Lezingenprogramma

De lezingen van de Oer-IJ Academie scoren hoog en worden goed bezocht.

 

Wie ze gemist heeft, krijgt nog een kans. Stichting Oer-IJ organiseert in samenwerking Bibliotheek IJmond Noord en Huis van Geschiedenis Midden Kennemerland de serie Oer-IJ lezingen zoals die eerder in het Huis van Hilde gegeven zijn. Tijdens deze avonden komen verschillende deskundigen meer vertellen over de boeiende geschiedenis van het Oer-IJ gebied. Kijk voor meer informatie over de lezingen bij de agenda of ga direct naar de website van de bibliotheek waar kaarten kunnen worden besteld.

 

3e jaargang lezingen na de zomer 2017

Jan Hormann en Hans van Weenen zijn al weer druk bezig met het contact leggen met kandidaten die in het najaar voor de lezingencyclus 2017 van de Oer-IJ Academie zullen aantreden. De sprekers, onderwerpen en data zullen tijdig via de regionale media en deze site worden bekend gemaakt.

 

Lezing Frits David Zeiler

Frits David Zeiler

Frits David Zeiler

Titel: Duinen, geesten, beken… namen

De historische geografie van Kennemerland aan de hand van toponiemen

Korte inhoud:

In een dynamische omgeving probeert de mens zich te oriënteren. Hij zoekt punten van herkenning: een bos op een schoorwal, een sijpelend watertje, het kapelletje dat door de gelovige Hemezo is gebouwd. Zo ontstaan namen: Schoorl, de Cie of Scie, Heemskerk. Als die in documenten worden vastgelegd, beklijven ze en kunnen ze na vele honderden jaren iets vertellen over de geschiedenis van de plek in een verder steeds veranderend landschap.

De toponymie of plaatsnaamkunde is in Nederland groot geworden dankzij geleerden als Maurits Gijsseling, D.P. Blok en Rob Rentenaar. Hun onderzoek is steeds sterk verbonden geweest met de geschiedenis van de oudste nederzettingen, van de ontginningen vanuit die nederzettingen en van de veranderingen in het landschap door weer, wind en water.

In Kennemerland kunnen we proberen aan de hand van de naamgeving de verschillende lagen van de bewoningsgeschiedenis af te pellen, zoals ook geologen, archeologen en historisch geografen dat doen. De oudste namen gaan terug op de vroege middeleeuwen (700-900), maar daar worden er in de loop van de eeuwen nog vele aan toegevoegd. Niet alleen dorpen en grotere wateren worden benoemd; ook stukken land worden onderscheiden door een specifieke naam (veldnamen). Dat geldt voor bouw- en weiland, maar ook voor bijvoorbeeld het duingebied.

Een inventarisatie van duintoponiemen heeft een aantal verrassende gegevens opgeleverd over het proces van (jonge) duinvorming, waarover de historische bronnen verder nogal schaars zijn. Deze grote verstuiving speelde zich vooral af in de late middeleeuwen (1200-1600). Wat zijn de consequenties geweest voor de bewoonbaarheid van Kennemerland, dat van de andere zijde werd bedreigd door het oprukkende water van de binnenmeren en de Zuiderzee?

Beknopte C.V.

Frits David Zeiler (Bergen NH, 1949) is historicus. Hij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam (mediëvistiek, archeologie en archivistiek) en was daarna onder meer werkzaam als onderzoeker, consulent, tentoonstellingsmaker, schrijver, docent en reisleider.

Hij heeft gepubliceerd over Salland en Noordwest-Overijssel, het Gooi, het Groene Hart van Holland, de Zaanstreek en Kennemerland.

In een tweetal studies in opdracht van het PWN heeft hij een inventarisatie gemaakt van alle duintoponiemen tussen Camperduin en Vogelenzang. Recentelijk was hij betrokken bij projecten over de dorpsgeesten en de historische dijken in Kennemerland.

Klik hier om naar de algemene informatiepagina te gaan.

Vragen en antwoorden gesteld en beantwoord tijdens de lezing van Frits David Zeiler op 17 november.

Vraag: Lia Vriend: Hoe ging het met de naamgeving van de oeverwallen van het Oer-IJ?
Antwoord: De geesten waren de eerste bewoonde kernen. Plaatsen zoals de Oosterbuurt en Assum waren geesten: zanderige formaties langs de kust. Soms waren dat oeverwallen van het Oer-IJ. We onderscheiden ook ontginningsgeesten, die van latere datum zijn.

