Lezingen 2018-2019

Lezingen 2018-2019

De organisatoren van de lezingen Huis van Hilde-manager Anouk Veldman, geflankeerd door Jan Hormann en Hans van Weenen van de Stichting Oer-IJ

Stichting Oer-IJ en Archeologiecentrum gaan vierde seizoen in

Nieuwe serie historische lezingen in Huis van Hilde

Huis van Hilde en de Stichting Oer-IJ gaan door met het gezamenlijk organiseren van een serie lezingen. Het vierde seizoen krijgt als titel mee ‘Hilde kan me nog meer vertellen 2.0’. De toevoeging 2.0 heeft betrekking op het aangepaste karakter van de succesvolle en drukbezochte avonden. Het museum zal het programma meer afstemmen en laten aansluiten op twee nieuwe tijdelijke tentoonstellingen. De Stichting Oer-IJ verlegt de aandacht vooral naar onderwerpen over de toekomst van het kwetsbare nu nog open landschap in de driehoek Alkmaar, Zaanstad, Haarlem.

Voor Anouk Veldman, locatiemanager van Huis van Hilde, passen de lezingen goed bij het museum dat veel meer wil zijn dan een vaste expositie met voorwerpen uit de provinciale geschiedenis. Ze wil vooral verhalen vertellen en een breed publiek op een aansprekende manier betrekken bij de relatie die archeologische vondsten hebben met het landschap en de bewoningsgeschiedenis van Noord-Holland.

Jan Hormann en Hans van Weenen van de Stichting Oer-IJ kiezen dit seizoen voor een andere invalshoek. Bij het uitnodigen van sprekers wordt vooral gekeken naar wat zij kunnen vertellen over de kansen die het huidige Oer-IJ gebied biedt voor een duurzame toekomst van de regio. Er liggen complexe vraagstukken die om een oplossing vragen; zoals de klimaatverandering, urgente woningbouwbehoefte, toenemende recreatiedruk, mobiliteitsproblemen en teruglopende biodiversiteit. De stichting ziet concrete mogelijkheden om daar met het cultuurhistorisch landschap als verbindende inspiratiebron regionaal aan bij te dragen.

In totaal staan acht lezingen gepland. De eerste is al op 4 oktober. Op die dag opent Huis van Hilde een tijdelijke tentoonstelling over de strijd die de Franse machtshebbers en de Bataven in 1799 in de duinen voerden tegen een invasie van legers uit Rusland en Engeland. Hier beter bekend als de Slag bij Castricum, ook wel ‘de vergeten oorlog’ genoemd. Archeoloog Sjeng Dautzenberg komt aan de hand van recente vondsten met nieuwe informatie. Bezoekers aan de lezing krijgen vooraf de gelegenheid de expositie te bezoeken. De tweede tijdelijke expositie (volgend voorjaar) heeft betrekking op de spectaculaire vondsten van bewoningssporen uit de bronstijd die gedaan zijn bij de aanleg van de Westfrisiaweg (N23). Er verschijnt dan ook een boek.

De onderwerpen die bij de vier lezingen van de Stichting Oer-IJ aan bod komen, gaan heel concreet in op de kansen en bedreigingen voor het unieke Oer-IJ gebied. Landschapsarchitect Rik de Visser van Bureau Vista heeft een verrassend toekomstscenario voor de groene long in Kennemerland uitgewerkt. Hij komt die toelichten. Namens de natuurorganisaties die betrokken zijn bij het project ‘Amsterdam Wetlands’ staat later een presentatie op het programma over de spectaculaire plannen voor herinrichting van het bedreigde veenweidegebied tussen Amsterdam en Alkmaar. De combinatie natuurbehoud en ontsluiting voor recreatie biedt in Laag Holland ongedachte mogelijkheden voor zowel duurzaam beheer van bedreigde natuur als opvang van de groeiende toeristenstroom.

Het veranderende klimaat met overvloedige regen en extreme droogteperiodes is het actuele onderwerp voor een andere lezing. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ontwikkelt toekomstscenario’s waarbij het landschap een belangrijke rol gaat spelen. Dan is er nog een lezing waar een inzicht wordt gegeven in de stand van zaken voor wat betreft de biodiversiteit in het gebied. Wat zijn de kenmerken, de veranderingen en welke invloed hebben beheermaatregelen.

Klik hier voor een overzicht en voor het bestellen van kaarten. De kosten voor een avond bedragen 10 euro. Vrienden van het Oer-IJ krijgen 10 procent korting. Wie kaarten voor vier of meer lezingen bestelt, betaalt 2 euro minder per lezing. De lezingen beginnen om 20 uur en duren tot 22 uur. De zaal gaat open om half acht. Alle informatie over het programma is te vinden op deze website of bel anders voor vragen met Huis van Hilde: 023-5143247.

Lezing 1 – 04 oktober 2018 – Slag bij Castricum

Samenvatting lezing

Sjeng Dautzenberg

 

Spreker: Sjeng Dautzenberg

Onderwerp: Slag bij Castricum.

Titel: Een invasie op het strand van Noord-Holland, het begin van een vergeten oorlog.

In 1799 woedde er oorlog in Europa. In deze 2e Coalitieoorlog stond de revolutionaire Franse Republiek tegenover Groot-Brittanië, Rusland en Oostenrijk. De Bataafse Republiek, Nederland, had de zijde van de Fransen gekozen. Onder leiding van de Britten werd er een invasie beraamd op de Nederlandse kust met als doel de Franse Republikeinen uit het land te verdrijven en de macht van Stadhouder Willem V te herstellen.

Op 26 augustus 1799 verscheen de Engelse vloot voor de kust bij Callantsoog. Luitenant-generaal Daendels was belast met de verdediging van de kust en had zijn 10.000 man sterke divisie verzameld in de kuststrook tussen Petten en Den Helder. In de vroege ochtend van 27 augustus volgden er urenlange bombardementen vanaf de Engelse schepen op de smalle duinstrook bij Groote Keeten. De bataljons in de duinen die het strand moesten verdedigen waren gedwongen zich terug te trekken waarna 2.500 Britse veteranen veilig op het strand konden landen. Hevige gevechten braken uit waarbij de Bataafse troepen het onderspit dolven en zich naar het zuiden terugtrokken. De Engelsen wisten snel 12.000 man aan land te brengen en namen diezelfde dag Den Helder in, dat onverdedigbaar was voor een aanval vanaf land. Met dit bruggenhoofd kon bevoorrading en versterking aan land komen waaronder 7.300 Russische soldaten.

Van deze invasie zijn weinig sporen overgebleven maar soms stuift de wind in de duinen nog skeletten bloot van de soldaten. In 2011 werd een Engelsman aangetroffen met aan zijn zijde delen van Britse musketgeweren. Hij behoorde tot de Coldstream Guards, een elitekorps dat werd ingezet bij de landing.  In 2014 volgde een soldaat van de 3e Halve Brigade van de Bataafse Armée, met een musketkogel in zijn maagstreek. In 2015 vond men een graf met 3 soldaten en een afgeschoten arm van Bataafse soldaten. De lichamen van de jongemannen waren zwaar toegetakeld. Met een doormidden geschoten romp, afgeschoten armen en verbrijzelde bovenbenen, waren deze doden de stille getuigen van het geweld bij deze invasie.

