijkheden niet was geweest.

Toeristisch recreatieve ontsluiting van het gebied, maar anderzijds ook het risico dat kwaliteiten van het gebied worden aangetast door ruimtelijke ontwikkelingen waarbij hiermee geen rekening wordt gehouden. “Onbekend maakt onbemind”, een aantrekkelijk, leesbaar en informatief boek over de vele kwaliteiten van het Oer-IJ gebied draagt bij tot het ontsluiten van de kwaliteiten en daarmee aan de bescherming ervan.

 

Status: Er is een projectplan, een voorlopige inventarisering voor de inhoud en aan de productie van het boek wordt gewerkt. Het bestuur houdt zich nu bezig met het zoeken van een uitgever en het samenstellen van een redactiecommissie.

Meer informatie: Piet Veel,
Telefoon 06-36482882
Mail veelpeit@gmail.com

WAT WILLEN WE MAKEN

  • Inleiding (wat willen we maken)

Een publieksboek dat de kwaliteiten van het Oer-IJ gebied in tekst en beeld ontsluit bestaat nog niet.

Een goede vorm voor een boek over een geografisch begrensd gebied  is een Atlas. Een atlas suggereert dat  kaarten daarin een prominente rol spelen. Maar de Atlas van het Oer-IJ gebied is meer: een kloek boek, aantrekkelijk vorm gegeven, met bijdragen van deskundigen en fraaie foto’s en afbeeldingen. Ook zal de atlas een gids zijn voor degenen die ‘het landschap willen lezen’, want veel van het verleden van het Oer-IJ is met een goede verwijzing nog waarneembaar en tastbaar aanwezig. Gedacht wordt aan een biografie van het Oer-IJ landschap. En dit alles voor een aantrekkelijke prijs.

  • Doel (waarom, motivering en kennisbelang)

In de afgelopen decennia is veel (wetenschappelijk en beleidsmateriaal beschikbaar gekomen over het Oer-IJ en het gebied waarin het stroomgebied nog altijd te herkennen is. Dit materiaal is echter nauwelijks toegankelijk voor een brede doelgroep van geïnteresseerde bewoners en bestuurders, gewoon omdat het in rapporten en losse kennisbronnen is beschreven. Een samenhangend beeld bestaat nog niet. Juist in de samenhang van de vele kwaliteiten wordt het belang van dit gebied voor bewoners en recreanten zichtbaar. Daarnaast zal de kennis van de streek in hoge mate bijdragen aan de versterking van de identiteit van de regio. Enerzijds valt er veel meer te genieten in een gebied dat momenteel te eenzijdig is gericht op duin en strand, anderzijds kunnen overheden en ondernemers in hun planvorming gebruik maken van de kwaliteiten van het gebied.

Een atlascommissie moet nader bepalen welke insteek voor deze atlas het best gekozen kan worden.

Organisatie: het bestuur van de Stichting Oer-IJ wordt opdrachtgever. Voor uitvoering wordt gekozen voor een projectvorm. Het bestuur benoemt een Atlascommissie (projectcommissie). Deze commissie (max 5 personen) is verantwoordelijk voor de uitvoering en fondsenwerving. In de commissie zit één persoon uit het bestuur. Deze commissie werkt het projectplan concreet uit en legt dit ter goedkeuring voor aan het bestuur. In het plan moeten go/no go  momenten worden ingebouwd die het bestuur de mogelijkheid geeft tussentijdse sturing te behouden. Voor het schrijven van de teksten wordt gedacht aan de deskundigen die worden gevraagd om een lezing te verzorgen voor de Oer-IJ Academie. Voor fotografie en cartografie moet worden bekeken of hiervoor nog aparte personen worden aangetrokken. Voor eindredactie, opmaak en druk worden professionals ingeschakeld.

Vorm en oplage: als voorbeeld voor de vorm kunnen de Atlas Amstelland (140 pagina’s) en Atlas van de Zoogdieren van Noord-Holland (250 pagina’s) dienen.

·         Afmeting: 25 x 35
·         Gebonden
·         Hard cover (stofomslag optioneel)
·         Verhouding beeld en tekst: 50/50
·         Woorden per pagina: 500
·         Oplage: 1000
·         Prijsindicatie: 35,-

Planning (stappen, moet nog nader in de tijd worden uitgezet)

·         principe besluit bestuur
·         formeren van een atlascommissie (en benoemen projectcoördinator)
·         opstellen en uitwerken van het projectplan
·         opstellen van een fondsenwervingsplan
·         kiezen van uitgever
·         besluit bestuur over uitvoering van het project
·         fondsen werven, content en beeld verzamelen
·         besluit over uitgave door bestuur
·         manuscript opleveren
·         eindredactie, vormgeving en druk

Kosten en Financiering

Omdat grotendeels met vrijwilligers wordt gewerkt zullen de kosten vooral in professionele begeleiding, eindredactie, opmaak en druk gaan zitten. Een vergelijkbaar project kende een begroting van 70.000 euro aan kosten om het boek in de distributie te brengen. Dit bedrag wordt als indicatie aangehouden. Een groot deel van de oplage is bestemd voor de verkoop. Bij een verkoop van 700 exemplaren in het eerste jaar betekent dit een opbrengst van 25.000 euro. De resterende 45.000 euro moet uit fondsenwerving komen.

 

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.