Vraag Hans van Weenen: Lopen de geesten alleen hier van oost naar west?
Antwoord: Dat komt ook op andere plaatsen voor en is niet uniek voor deze streek.

Vraag Jos Liefting: Hoe zit het met Arum?
Antwoord: Arum was een buurtschap in Noord-Bakkum bij de Zanddijk, waar vroegmiddeleeuwse bewoningssporen zijn gevonden bij de geest van Arum.

Vraag Lia Vriend: Wat kun je vertellen over de naam Egmond?
Antwoord: Egmond-Binnen heette oorspronkelijk Hallum. De naam Egmond kwam pas later in zwang. Er liep een noordelijke aftakking van het Oer-IJ langs. Die was waarschijnlijk bevaarbaar en stond in verbinding met de Rekere.

Vraag Kees Helderman: Hoe is de naam Oudendijk ontstaan?
Antwoord: De vroegste bedijkingen werden aangelegd om het water te stuiten. De Oudendijk in Heemskerk en de Zanddijk in Castricum zijn hier voorbeelden van. Vanwege het plaatselijke reliëf werden zij als dwarsdijken aangelegd. De afstroom uit de duinen werd zo naar het binnenland geleid. Polderdijken werden pas veel later aangelegd.

Jan Hormann 29NOV16

Klik hier om naar de algemene informatiepagina te gaan.

 

 

Lezing Arjen Bosman

ArjenBosman01b 8 okt 2010

Arjen Bosman

Op 6 oktober beet Arjen Bosman het spits af bij de nieuwe serie lezingen voor de Oer-IJ Academie in het Huis van Hilde. De titel van zijn verhaal was ‘Rome aan de Noordzee, Burgers en barbaren te Velsen’. Hieronder een samenvatting. Het publiek kreeg de gelegenheid om vragen te stellen. Rechts op deze pagina  een opsomming daarvan.

Samenvatting lezing

2000 jaar geleden waren het roerige tijden in Nederland. De zuidelijke Nederlanden waren nog maar enkele tientallen jaren geleden veroverd door de Romeinen toen ze in 15 na Chr. een legermacht mobiliseerden om verder naar het noorden op te rukken. In Velsen (Noord-Holland) werd aan de kust een uniek fort met haven aangelegd.

Honderden Romeinse soldaten en mariniers waren hier gelegerd. Al snel kwamen echter de Friezen in opstand tegen de Romeinen. Hoewel de historische bronnen hiervan schaars zijn, kunnen we de veldslag die geleverd werd volgen aan de hand van archeologische bodemvondsten. Meer dan 500 loden slingerkogels waren er nodig om de belagers bij het fort weg te houden, maar het was uiteindelijk tevergeefs. De Romeinen trokken zich terug maar lieten een onbewoonbare, vergiftigde plaats achter. Het leverde het archeologisch oudst bekende slagveld in Nederland op!

Nog geen tien jaar later volgde een tweede poging. Opnieuw waren de Romeinen met een grootscheepse oorlogscampagne naar het noorden van Nederland en Duitsland begonnen. Natuurlijk moest er weer een basis bij Velsen komen. Dit keer kozen ze een nieuwe plek voor hun fort, 600 meter ten westen van het eerdere fort. Na een aantal jaren besloot Keizer Claudius echter dat het genoeg was en werd het fort verlaten. De Rijn zou de noordgrens van het Rijk blijven.

kaft boek arjan bosmanOp donderdag 31 maart presenteerde Arjen Bosman in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden zijn nieuwste boek Rome aan de Noordzee: burgers en barbaren te Velsen. Dit nieuwe boek vertelt het verhaal van de Romeinen in Velsen. Wat deden ze hier? Wat hebben ze gebouwd en in de bodem achtergelaten? Hoe leefden de militairen in hun forten en de Friezen in hun boerderijen? Van sommigen leren we namen kennen en van anderen, zoals Apronius en Malorix, zelfs hun daden. Dat dan wel vanuit de schaarse en gekleurde geschreven bronnen van 2000 jaar geleden.