In de hierop volgende weken vonden meerdere veldslagen plaats. Bij de slag om de Zijpe wisten de Engelsen een tegenaanval van Bataven en Fransen af te slaan vanachter de Westfriese Zeedijk. Bij de slagen bij Bergen en bij Castricum waren ook Russische soldaten betrokken waarvan de twee skeletten en de vondsten afkomstig zijn die in de expositie worden getoond. Na de slag bij Castricum op 6 oktober volgde de capitulatie van de geallieerden als gevolg van de zware verliezen, ziekte en ontberingen. Na de 41 dagen die deze korte en hevige oorlog duurde, lag Noord-Holland bezaaid met dode en zieke soldaten. 20.000 Britten waren overleden, vermist of gewond. 5000 Nederlandse militairen verloren het leven, er waren sinds mensenheugenis waren er niet zo veel gesneuvelden op Nederlandse bodem. En toch hebben de meeste Nederlanders er heden ten dage geen weet van dat deze oorlog ooit heeft plaatsgevonden.

Inschrijven voor één of meerdere lezingen kan op de inschrijfpagina.

Over de spreker:

Sjeng Dautzenberg is 53 jaar oud en is sinds 1998 archeoloog bij het onderzoeksbureau Hollandia archeologen in Zaandijk. Hij heeft ervaring op het gebied van de archeologie in de provincie Noord-Holland van alle historische en prehistorische  perioden. Hij is in het verleden vaak betrokken geweest bij het onderzoek naar toevallige vondsten in het duingebied waarbij het regelmatig ging om stoffelijke resten van soldaten die hier gesneuveld waren in de oorlog van 1799.

Slag bij Castricum 2: over pannen, potten en Patriotten

Spreker: Wytze Stellingwerf 

Titel: Keramiek en glaswerk in de tijd van Revoluties, 1780-1815

Zo nu en dan worden tijdens archeologisch onderzoek scherven van voorwerpen gevonden die versierd zijn met het portret van prins Willem V of met een afbeelding van de Hollandse Maagd omgeven met de leus `Voor Vryheid en Vaderland’. Ook in diverse musea worden van dit soort spullen bewaard. Het zijn stille getuigen van een ernstig politiek conflict tussen Oranjegezinden en Patriotten dat woedde aan het eind van de achttiende eeuw. Met deze voorwerpen wordt duidelijk dat de politieke strijd zich niet enkel op straat afspeelde, maar ook bij de mensen thuis aan tafel. Wat kan keramiek en glaswerk uit de periode rond 1800 ons vertellen over leden van de Patriottenbeweging en aanhangers van het Huis Oranje? In de vorige lezing kwam de oorlog van 1799 aan bod. Archeoloog Wytze Stellingwerf zal ingaan op het dagelijks leven van die tijd.

Inschrijven voor één of meerdere lezingen kan op de inschrijfpagina.

 

Wytze Stellingwerf

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer over de spreker:

Wytze Stellingwerf MA is werkzaam als archeoloog en materiaalspecialist bij Archeologie West-Friesland. Zijn masterscriptie “The Patriot behind the pot. A historical and archaeological study of ceramics, glassware and politics in the Dutch household of the Revolutionary Era: 1780-1815” is genomineerd voor drie prijzen en zal binnenkort als boek gepubliceerd worden.

Lezing 3 – 15 november 2018 – Toekomstvisie op Oer-IJ gebied

 

Spreker:

Rik de Visser

Titel:

Inspiratiebeeld Oer-IJ gebied; kansen voor een betekenisvolle, duurzame en klimaatbestendige inrichting van een fascinerend landschap!

Samenvatting lezing:

In het ‘Inspiratiebeeld Oer-IJ’ proberen we de boeiende ontstaansgeschiedenis van het Oer-IJ gebied in beeld te brengen en laten we zien dat van alle ontwikkelingsfasen van het Oer-IJ nog herkenbare elementen in het landschap aanwezig zijn. De vraag die we daarbij stellen is: hoe kunnen we met de ruimtelijke ordening en de inrichting van het landschap rekening houden met de kwaliteiten het Oer-IJ gebied? En welke relaties liggen er met de omringende landschappen?

Ruim voor de jaartelling begon was het Oer-IJ een uitgestrekt estuarium met kwelders, kreken en strandwallen. De meest noordwestelijke vertakking van de Rijn (het Oer-IJ) mondde bij Castricum uit in zee. Twee keer per dag, met hoog water drong de zee dit landschap binnen en stroomde het bij laag water weer leeg. Door de stijging van de zeespiegel verzandde de monding van het Oer-IJ en ging het gebied in oostelijke richting afwateren.

In de middeleeuwen verbreedde de IJ-geul zich in het veenlandschap en ontstonden er grote waterpartijen. Het veen werd bedijkt en beschermd. In de negentiende eeuw werden het IJ en het Wijkermeer ingepolderd. Met de aanleg van het Noordzeekanaal werd de verbinding met zee hersteld. In het huidige landschap kunnen we nog steeds zien hoe de huidige Nederlandse kust is ontstaan. In dit verhaal gaat het over hoe de voormalige zeer open getijdenvlakte van het Oer-IJ is veranderd, eerst door natuurlijke omstandigheden en later door menselijk ingrijpen.

Hoe kan de toekomst van het Oer-IJ gebied eruit zien? De druk op het gebied is immers groot. De regio Amsterdam kent een enorme verstedelijkingsopgave en ook het landelijk gebied is aan grote veranderingen onderhevig (ontwikkeling woningbouw, bedrijventerreinen, wegen en spoor, energietransitie, landbouw, toerisme, natuur, waterbeheer en niet in de laatste plaats klimaatverandering). Hoe kunnen we deze ontwikkelingen in goede banen kunnen leiden? Is het mogelijk om de eigenschappen en identiteit van Oer-IJ gebied optimaal te behouden en te ontwikkelen, zonder het gebied op slot te zetten? Wij denken van wel. Ons doel is om gemeenten, provincie, betrokkenen en belanghebbenden in het gebied te inspireren en het Oer-IJ stevig op de ruimtelijke agenda te zetten.

Inschrijven voor één of meerdere lezingen kan op de inschrijfpagina.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rik de Visser is in 1985 afgestudeerd  als landschapsarchitect aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Tussen 1985 en 1993 heeft hij als landschapsarchitect in diverse functies gewerkt voor het toenmalige Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. In 1994 heeft hij Vista landschapsarchitectuur en stedenbouw (Amsterdam) opgericht. Vista is onder meer verantwoordelijk voor het ontwerp van de Marker Wadden (Markermeer bij Lelystad), versterking Houtribdijk in combinatie met natuurontwikkeling op het Enkhuizerzand, PARK21 (Haarlemmermeer) en Sanering Volgermeerpolder (Amsterdam). Vista staat bekend als pionier op het gebied van natuur-inclusieve en klimaat-adaptieve landschapsarchitectuur. Studies van Vista zijn ‘Dilemma’s van het Hollandveen’ voor het toenmalige Ministerie van LNV, ‘Veerkracht waar mogelijk, ontwerpen aan een Klimaatbestendig Nederland’ in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving en ‘Klimaatpark Groene Hart voor het Innovatienetwerk’ van het Ministerie van LNV).

Lezing 4 – 10 januari 2019 – Hoe het Oer-IJ gebied de klimaatverandering overleeft

 

Spreker:
Jan Wijn

Titel lezing:

Klimaatverandering in Noord-Kennemerland, van bedreigingen tot kansen

Samenvatting lezing:

Het klimaat veranderd continue, daar zijn we aan gewend. Sinds begin 21e eeuw hebben we te maken met extreme situaties, waarbij de gevolgen voor mens en dier ingrijpend zijn. Wind, regen, hitte en droogte maken dat onze leefomgeving steeds meer onder druk komt te staan, zeker wanneer we geen actie ondernemen. In deze lezing worden de verschillende gevolgen van klimaatverandering in beeld gebracht. Belangrijker is misschien nog wel de vraag: “Wat kunnen we er zelf aan doen en hoe kunnen we er voor zorgen dat volgende generaties nog lang, veilig en zonder grote schade in het gebied kunnen blijven wonen en werken?”

Inschrijven voor deze of andere Oer-IJ lezingen kan op de inschrijfpagina.

 

Meer over de spreker:

Werkzaam vanaf 1981 bij het hoogheemraadschap. Altijd gericht op de samenwerking met gemeenten en de laatste jaren steeds meer op landbouw, natuur, bedrijfsleven, onderwijs en natuurlijk de bewoners. Naast projectleider van Waterplannen en drie Waterbeheersplannen, ook gedetacheerd geweest bij gemeenten als programmamanager Wateropgave. Vooral in de rol van aanjager en verbinder van partijen om samen te werken aan de toekomstige vraagstukken van het hoogheemraadschap en de omgeving. De laatste jaren actief als Klimaatambassadeur voor Noorderkwartier en vanuit die rol bezig met vergroten van bewustzijn en het bij elkaar brengen van alle stakeholders.

Lezing 5 – 7 februari 2019 – Amsterdam Wetlands

Impressie van Amsterdam Wetlands

Spreker: Ernst Briët, directeur Landschap Noord-Holland

Onderwerp: Maatregelen nodig voor behoud buitengebied

Titel: Amsterdam Wetlands – Samen aan de slag met ons landschap

Samenvatting lezing: 

Samen met Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Recreatie Noord-Holland ontwikkelde Landschap Noord-Holland een nieuwe ruimtelijke benadering van het gebied tussen Alkmaar – Hoorn – Amsterdam – Beverwijk. Dit concept noemen zij “Amsterdam Wetlands”. De zoektocht startte vanuit een grote zorg voor dit gebied. Er is sprake van een groot aantal problemen w.o.:

  • Inklinken van het veen met grote uitstoot van broeikasgassen als gevolg
  • Teruggang van natuurwaarden zoals de weidevogels
  • Verschraling van ons landschap

Met het concept Amsterdam Wetlands is een nieuw wenkend perspectief ontstaan. Het wordt een top-gebied voor natuur en recreatie in het hart van de Metropoolregio Amsterdam en de harten van zijn inwoners. Er wordt een verbinding gerealiseerd tussen stad en het groene buitengebied. Thema’s die o.a. aan bod komen zijn: recreatie, natuur, beleving, cultuurhistorie en voedselproductie. De initiatiefnemers van Amsterdam Wetlands starten in 2019 met een aantal pilots om samen met boeren, inwoners en ondernemers het perspectief om te zetten in actie.

Het Oer-IJ is één van de landschappelijke beelden die Amsterdam Wetlands zeggingskracht geven. Dit leidt bijvoorbeeld tot concrete samenwerking tussen Stichting Oer-IJ en Landschap Noord-Holland waar het om discussies gaat als de mogelijke aanleg van de A8-A9 dwars door een uniek open landschap. Dit is extra actueel met de provinciale verkiezingen op komst eind maart.

Aanmelden voor één of meerdere lezingen kan op de inschrijfpagina.

Ernest Briët. Directeur Stichting Landschap Noord-Holland.
FOTO: © DUTCHPHOTO / HANS VAN WEEL

Meer over de spreker

Ernest Briët studeert in 1995 af als landschapsarchitect in Wageningen. Na een traineeship bij het Ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer werkt hij daar een aantal jaar als beleidsmedewerker bij de Rijksplanologische Dienst aan het onderwerp verstedelijking. Na projectmatige opdrachten bij een aantal andere ministeries werkt Briët als directeur bij diverse maatschappelijke organisaties in Noord-Holland. Na IVN en de Milieufederatie treedt hij zes jaar geleden aan als directeur van de Stichting Landschap Noord-Holland. Integrale gebiedsontwikkeling is één van zijn interessevelden.

Lezing 6 – 7 maart 2019 – ‘Natuurherstel in het Oer-IJ’

 

Spreker:  Nico Jonker

Onderwerp: ‘Natuurherstel in het Oer-IJ’

Resultaten van dertig jaar natuurontwikkeling en wat we daar van kunnen leren.

Nico Jonker, medewerker van de provincie Noord-Holland, komt donderdag 07 maart in Huis van Hilde te Castricum een lezing geven over de hoopgevende praktijkresultaten van natuurontwikkeling in het Oer-IJ gebied.

Nico Jonker vertelt deze avond over zijn ervaringen met zo’n tien herstelprojecten. ,,De afgelopen decennia is in het Oer-IJ gebied veel natuur verloren gegaan: door woningbouw, industrie, wegenaanleg en veranderingen in de landbouw. Maar er zijn ook lichtpuntjes. In de duinen, binnenduinrand, de polders bij Castricum, Heemskerk en Uitgeest en langs het Noordzeekanaal liggen allerlei natuurherstelprojecten. Vaak met verrassend positieve resultaten. Als we al die ervaringen op een rij zetten kunnen we veel leren en zien hoe we beter kunnen inspelen op de veranderingen die het klimaat nog in petto heeft.’’

Nico Jonker heeft een positief verhaal en is vooral optimistisch over de mogelijkheden die er zijn om de verschraalde biodiversiteit weer in oude luister te herstellen. Hij zet zich daar beroepsmatig voor in als ‘medewerker natuur’ bij de provincie Noord-Holland, met name door het verbinden en tegengaan van verdere versnippering van natuurgebieden. In zijn vrije tijd houdt hij zich ook bezig met verschillende onderzoeken naar zoogdieren, vogels, vissen en planten.

Lezing: Nico Jonker

Titel: Natuurherstel in het Oer-IJ: resultaten van dertig jaar natuurontwikkeling en wat we daar van kunnen leren.  

Donderdag 07 maart 2019, 20-22 uur, Huis van Hilde Westerplein 6, 1901 NA Castricum.

Kaarten 10 euro, inclusief koffie (vrienden van het Oer-IJ 10 procent korting)

Reserveren via oerij.eu. Een kaartje kopen op de avond van de lezing aan de kassa bij Huis van Hilde kan ook. Voor meer info bel 06 1445 1564.

Klik hier om te reserveren.

Nico Jonker is in het dagelijks leven ecoloog bij de Provincie Noord-Holland en daarbuiten bezig met verschillende onderzoeken naar zoogdieren, vogels, vissen en planten.

Lezing 7 – 4 april 2019 – Opgravingen Westfriaweg N23 (deel 1)

 

Lezing van Rob van Eerden in Archeologiecentrum Huis van Hilde

Titel: De bronstijd van West-Friesland in Europees perspectief

Rob van Eerden, beleidsadviseur Archeologie van de provincie Noord-Holland, is donderdag 04 april in Huis van Hilde te Castricum om een lezing geven over de opgravingen bij de Westfrisiaweg / N23.