Waarom trekken de Romeinen zich terug achter de Rijn? De rivier die daarna eeuwen lang de noordgrens van het Romeinse Rijk wordt. Hoe ging het verder met de Friezen en hun enorm belangrijke heilige plaats in de Velserbroek waar fantastische objecten geofferd zijn? Kortom: Velsen had een bijzondere positie in de Romeinse tijd, en is daardoor één van de culturele pareltjes in de geschiedenis van het Nederlandse kustgebied.

Waarom er bij Velsen tot tweemaal toe een fort is aangelegd, valt dus onder de grootse en meeslepende plannen die in Rome werden bedacht. Heeft u enig idee wat de uitstraling en betekenis was voor de regio, nu de provincie Noord-Holland? In de lezing aandacht voor de actuele stand van zaken en een samenvatting van het onderzoek in de afgelopen decennia. Voor het eerst wordt na meer dan 50 jaar onderzoek een uniek en compleet overzicht gepresenteerd, waarbij de ontwikkelingen in de vroege 1e eeuw na.Chr. uitgebreid aan bod komen.

Beknopte C.V.

Arjen Bosman (1963) groeide letterlijk op met de Romeinen in Velsen. Zijn beide ouders waren amateurarcheoloog in deze plaats. Arjen is een stap verder gegaan door archeologie te studeren en te promoveren op het vondstmateriaal van Velsen 1 (1997). Later onderzocht hij ook het fort Velsen 2. Tot op heden waren Arjens publicaties alleen voor vakgenoten beschikbaar. Met zijn publieksboek komt een persoonlijke wens van Arjen uit. Tegenwoordig runt Arjen een eigen bedrijf: Military Legacy, waarin archeologie en krijgshistorie samengaan.

Het boek Rome aan de Noordzee: burgers en barbaren te Velsen, is voor € 24,95 (excl. verzendkosten) te bestellen via de website van uitgeverij Sidestone Press uit Leiden. Het is zeer rijk geïllustreerd met veel nooit eerder gepubliceerd beeldmateriaal. Het is ook te koop in de winkel van het Huis van Hilde.

Klik hier om terug te keren naar overzicht lezingenprogramma

Vragen en antwoorden uit de zaal na de lezing van  Arjen Bosman

Vraag Femke Ouwehand: Hoe weten we dat de opgraving in Velserbroek een heilige plaats was?

Antwoord Arjen Bosman: Doordat er zeer bijzondere vondsten zijn gedaan en er geen nederzetting werd gevonden. Waarschijnlijk vonden hier al in de late IJzertijd rituele gebeurtenissen plaats en de laatst gedateerde mantelspeld komt uit de 4e eeuw na Christus. Het waren offerandes die vaak in het water werden geworpen.

Aanvulling Hans van Weenen: de Friezen hielden via het water contact met hun voorouders en er werden veel munten gevonden in de buurt van heiligdommen. Vergelijk het maar met het moderne ritueel om muntjes in fonteinen en wensputten te gooien.

Vraag Lia Vriend: Is het stom toeval dat de Velser- en de Wijkertunnel precies op de plek van de Romeinse forten zijn gebouwd of heeft het te maken met de ondergrond?

Antwoord Arjen Bosman: Het is stom toeval. Voor de bouw van de Wijkertunnel is het oudste Romeinse fort V1 volledig opgegraven en naar het tweede fort V2 is onderzoek gedaan, waarna de plaats tot beschermd gebied werd verklaard.

Vraag Jacques Jumelet: Waarom liggen de forten daar en waarom waren ze zo groot?

Antwoord Arjen Bosman: Voortschrijdend inzicht speelt een belangrijke rol. We kunnen nu bijvoorbeeld een betrouwbare gezichtsreconstructie maken van het skelet dat in een waterput werd gevonden. Via isotopenonderzoek weten we definitief dat de man van Mediterrane afkomst is. Over 20 jaar kunnen de meningen hierover weer danig verschillen van de huidige.

Vraag Henk Sauer: Zijn er in Velsen Romeinse wegen gevonden?

Antwoord Arjen Bosman: We hebben wel sporen gevonden van de poorten van fort V1 en daar zal ongetwijfeld een weg hebben gelegen naar Fort V2 in westelijke richting. Verder hebben verder naar het zuiden op de strandwal wel wegen gelegen.