Rob van Eerden, als vertegenwoordiger van de provincie (opdrachtgever van de opgravingen bij de N23) vertelt deze avond over het archeologische onderzoek bij de Westfrisiaweg / N23, en dan vooral bezien in internationaal perspectief. De grootschalige opgravingen en de resultaten ervan staan namelijk niet op zich, maar moeten gezien worden in de grote bewegingen van mensen, statusgoederen en ideeën in de bronstijd. Nieuwe wetenschappelijke technieken, zoals DNA-onderzoek en analyse van talen, maken duidelijk dat vondsten en structuren in de West-Friese bodem niet als lokale aangelegenheden moeten worden bekeken, maar vermoedelijk essentiële ontwikkelingen in geheel Noordwest-Europa illustreren.

De vondsten van de opgraving in de tentoonstelling ´Liefs van Julia´

Huis van Hilde in Castricum presenteert als Archeologiecentrum van Noord-Holland  met de tentoonstelling  ´Liefs van Julia´ ook de resultaten van de grootste opgraving in Noord-Holland ooit in voorbereiding op de werkzaamheden aan de N23 (2013-2017). De nieuwe tentoonstelling is vanaf 19 april open voor publiek! Topvondsten, waaronder de beroemde Bronsschat van Medemblik, zijn er te zien en je ontmoet Julia, wiens gezicht met forensische technieken is gereconstrueerd. Met de spectaculaire virtual reality-tour neem je letterlijk een kijkje in de Bronstijd!

  • Lezing: Rob van Eerden
  • Titel: De bronstijd van West-Friesland in Europees perspectief
  • Donderdag 04 april 2019, 20-22 uur. Huis van Hilde, Westerplein 6, 1901 NA, Castricum.
  • Kaarten 10 euro, inclusief koffie (vrienden van het Oer-IJ 10 procent korting)
  • Reserveren via de website oerij.eu. een kaartje kopen op de avond van de lezing aan de kassa bij Huis van Hilde kan ook. Voor meer info bel 06 1445 1564.
  • Inschrijven voor één of meerdere lezingen kan op de inschrijfpagina.

 

Rob van Eerden

 

 

 

 

 

 

 

 

5 oktober Liselotte Gertenbach

Onderwerp: De ethiek bij het tentoonstellen van skeletten.

Liselotte Gertenbach

Menselijke resten in musea? Kan dit eigenlijk? En wat is de geschiedenis van menselijke resten in musea? In het kort zal Liselotte beginnen met de geschiedenis van het tentoonstellen van mensenresten. Vervolgens zal zij meer over de huidige situatie van het tentoonstellen van mensenresten vertellen. Hierin wordt de wetgeving aan de hand van enkele voorbeelden geschetst. De lezing wordt afgesloten met de dynamiek van ethiek: over 10 jaar denken we wellicht heel anders over dit onderwerp, hoe speel je daar op in?

Liselotte Gertenbach is net afgestudeerd ( BA) met een major in Cultureel Erfgoed en een minor in Geschiedenis. Daarnaast heeft Liselotte de bachelor afgesloten met een scriptie over de ethiek van het tentoonstellen van menselijke resten. Ze is ook betrokken bij de ArcheoHotspot in Huis van Hilde en de wisselende tentoonstellingen.

2 november Silke Lange

Onderwerp: “Wat van ver komt…  Verspreiding en betekenis van Romeinse gebruiksvoorwerpen van hout ten noorden van de limes”

Silke Lange

Hout is één van de meest kwetsbare archeologische materiaalgroepen. Het blijft alleen bewaard in extreem droge of  juist in extreem natte, dus waterverzadigde en zuurstofarme contexten. Extreem droge gebieden zijn in Nederland niet aanwezig, maar het voormalige Oer-IJ estuarium herbergt wel vele wetland-sites waarin de condities voor het behoud van organisch materiaal uitstekend zijn.

Uit alle perioden zijn er dan ook houten gebruiksvoorwerpen bekend waarvan er vele in het Huis van Hilde te bezichtigen zijn. Ook uit de Romeinse tijd zijn houten gebruiksvoorwerpen opgegraven. Vaak zijn dit voorwerpen die te maken hebben met een Romeinse leefstijl die onbekend is in het vrije Germanië.

In de lezing wordt ingegaan op verschillende vindplaatsen met  Romeinse houtvondsten, op de aard van deze voorwerpen en hoe ze in onze contreien terecht zijn gekomen. Ook wordt een link gelegd met de geromaniseerde samenlevingen ten zuiden van de limes.

CV Silke Lange

Silke Lange heeft archeologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en is sinds 2012 werkzaam als archeologe en houtspecialiste bij BIAX Consult in Zaandam. Dit bedrijf is  gespecialiseerd in landschapsarcheologie en landschapsreconstructies. Voordien heeft Silke Lange talrijke opgravingen als projectleider voor de regio Noord-Holland vanuit de Universiteit van Amsterdam en het toenmalige projectenbureau van het Amsterdams Archeologisch Centrum verricht.  Vanuit de BUCH is Silke Lange betrokken bij het archeologische onderzoek in de regio en adviseert zij op het gebied van de archeologische monumentenzorg.

In opdracht van de Rijksdienst in Amersfoort heeft zij onlangs alle houten gebruiksvoorwerpen daterend van prehistorie tot 1300 in Nederland geïnventariseerd. Sinds 1997 is zij als houtspecialiste betrokken bij het archeologisch onderzoek in Utrecht en Leidsche Rijn. In een internationale werkgroep bestudeert ze samen met haar buitenlandse collega’s de logistieke processen rondom grondstoffen en producten in het Romeinse rijk. Hiervan is onlangs een publicatie verschenen in het Duitse blad “Archäologische Berichte 27”.

Silke is sinds 2013 voorzitter van de Stichting Regionale Archeologie
Gheestmanambocht.

Publicaties:

Lange, S., 2017: Uit het juiste hout gesneden. Houten gebruiksvoorwerpen uit archeologische context tot 1300 n.Chr. (Nederlands Archeologische Rapporten 54), Amersfoort.

Lange, S., 2017: Neue Erkenntnisse in der Holzforschung im Leidsche Rijn (Niederlande) am Beispiel der Grabung ‚Zandweg – LR 31‘, in: T.  Kaszab-Olschewski & Ingrid Tamerl (Hrsg.), Wald- und Holznutzung in der römischen Antike. Festgabe für Jutta Meurers-Balke zum 65. Geburtstag (Archäologische Berichte 27), Verlag Deutsche Gesellschaft für Vor- und Frühgeschichte, Kerpen-Loogh.[/ezcol_1third_end]

 

Vragen en antwoorden

John van Muijlwijk:

Wat wordt bedoeld met de “limes”?

De grens die langs de Rijn liep tussen het vrije Germanië en het Romeinse Rijk.

Bram van Loon:
Van welk materiaal waren de assen van de karrewielen gemaakt?

Die waren in deze streken alleen van hout, maar in Rome werden ze ook van brons gemaakt.

Paul Kuiper
Wanneer zijn de wielen gemaakt?

Verder onderzoek daarnaar is nog aan de gang, maar ze dateren uit de 2e eeuw. Dat betekent dat er in de Romeinse tijd of eerder al sprake was van een wegennet.

In Castricum zijn wielen gevonden. Ze waren gemaakt van wegedoorn, een boomsoort die alleen in het zuiden van Europa voorkomt. De Friezen maakten in die tijd geen wielen.

Piet Hein Ekel

Hebben de Romeinen in Velsen nog geprofiteerd van de Oer-IJ opening naar zee?