Aanvulling Wim Bosman: Er zijn karrensporen gevonden vanaf de late IJzertijd tot en met de Romeinse tijd. Er is Romeins glaswerk gevonden in een inheemse boerderij en er hebben dus betrekkingen bestaan tussen de Romeinen en de oorspronkelijke bewoners.

Aanvulling Hans van Weenen: In Velsen is een houtweg gevonden uit de vroege Middeleeuwen. Die zou een relatie gehad kunnen hebben met de wegen naar de Romeinse forten.

Aanvulling Wim Bosman: het Oer-IJ veranderde hier in het Wijkermeer en er vond soms tot 2 meter afslag plaats, waardoor zeer veel sporen van wegen verloren zijn gegaan.

Vraag Femke Ouwehand: Is er in het landschap nog iets van de forten te zien?

Antwoord Wim Bosman: Je kunt wel op de vindplaats rondlopen, maar er is – behalve een informatiebord – niets meer te zien.

Vraag Léon Klein Schiphorst: Door wie werden de tijdens de lezing getoonde Romeinse sieraden gedragen? Waren de vrouwen uit Rome meegekomen? Was er sprake van gezinsleven?

Antwoord Arjan Bosman: In Velserbroek en bij de forten zijn aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van vrouwen en kinderen. Men ontdekte een potje met roze make-up. In V2 vond men een grote mantelspeld – een typische vrouwelijke dracht uit het Alpengebied. Ook schoenen behoorden tot de vondsten en zolen in allerlei maten van groot naar klein. De man wiens skelet in de waterput werd gevonden, was 1.90 meter lang en had schoenmaat 39.

Vraag Raymond Zijp: Waren er huwelijken tussen de Romeinen en inheemse vrouwen?

Antwoord Arjen Bosman: Dat was zeker het geval en waarschijnlijk waren er zelfs Chaukische vrouwen die tot echtgenote werden genomen.

Vraag Hans van Weenen: In Woerden werd een replica van een Romeins schip getoond tijdens een festiviteit. Zou dat hier ook mogelijk zijn?

Antwoord Arjen Bosman: We hebben voorgesteld om zo’n schip tijdens Sail 2015 te laten meevaren, maar dat is helaas niet doorgegaan.

Fons Bleijendaal stelde aanvullend nog een paar schriftelijke vragen. Ze zijn voorgelegd aan Arjen Bosman en die heeft daar onmiddellijk antwoord op heeft gegeven:

Vraag: Is Velsen-1 op dezelfde plek gelegen als waar nu Velsen-Zuid ligt?

Antwoord: Nee, Velsen 1 ligt aan de zuidoever van het Noordzeekanaal. Het westelijke deel van het fort en de haven worden tegenwoordig doorsneden door de zuidelijke toerit van de Wijkertunnel. Officieel heet dit stuk land de Noord Spaarndammerpolder, voor wat daarvan over is. Velsen 2 ligt 600 m naar het westen en ligt direct ten oosten van de Velsertunnel. Dat mag je overigens wel Velsen Zuid noemen.

Vraag: Toen het Noordzeekanaal in 1875 gegraven was en men Velsen in twee stukken gesneden had (Velsen-Zuid/Velsen-Noord) is er tijdens dat graafwerk nog aandacht besteed aan de archeologie?

Antwoord: Bij het graven van het Noordzeekanaal is geen specifieke aandacht aan archeologie besteed. Wel zijn er tijdens het graven enkele (toevals)vondsten gedaan. Daarbij is in ieder geval een laat-Romeinse/vroeg middeleeuwse muntschat van 17 gouden munten ter hoogte van de Kleine Sluis gevonden. Verder zijn bij de aanleg van de Noordersluis een bronzen halsring en enkele barnstenen kralen gevonden. De datering is onduidelijk, want het zou zowel IJzertijd als vroeg middeleeuws kunnen zijn. Tegenwoordig is het anders. De aanpassingen aan het IJmuider-sluizencomplex worden nu wel archeologisch begeleid, waarbij aandacht is voor de vroege prehistorie tot en met de documentatie van Duitse bunkers.

Vraag: Toen daarna het Noordzeekanaal (enkele malen?) verbreed moest worden is er tijdens dát graafwerk nog aandacht besteed aan de archeologie?

Antwoord: Ja, met name de verbreding aan de zuidkant waarbij een deel van het dorp Oud Velsen verdween, is archeologisch gevolgd door de AWN werkgroep Velsen. Iets ten westen van Oud Velsen is een opgraving geweest naar een Bronstijd nederzetting.

Klik hier om terug te keren naar overzicht lezingenprogramma

 

 

Lezing Pauline van Vliet

Pauline van Vliet

Pauline van Vliet

 

Titel ‘Graven naar het verleden van het Noordzeekanaal’

Korte inhoud:

Waar ooit chique buitenplaatsen stonden aan de boorden van het Wijkermeer tegen de achtergrond van een schilderachtig duinlandschap, domineert nu zware industrie het landschap van Velsen en Beverwijk.

De aanleg van het kanaal begon op 8 maart 1865. Gemiddeld 2000 arbeiders waren bij het elf jaar durende project betrokken. Door talloze tegenslagen duurde het werk langer dan gepland. De Engelse ingenieurs die voor de klus waren aangetrokken waren onvoldoende bekend met de zanderige bodem. Ze kregen te maken met verzanding. Op de pier stortte een kraan in zee en nog veel meer ging mis.

Maar uiteindelijk was het kanaal gereed en kreeg de koning de eer er voor het eerst doorheen te varen. Dat was op 1 november 1876. Het was vies weer en koud.. In Amsterdam was een groots banket in het Paleis voor Volksvlijt. Want: het kanaal was voor Amsterdam aangelegd. Die stad leidde in de negentiende eeuw een kwijnend bestaan. De zeehaven was via Pampus slecht bereikbaar. Rotterdam, Antwerpen en Hamburg waren Amsterdam ver gepasseerd.

Het kanaal betekende een impuls voor Amsterdam. Nadien is het Rijksmuseum gebouwd, het Concertgebouw en het Centraal Station. Amsterdam veerde op en kon uitgroeien tot de bruisende stad die het nu is. De Amsterdamse haven werd weer belangrijk, al kon het nooit echt concurreren met Rotterdam. De sluizen blijven een vertragend gedoe en door de tunnels kunnen echt diepliggende schepen de haven niet in.’’

Niet meer dan een smalle waterloop was het kanaal toen het net gereed was, waar je een steen overheen kon gooien, in een voor het overige vrijwel verlaten landschap. Sindsdien is er veel veranderd. Neem het ontstaan van IJmuiden. Dat zou er zonder het kanaal nooit zijn gekomen. De vissers ontdekten per toeval dat ze tussen de pieren uitstekend konden schuilen. Uit allerlei vissersplaatsen kwamen er vissers deze kant op. Hun schepen lagen in de weg, daarom is toen besloten een vissershaven aan te leggen. Zo is IJmuiden ontstaan, tegen de verdrukking in. Want niemand zag het zitten. Ze hadden in Velsen al dat ruige volk erbij gekregen dat het kanaal had aangelegd en toen kwam er ook nog ruig vissersvolk bij.

Deze en andere gevolgen van het graven van het Noordzeekanaal voor de omgeving zullen in de lezing aan de orde komen. Uiteraard zal ook aandacht besteed worden aan het wel en wee rond het tot stand komen van het kanaal.

Beknopte CV

Historica (UvA 1991)
Docent geschiedenis

Filmmaakster van lokale geschiedenisprojecten, momenteel bezig met een film over de geschiedenis van het Noordzeekanaalgebied. Drie jaar geleden de film ‘Soldaat onder het zand’  gemaakt over de vergeten oorlog uit 1799.

Specifieke interesse voor oral history. Verhalen uit het verleden, opgetekend uit de mond van mensen die het zelf hebben meegemaakt.

Vragen en antwoorden lezing Pauline van Vliet op 27 september

Vraag Stella Dijkstra: Hoe lang duurde het voordat IJmuiden een zelfstandige gemeente werd?
Antwoord: In 1890 had Velsen 1000 inwoners en IJmuiden 8000. In 1886 kwam er weliswaar een weg en politie, maar ook nu nog is IJmuiden niet zelfstandig: het maakt deel uit van de gemeente Velsen.

Vraag; Moesten de vissersboten liggeld betalen?
Antwoord: Nee, dat was in het begin gratis.

Vraag Onno Vendel: De Velsertunnel werd in 1957 te ondiep aangelegd. Wat voor gevolgen heeft dat nu de sluizen vergroot worden?
Antwoord: De ligging van de tunnel belemmert de scheepvaart naar Amsterdam enigszins, maar de sluis is verouderd en moet verbouwd worden.