De geul naar zee was in 200 voor Christus al dichtgeslibd. Er moet in Velsen wel scheepvaart zijn geweest, want oude geulen werden open gehouden. Volgens Wim Bosman is het mogelijk dat de monding bij hevige regenval soms open was. Bij opgravingen achter het station in Castricum werd een dik schelpenpakket uit 200 na Christus blootgelegd dat wijst op een zeedoorbraak of een wash-over.

Arjen Bosman wijst er in zijn boek nog op dat de Romeinen boten over het land naar de zee trokken of dat zij een kanaal hadden gegraven. De technische mogelijkheden waren voorhanden.

Fons Mors:

Hadden de Romeinen van de Friezen geleerd om kleinere boten te gebruiken?

Opgravingen in Velsen toonden botenhuizen die geschikt waren voor kleine boten en er zijn teksten bekend over de kennis van waterwegen.

(opgetekend door Jan Hormann)

 

 

 

 

16 november Kees Nieuwenhuijsen

Kees Nieuwenhuijsen

 

Onderwerp: Zuid-Hollandse graven in Noord-Holland.

In de lezing wordt vooral stilgestaan bij de situatie in het noorden van het graafschap, het huidige Noord-Holland. Daar moesten de graven het opnemen tegen de plaatselijke bevolking die weinig op had met hun heren. In 1131 ontaardde dit in de West-Friese Oorlog, waar al veel eerder te zien was dat de graven in deze regio eigenlijk geen gezag hadden.

Kees Nieuwenhuijsen is een amateur-historicus en re-enactor. Vorig jaar verscheen zijn boek ‘Strijd om West-Frisia’. Kees is geboren in Vlaardingen en is zeer actief betrokken bij de organisatie van de herdenking van 1000 jaar Slag bij Vlaardingen.

 

 

 

 

 

 

7 december Koen van den Driesche

Titel: Echo van het IJ – op zoek naar het Oer-IJ in het Castricummer landschap.

Koen van den Driesche.

Korte inhoud

Al spoedig na het verzanden van de Oer-IJ-monding bij Castricum woonden er mensen in het voormalige estuarium. De bewoners en bewerkers maakten gebruik van de bodemgesteldheid en hoogteverschillen zoals die door het Oer-IJ zijn gevormd. Aan de hand van de onderwerpen waterstaat, landbouw en infrastructuur toont Koen aan dat het Oer-IJ grote invloed heeft gehad op de landschapsinrichting in Castricum en omgeving.

Met tal van voorbeelden wordt inzichtelijk dat de sporen van het Oer-IJ ook vandaag de dag nog overal te herkennen zijn.

CV

Koen van den Driesche is landschapshistoricus en eigenaar van adviesbureau Avalis. Daarnaast is hij werkzaam als adviseur fysieke leefomgeving in het Waddengebied en bestuurslid van het Hunebedcentrum in Borger. Koen is geboren en getogen in de Oer-IJ-regio en woont tegenwoordig in Fryslân.

Als aankomende fysisch geograaf schreef Koen een masterscriptie voor de Rijksuniversiteit Groningen over de historische landschapsinrichting van de Castricummerpolder. Klik hier om het te kunnen lezen.

 

Vragen en antwoorden

Jan Kuijs:

Waarom is de Hendrikxsloot dwars op de bestaande waterwegen gegraven?

Op het eind van 16e eeuw veranderde de waterhuishouding in het gebied door de fusie van de Heemskerker- en Uitgeester polder. De Castricummerpolder lag ongeveer 30 centimeter hoger. Dat kun je duidelijk zien als je op de Korendijk staat. Daarom werd de Hendrikxsloot gegraven en de molen de Dog gebouwd, die het water wegpompte naar het Lange of Alkmaardermeer.

Paul Kuiper

Wat is de verklaring bij de stippenkaart?

De stippen op de kaart geven de verdeling van bouwland, weiland en hooiland in de Castricummerpolder aan. Elk grondtype kreeg een eigen kleur stip. Bouwland lag hoog en vlak bij het dorp. Weilanden lagen iets lager, waren vochtiger en lagen verder van de dorpen. Mades waren laag gelegen hooiland.

Jos Teeuwisse

Wanneer wordt jouw onderzoek gepubliceerd?

Volgend jaar wordt het door de provincie gepubliceerd.

Verklaringen van namen:

Stet = een haven of overslagplaats
Cie of Scie = snelstromend water

Gerard Veldt

Vertelt naar aanleiding van de grondsoortenkaart dat hij in de jaren 80 grondschatter was bij de ruilverkaveling.  Gronden waren onderverdeeld in 10 klassen: hoe beter de grond, des te hoger was de uitruilwaarde. Klasse 1 was de beste grond en die vind je bij Cronenburgh. Vandaar dat men er een kasteel bouwde en er bewoningsresten werden gevonden.

Mevr. Fijnhout:

Wat is de hoogteligging van Castricum?

Rond 0 NAP. De duinen liggen hoger, de polders veel lager. Er is ongeveer 6 meter verval tussen de duinen en Uitgeest.


Jan Keet:

Waar gaat al het water heen?

Zie het Peilbesluit 2015 van het Hoogheemraadschap. Daarin worden de waterstromen uitgebreid beschreven.

Hans van Weenen vertelt dat er langs de Schulpvaart gemalen liggen die zorgen voor de watertoevoer naar de vijvers in Castricum en de polder in Bakkum. Vanuit de vijvers loopt het water uiteindelijk weer richting Uitgeest. Hierdoor kan verdroging van de polder in Bakkum worden voorkomen.

Jan van Velzen:

Waarom trad verzanding van de Oer-IJ delta niet eerder op?

Oorspronkelijk was het Oer-IJ een stroom die werd gevoed door veenrivieren. Daarna zocht de Vecht zijn weg naar zee via de delta van het Oer-IJ. Toen de Vliestroom in het noorden openging veranderde de waterhuishouding in de delta. Het water van de Vecht liep via de Vliestroom naar zee en niet meer via het Oer-IJ.

De Vliestroom lag op de plek waar de Afsluitdijk werd gedicht. Daar staat nu het Monument.

Paul Kuiper

Heeft het Oer-IJ niet verder naar het noorden gelopen in de richting van de Zijpe?

Lia Vriend vertelt dat de Oer-IJ delta bij Castricum rond 150 voor Christus was dichtgeslibd. Daarna ontstaan er ten noorden ervan door verandering in de zeestroming allerlei zeegaten en doorbraken. De Zijpe is daar een overblijfsel van.

(opgetekend door Jan Hormann)

 

 

 

 

18 januari Henk van der Velde

Onderwerp: Dark Ages

 

Henk van der Velde

In deze lezing wordt een introductie gegeven op de archeologie van de Vroege Middeleeuwen. Wat gebeurde er toen de Romeinen vertrokken? Wat zijn de bijzondere vindplaatsen in het kustgebied? Wat maakt de archeologie van vroegmiddeleeuws Holland nu zo bijzonder? Zijn enkele vragen die aan de orde zullen komen.

 

Henk van der Velde is hoofd archeologie van ADC ArcheoProjecten en tevens verbonden aan de universiteit Leiden. Hij promoveerde op de bewoningsgeschiedenis van Oost-Nederland maar heeft in de afgelopen twee decennia ook bijzondere opgravingen uitgevoerd in het Nederlandse kustgebied. Hij specialiseert zich daarbij vooral op de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen. In oktober verschijnt onder zijn leiding het boek ‘Struinen in de duinen’.

 

 

VRAGEN EN ANTWOORDEN

 

Waar kwamen het goud en het zilver in de vondsten vandaan?

Het goud en het zilver waren afkomstig uit omgesmolten Romeinse munten.

Waarom kwamen de missionarissen in Noord-Holland uit Engeland en Ierland?

Er waren vooral in Ierland grote kloosters die een enorme drang tot missie hadden. Van daaruit stuurde men de missionarissen naar Nederland.

Waarom gebruikte men het afhakken van handen als straf?

Dat had een symbolische betekenis; zonder handen was een mens ongevaarlijk.

De Vikingen stonden bekend om hun gewelddadig optreden. Hoe kwam dat?

Dat lag in hun aard als leden van een “gefolgschaft”. Soms waren hun aanvallen volledig willekeurig: dan eens een klooster en dan weer een eigen nederzetting die hen niet aanstond.

Hans van Weenen

In het domein de Geer stond een grote boerderij. Was dat in alle domeinen zo?

Er is heel weinig bekend over de centrale boerderijen.

Hr. Zijp

Toonden die boerderijen de machtspositie van de herenboer?

De domeingoederen werden vaak niet bewoond door de heer zelf, maar door een zetbaas met status, die opbrengsten afdroeg.

Hans van Weenen

Waren de domeinen vergelijkbaar met vroonlanden?

Ja, ze behoorden soms ook toe aan de kloosters. Landheren schonken ze soms aan deze instellingen als een soort oudedagsvoorziening.

Waarom waren de steigers in de rivier bij Dorestad zo lang?

De loop van de rivier veranderde voortdurend en de steigers moesten daardoor verlengd worden.

Waar liggen de oudste terpen?

In het binnenland. De zee trok zich langzaam terug en de jongste terpen liggen nu meestal dichter bij de Waddenzee.

Joke v.d. Aar

Naarmate Dorestad tot bloei kwam, verdwenen de boerderijen. Is dat beleid of een natuurlijke ontwikkeling?

We vinden ze niet meer, maar de plaatsen werden wel bewoond. We vermoeden dat ze zijn verplaatst naar de huidige dorpen.

Wanneer ontstond de Lek?

De Lek bestond al in de tijd van Dorestad. In 1022 was de Oude Rijn al aan het verzanden en geleidelijk stroomde de grootste hoeveelheid water via de Lek naar de Noordzee.

 

 

15 februari Jerzy Gawronski

Jerzy Gawronski

Onderwerp: Amstel en IJ en Noord/Zuidlijn archeologie.

Titel: De vroegste geschiedenis van Amsterdam in het Oer-IJ landschap.

Samenvatting:

In het archeologisch onderzoek bij de aanleg van de Noord/Zuidlijn in 2005-2010 stond de rivier de Amstel centraal. De diepe bouwputten gaven toegang tot de onderste lagen van de rivierbedding tot 12 m onder NAP. Daarmee kwam nieuwe informatie voorhanden over ontwikkelingen in het landschap en vooral de waterhuishouding en de vorming van de rivier de Amstel vanaf 3.000 v. Chr.

Hierin speelt het Oer-IJ een cruciale rol. Archeologische vondsten duiden op een doorlopende bewoning in het Amstelgebied. Klimatologische en bodemkundige processen ten tijde van de middeleeuwse ontginningen zorgen voor ingrijpende veranderingen in het landschap. Een abrupte omslag aan het eind van de twaalfde eeuw biedt de basis voor de stichting van Amsterdam.

Klik hier om een interview met Jerzy Gawronski voor het internetplatform Oneindig Noord-Holland te kunnen lezen.

 

Prof. dr. Jerzy Gawronski is stadsarcheoloog van Amsterdam (hoofd afdeling Archeologie van Monumenten en Archeologie, gemeente  Amsterdam) en hoogleraar maritieme en urbane archeologie aan de Universiteit van Amsterdam.

-0-

Vragen en antwoorden

Robert Haakman

Zijn er nog meer nieuwe inzichten naar voren gekomen over het vroegste Amsterdam?

We hebben een beter inzicht gekregen in de geologie, het landschap en de meteorologische omstandigheden van de vroegste nederzetting. Ook is de aard ervan duidelijker bekend. Er werd meteen handel gedreven en er ontstonden onmiddellijk industrie en nijverheid. De nederzetting werd al snel een regionaal centrum.

Dik Fopma

Bij de Nieuwendijk zijn resten van een kasteel gevonden. Was dat een aantrekkelijke plek voor een kasteel of was het iets anders?

Er ontstond nogal wat consternatie omdat men dacht dat het toebehoorde aan Gijsbrecht van Amstel, maar waarschijnlijk is het later door Floris V gebouwd rond 1280. Het beschermde de Amstel en had overzicht op de Kolk met zijn sluizen. Het vormde een machtsmiddel. Op de noord kop van de nederzetting beheerste het de haven en de waterhuishouding in het achterland. Gezien de vondsten bij de smederij werden daar wapens gemaakt voor de kasteelheer.

Ton v.d. Brink

Liggen de geëxposeerde gevonden voorwerpen in de vitrines in het metrostation op chronologische volgorde?

Nee, ze zijn per blok thematisch gerangschikt en in het blok liggen ze chronologisch op een rij, van middeleeuwse lepel tot modern plastic ijslepeltje.

Vraag

Versmalde de rivier geleidelijk?

Door de tijd heen werden er kades aan toegevoegd, er werd stadsafval in gedumpt en de rivier slibde geleidelijk dicht. In 1937 werd bij de demping van het Rokin duinzand gebruikt.


Richard Boske

Hoe kon het dat de Amstel in het laatste kwart van de 12e eeuw weer sneller ging stromen?

Onder invloed van een aantal stormvloeden ontstond er een daling van het water in het Almere en de Vliestroom. Daardoor ging het water uit de Amstel sneller stromen. Een seizoen met heftige stormen verandert het landschap aanzienlijk. Onlangs daalde het water tijdens een diepe depressie en hevige storm bij Schellingwoude ongeveer 20 centimeter.

Bram van Loon

Wanneer werd de Dam gebouwd?

In 1275 kreeg Amsterdam tolrechten en de Dam is zo rond 1250 gebouwd. De dam had ook een sluis en daardoor kon men passanten tol heffen en van hieruit de waterhuishouding regelen. Denk ook aan alle damsteden aan het IJsselmeer, als Edam, Volendam en Monnickendam.

Cor Barten

Hoe verdwenen veel veengebieden aan de Zuiderzee?

Tijdens heftige stormen werd het veen, dat heel zacht was, gemakkelijk weggeslagen.

Wim Groeneweg

Zijn er resten van koggeschepen gevonden?

Nee, het hout is allemaal vergaan. We hebben wel veel sintels gevonden. Het waren overnaadse schepen dus de naden werden gebreeuwd.

Gé Bos

Hoe is de waterafvoer in het Rokin nu geregeld?

De rivier stroomt onder de Dam, de Bijenkorf en de Beurs van Berlage door in een rioolpijp en komt uit in het IJ.

Hans van Weenen

Hoe stond het met de aanwezigheid van buitenlandse scherven aardewerk bij de vondsten?

Vroeger telde men die om de herkomst te herleiden, maar tegenwoordig worden er statistische methodes op los gelaten om de importgebieden te traceren.