Hans van Weenen
De Nederlandse ingenieurs hebben toch gelijk gekregen. Amsterdam is nog steeds de vierde haven van Europa en er werken 60000 mensen in het havengebied van de hoofdstad tot IJmuiden. Amsterdam is altijd nog wat arrogant en beschouwt dat hele gebied – inclusief Rauw aan Zee – als een deel van het hoofdstedelijk havengebied.

Aanvulling door René Steenkamp
De Duitsers brachten in de Tweede Wereldoorlog een aantal schepen tot zinken in de monding van het Noordzeekanaal, zodat de toegang werd versperd.Momenteel worden de vracht van veel schepen overgezet op lichters omdat de doorvaart naar Amsterdam te duur wordt. Als je alles doorberekent is het aantal mensen per ton in vergelijking met andere havens zeer hoog.

Vraag Pauline van Vliet
Wat gaat er met de haven van Amsterdam gebeuren als nieuwe, duurzame energiebronnen steeds  populairder worden?

Antwoord René Steenkamp
Amsterdam is een van de grootste benzinehavens van de wereld voor zowel invoer als doorvoer en uitvoer. Een opslagbedrijf als Vopak heeft al plannen klaarliggen voor de nieuwe energiebronnen. Die kunnen daar gemakkelijk op overschakelen. Als de sluis niet vernieuwd zou worden, kun je Amsterdam gewoon sluiten. Voor cruiseschepen zal de nieuwe sluis geen problemen opleveren, ook al worden ze steeds groter.

Pauline van Vliet
Weinig Amsterdammers weten hoe slecht het ging met de stad in de 19e eeuw. Er heerste veel armoede. Dat de affiniteit met het havenbedrijf nog steeds klein is, blijkt uit de bouwplannen voor fietsbruggen over het IJ.

Pauline van Vliet
De kanaalgravers en hun nazaten waren niet gemakkelijk te traceren omdat velen niet geregistreerd waren in het IJmondgebied. Ze kwamen van heinde en ver uit alle windstreken.

Vraag Henk Zomer:
Blijft de ferryterminal naar Newcastle wel bestaan?
Antwoord: Voor zover nu bekend wel, alhoewel Amsterdam die ook graag zou overnemen.

Vraag: Het kanaal ligt veel hoger dan het omliggende gebied. Hoe kan dat?
Antwoord: Het land eromheen klinkt in en de dijken zijn verhoogd.

Vraag: Wat is de betekenis van Breesaap?

Bron: Wikipedia.

‘Breesaap was een buurtschap midden in de duinen in de gemeente Velsen in Holland op zijn Smalst. Breesaap was tot ca. 1830 een zelfstandige gemeente. Voor de invoering van de Bataafse Republiek, in 1795, was Breesaap een Heerlijkheid. Als gevolg van de aanleg van het Noordzeekanaal en de komst van de Hoogovens is Breesaap van de kaart verdwenen. De naam is te herleiden tot de samenstelling bree: ‘brede’ en saap: ‘zompige, natte grond’.

 

 

Lezing Jan de Koning

Titel: Pieken en dalen in de bewoningsgeschiedenis van het Oer-IJ gebied van 2000 jaar voor tot 1500 na Christus.

foto jan de koning

Jan de Koning

Korte inhoud:

Grotendeels gebaseerd op eigen ervaring en onderzoek zal er een chronologisch overzicht gepresenteerd worden van de bewoning van het Oer-IJ gebied. Hierbij zal gezocht worden naar de meest informatieve onderzoeken uit iedere periode waarbij tegelijkertijd de bewonings- of kennishiaten naar voren zullen komen en uiteraard het bijbehorende landschap adhv de paleogeografische kaarten van Peter Vos.

Het wordt een chronologische reis met extreme pieken en dalen beginnend met de klokbekergrafheuvel uit Velserbroek tot de verspreid liggende boerderijen bij Limmen de Krocht, de eerste stolpen die we nog kunnen zien op de vroegste historische kaarten uit de 16e eeuw.

Klik hier voor kaarten en meer informatie.

Vragen en antwoorden na afloop van de lezing:

Vraag Shanna Dijkstra: Waar zou je willen graven?