15 maart Wouter Waldus

Onderwerp: De reconstructie van de IJsselkogge.

Wouter Waldus

In de lezing wordt, na een introductie op de opgraving en de berging van de 15e eeuwse IJsselkogge in 2011 bij Kampen uitgelegd hoe de reconstructie van het scheepswrak is aangepakt. Het betreft een digitale reconstructie, waarbij alle verzamelde gegevens van de IJsselkogge samenkomen tot een 3D model.

In de lezing zullen de voorlopige resultaten van dit bijzondere scheepsarcheologische project worden gepresenteerd. Tenslotte zal het belang van dit scheepswrak voor ons begrip van de vroegmoderne scheepsbouw worden toegelicht.

Klik hier voor meer over de vondst van de IJsselkogge.

Klik hier voor het bestellen van kaartjes.

Klik hier voor algemene informatie over de lezingenreeks ‘Hilde Kan Me Nog Meer Vertellen’.

 

 

 

Wouter Waldus werkt als maritiem archeoloog bij ADC Maritiem. De afgelopen jaren heeft hij vele onderwaterarcheologische projecten in heel Nederland uitgevoerd. De opgraving en de lichting van de IJsselkogge in 2016 was een van de meest bijzondere en spectaculaire tot nu toe.

Vragen uit de zaal en antwoorden van Wouter Waldus 

1.       Er werd gehandeld in bijenwas.Was dat een grondstof of een eindproduct? Grondstof.

2.       Hadden de schepen ballast?
De schepen zijn leeg op de rivierbodem gezet en later gevuld met klei. Er zijn resten schollenklei gevonden op de bodem van het schip.

3.       Wat waren de afmetingen van de kogge?
25 meter lang, 8 meter breed en 7 meter hoog.

4.       Hoe hoog waren de kosten van het koggeproject?
De kosten bedragen 5 miljoen euro en worden betaald door Rijkswaterstaat.

5.       Is er historische documentatie beschikbaar over het afzinken van het koggeschip?
We hebben alles uitgeplozen en aanwijzingen gevonden dat er in 1437 hoofden in de rivier werden aangelegd om de stroming te versnellen. Verder is er over het schip niets bekend. We hebben wel het beukenhout dat werd gebruikt voor de afsluiting van de rivierarm kunnen dateren op 1451.

6.       Wanneer is de kogge afgezonken?
Waarschijnlijk in 1451. Misschien is het schip overvaren. Er zijn netten gevonden die er in verstrikt zaten.

7.       Is er sprake van symmetrie bij de bouw?
Er werd wel geprobeerd ze symmetrisch te bouwen, maar dat lukte nooit helemaal door de onregelmatige vormen van het hout dat werd gebruikt.

8.       Maakte een kogge water?
Ja, de schepen waren zo lek als een mandje. Voor en achter werden sporen van pompen gevonden en er liep een duidelijke goot voor de waterafvoer.

9.       Wat voor pompen gebruikte men?
We weten niet precies hoe ze er uit zagen.

10.   Waarom staken de balken door de huid?
Dat weten we niet precies. Het was een vreemde constructie die wel veel stevigheid bood.

11.   Waar lag de waterlijn?
Dat is nog niet bekend.

12.   Hoe was het gesteld met de waterstabiliteit?
Bij een tocht om Jutland met een replica bleek het goed mogelijk om koers te houden.

13.   Hoe werden de koggeschepen gebruikt?
Het waren kustvaarders

14.   Hadden ze een anker voor en achter?
Er zijn helaas geen ankers gevonden.

15.   Hoe werd het roer bediend?
Het roer was goed door één persoon te bedienen.

16.   Hoeveel mensen waren er aan boord?
Dat aantal was onbekend. Maar op het moderne replicaschip vaart men met ongeveer 10 bemanningsleden.

17.   Was er ook stroming links en rechts van het schip die bijgedragen heeft aan de vervorming van de romp?
Dat zou kunnen, maar om dat zeker te weten moet je waterloopkundige testen doen. De meeste schepen waren asymmetrisch omdat niet alle houtvormen precies gelijk waren.

18.   Waren de kopse kanten van de romp ook overnaads?
Ja, helemaal.

19.   Hoe dik was de huid?
De huid was 4 centimeter dik, met ongeveer 30.000 kleine krammen erin.

20.   Hoe staat het met het onderzoek naar het VOC schip, de Amsterdam, dat nog steeds bij Hastings aan de Engelse zuidkust ligt?
Uiteindelijk zal het schip worden overgebracht naar het marine dok in Amsterdam.

21.   Was er in Kampen in de IJssel ook sprake van eb en vloed?
Er was sprake van een lichte eb- en vloedbeweging vanaf de Zuiderzee. Het water daar was brak.

Jan Hormann  25MAR18

12 april André Numan

André Numan

 

Titel: Hoe god in Kennemerland verscheen

Korte inhoud:

In de eerste helft van de achtste eeuw veroveren de Franken ‘Frisia ulterior’, het gebied tussen de Oude Rijn in het zuiden en het Vlie in het noorden. Aansluitend wordt de bevolking gekerstend door Angelsaksische monniken. Dan ook krijgt Kennemerland de eerste kerken.Vanuit die godshuizen worden weer andere gebedsruimtes gesticht.

Wie bouwden deze kerken, waar werden ze gerealiseerd en waarom juist op die plekken? In deze lezing komen al deze vragen en meer aan de orde komen. Ook wordt ingegaan worden op de bouwwijze van de kerken.

-o-

André Numan is actief betrokken bij vele archeologisch onderzoeken in binnen en buitenland. Hij was verbonden aan het Instituut voor Prae- en Protohistorie, thans (2014) Amsterdams Archeologisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam (AAC) als hoofd Archeologische Velddienst en Documentatie en tot 2014 als  hoofd Archeologische Velddienst en Conservator.

Hij publiceerde onder meer over zijn onderzoek naar middeleeuwse bewoningssporen in het centrum van Haarlem, over Noord-Hollandse kerken en kapellen in de Middeleeuwen.

André is geboren in Haarlem, waar hij nog steeds woont en al sinds 1973 actief betrokken is bij de Archeologische Werkgroep Haarlem.

Klik hier om daar de pagina te gaan waar kaarten kunnen worden besteld.

 

 

 

Vragen en antwoorden na afloop van de lezing

 

1.       Hoe kan het dat er tussen de Streek en Wieringen zijn geen kerken te zien zijn op deze kaart?

Er waren niet veel kerken omdat ze bij overstromingen zijn weggeslagen. Rond 1920 zijn er aanwijzingen voor kerkgebouwen gevonden in de Wieringermeer.

2.       Koen v.d. Driessen:  Was Simon van Haarlem in de 13e eeuw de stichter van de kerk in Castricum?

Waarschijnlijk was het een van zijn voorvaderen en moet de kerk iets eerder gedateerd worden.

3.       Waar lagen de meeste kerken gewoonlijk?

De kerk werd meestal midden in het dorp gebouwd. Alle grond behoorde toe aan de edelen, bijv. de graven van Egmond.

4.       Hermine Smit: Werden de kerken gebouwd op heilige plaatsen en leylijnen?

Het eerste klopt en op het tweede deel van de vraag durf ik geen antwoord te geven.