Antwoord Jan de Koning: Cronenburg. Opgravingen vinden nu plaats bij commerciële activiteiten. Veel onderzoek is er sinds de jaren 90 gedaan. Daardoor is er veel nieuwe informatie.

Vraag Erik van Schagen: U had het over een wal en palissaden, gevonden bij de opgraving in de Oosterbuurt, wat was dat?

Antwoord Jan de Koning: Het ging om een omheining. Frans Diederik heeft daarover geschreven. De palissade dateerde uit het eind 3e, begin 4e eeuw.

-0-

Beknopte C.V:

1965 Geboren in Castricum
1989 protocolboek Uitgeest De Dog
1992 afgestudeerd aan het Albert Egges Instituut voor Pre- en Protohistorie aan de universiteit van Amsterdam, specialisatie middeleeuwen
1992 scriptie over het vroegmiddeleeuwse aardewerk van Uitgeest De Dog
1992 opgravingen in Alkmaar: Boekelermeer, Lindegracht (Gulden Vlies) en Langestraat
1993-1996 opgraving en publicatie Wijnaldum. Graven naar Friese koningen
1996-1997 opgraving Pandhof OLV kerk Maastricht
1997-2001 promotieonderzoek in het kader van het Frisia project
2001-nu werkzaam bij Hollandia archeologen.

Boeiende projecten:

2001 opgraving en publicatie Rosmalen, midden ijzertijd
2001-2002 onderzoek en publicatie met Rob van Eerden en Peter Vos PWN duinen bij Castricum
2003-2004 opgraving en publicatie met Menno Dijkstra en Silke Lange Limmen De Krocht 9e-16e eeuw
2004 opgraving en publicatie voor ADC 5e eeuwse nederzetting Alphen-Kerkakkers (NB)
2005 opgraving en publicatie Hollandia Uitgeest Waldijk late bronstijd-midden ijzertijd, Romeinse tijd en middeleeuwen
2005 opgraving en publicatie Heiloo Stationsplein 11e-15e eeuw
2006 en 2007 opgraving en publicatie Bloemendaal Groot Olmen 475-900, nederzettingen onder het duinzand
2006 opgraving en publicatie Horst-Meterik (L) nederzetting 675-1000 AD

 

 

 

Aanmelden

Lezingen van de Oer-IJ Academie seizoen najaar 2016.

Een kaartje voor het bijwonen van een losse avond kost 12,50 euro.
Wie de hele serie van vier lezingen wil bijwonen, betaalt geen 50 maar 40 euro.
Zet in het formulier onderaan deze pagina 1 of meer kruisjes bij uw keuze. Vergeet niet
voor het verzenden met een muisklik aan te geven dat U geen robot bent.
Dat is nodig om spam op de website tegen te gaan.

Medewerkers van de stichting Oer-IJ en Huis van Hilde krijgen 50 procent korting als de hele serie wordt geboekt. Voor een losse lezing betalen ze 7,50 euro.

Wie aanspraak op korting heeft, vult dat in bij Opmerkingen.

–   6 oktober: Arjen Bosman (geweest)
‘Rome aan de Noordzee, Burgers en barbaren te Velsen’

– 27 oktober: Pauline van Vliet (geweest)
‘De ontstaansgeschiedenis van het Noordzeekanaal en de betekenis daarvan voor landschap en mensen.’

– 17 november: Frits David Zeiler (nog enkele kaarten)
‘Oude duinen, strandwallen en geesten: een verborgen schat aan nederzettingen en namen.’

– 8 december:  Jan de Koning (nog enkele kaarten)
‘Het Oer-IJ gebied van 2000 v.Chr. tot 1000 n..Chr.: materiële cultuur, verspreiding van nederzettingen, en landschappelijke ontwikkelingen.’

Klik hier voor aanvullende informatie.

Na overmaken van het bedrag krijgt U een bevestiging per mail.
Ons bankrekeningnummer NL87RABO0159876702

LET OP: wanneer geen vinkje wordt gezet in het vakje naast de mededeling ‘IK BEN GEEN ROBOT’  verschijnen er plaatjes waarover een vraag wordt gesteld.

Welke lezingen wilt u bijwonen

Lezing Arjan Bosman (6 oktober)Lezing Pauline van Vliet (27 oktober)Lezing Frits David Zeiler (17 november)Lezing Jan de Koning (8-december)

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Onderwerp

Opmerkingen