Een leylijn is een rechte lijn die wordt getrokken door meerdere punten van geografisch belang, waarbij verwezen wordt naar een vermeend verband tussen die punten. Het gaat daarbij typisch om prehistorische locaties, archeologische vindplaatsen en oude kerken. Esoterici geloven dat leylijnen energiebanen zijn.

Leylijn – Wikipedia

5.       Dhr. Tebbens: Zijn er veel kerken afgebrand?

Ja, dat gebeurde tijdens oorlogen, ongelukken en verbouwingen.

6.       Ineke Tebbens: Is het waar dat de tekeningen van de kerk vaak werden bewaard in de toren?

Tijdens de vroege periode – in de hoge middeleeuwen- gebruikte men geen tekeningen. Er werd gewerkt en ontworpen door middel van geometrische patronen, zoals driehoeken en vierkanten: het verhoudingsgewijs bouwen. In de tufstenen kerken zijn geen tekeningen in de torens gevonden.

7.       Zijn er in West Friesland veel kerken verplaatst?

Na elke nieuwe ontginning werden kerken verplaatst.

8.       Wat was de functie van de kerk in het dagelijks leven?

Alles draaide om de kerk, heiligendagen werden gevierd en de kerk bepaalde de loop van het dagelijks leven.

(opgetekend door Jan Hormann)

Kaartjes kopen

‘HILDE KAN ME NOG MEER VERTELLEN’

Lezingencyclus georganiseerd door Huis van Hilde en de Oer-IJ Academie .

Aanvang: precies om 20 uur.
Zaal open: vanaf 19.30 uur.
Afsluiting: rond 22 uur.

Locatie, Huis van Hilde in Castricum (achter het station)

Betaling:

Het bijwonen van een losse lezing kost 10 euro. Vrienden van het Oer-IJ krijgen een korting van 10 procent*. Wie vier of meer lezingen boekt, betaalt 2 euro per lezing minder. Bezoekers betalen vooraf. Na overmaken van het bedrag op bankrekeningnummer NL87RABO0159876702 t.n.v. Stichting Oer-IJ wordt een bevestiging per mail gestuurd, waarmee een zitplaats is gegarandeerd. Wie op de bonnefooi naar een lezing komt, betaalt contant en met gepast geld aan de balie. Pinnen is niet mogelijk.

Wie aanspraak op korting heeft, vult dat in bij Opmerkingen.

Vergeet niet voor het verzenden van een reservering met een muisklik aan te geven dat u geen robot bent. Dat is nodig om spam op de website tegen te gaan. LET OP: wanneer geen vinkje wordt gezet in het vakje naast de mededeling ‘IK BEN GEEN ROBOT’  verschijnen er plaatjes waarover een vraag wordt gesteld die moet worden beantwoord om de bestelling te bevestigen.

Programma lezingencyclus 2017/2018

  • 05 oktober Liselotte Gertenbach (geweest)
    De ethiek bij het tentoonstellen van skeletmateriaal.
  • 02 november Silke Lange (geweest)
    De ontwikkeling van het houtgebruik in het Oer-IJ gebied.
  • 16 november Kees Nieuwenhuijsen (geweest);
    Zuid-Hollandse graven in Noord-Holland,.
  • 07 december Koen van den Driesche;
    De historische landschapsinrichting in de Castricummerpolder. (geweest)
  • 18 januari Henk van der Velde; Dark Ages.(geweest)
  • 15 februari Jerzy Gawronski; (geweest) 
    De ontwikkeling van Amsterdam vanaf de vroege fase.
  • 15 maart Wouter Waldus:
    De reconstructie van de IJsselkogge.(geweest)
  • 12 april 2018 André Numan;
    Chronologie van de kerkenbouw en de verspreiding van het christendom in Kennemerland.

Zijn er nog prangende vragen bel dan met Huis van Hilde: 023-5143247.

Klik hier voor aanvullende informatie.

 

Welke lezingen wilt u bijwonen

Lezing 05 oktober 2017Lezing 02 november 2017Lezing 16 november 2017Lezing 07 december 2017Lezing 18 januari 2018Lezing 15 februari 2018Lezing 15 maart 2018Lezing 12 april 2018

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Onderwerp

Opmerkingen

captcha

Lezingen 2017-2018

Archeologiemuseum en Stichting Oer-IJ gaan samenwerken

Nieuwe serie historische lezingen in Huis van Hilde

Onder de titel ‘Hilde kan me nog meer vertellen’ wordt door de Stichting Oer-IJ en Huis van Hilde een nieuwe serie van acht lezingen georganiseerd in het archeologiemuseum te Castricum. Vorig jaar hadden beide organisaties elk hun eigen avonden. Omdat de onderwerpen thematisch dicht bij elkaar liggen en er toch al op verschillend terrein wordt samengewerkt, is besloten voor het seizoen 2017/2018 in dit verband gezamenlijk op te trekken.

Voor de historische lezingen bestaat steeds veel belangstelling. De meeste avonden worden uitverkocht en ook herhalingen trekken volle zalen. De populariteit heeft te maken met de groeiende belangstelling voor regionale geschiedenis, maar houdt zeker ook verband met de kwaliteit van de sprekers. De organisatoren zorgen steeds voor bijeenkomsten met een verhaal van deskundigen die een autoriteit zijn in hun vakgebied. Er staan acht lezingen gepland.

De eerste avond was op donderdag 5 oktober. Klik hier voor een overzicht en voor het bestellen van kaarten. De kosten voor een avond bedragen 10 euro. Vrienden van het Oer-IJ krijgen 10 procent korting. Wie kaarten voor vier of meer lezingen bestelt betaalt 2 euro minder per lezing. De lezingen beginnen om 20 uur en duren tot 22 uur. De zaal gaat open om half acht. Alle informatie over het programma is te vinden op deze website of bel anders voor vragen met Huis van Hilde: 023-5143247.

 

 

Rondje Akersloot

De kanotocht ‘rondje polder Akersloot’ voert door het landelijke gebied ten westen van Akersloot, via veenstromen, langs zeer oude plas- drasgebieden en over het Alkmaarder- en Uitgeestermeer. Het startpunt is camping De Boekel. Het kaartje voor de route en alle andere bijzonderheden staan op de website van kanoroutes.nl.

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

Fietsen door de Heerlykheden

 

Fietsen door de Heerlykheden
Tussen duinen en Alkmaardermeer.

Het fietsrouteboekje ‘Fietsen door de Heerlykheden van Castricum, Akersloot, Limmen en Bakkum’ is het zesde gidsje in de reeks routeboekjes. De cultuurhistorische rijkdom van de gemeente Castricum en haar voormalige heerlijkheden komt in dit boekje uitgebreid aan bod in vier fietsroutes met in totaal ruim 60 kilometer aan fietsgenoegen. Elke fietsroute vormt een verbindingslijn tussen uiteenlopende landschappen en cultuurhistorisch bijzondere gebouwen en landschappelijke elementen en toont de sporen van de tijd in landschap en woonomgeving.

Dit boekje is verkrijgbaar bij de VVV-ANWB Castricum Dorpsstraat 66 in Castricum, bij boekhandel Laan aan de Burgemeester Mooijstraat 19 te Castricum, bij bezoekerscentrum De Hoep en bij de verschillende cultuurhistorische organisaties: de Werkgroep Oud Castricum , de Stichting Oud-Limmen en de Historische Vereniging Oud-Akersloot.

Terug naar overzicht

Met een gids op zoek naar het Oer-IJ

Vul hier het aanmeldformulier in:

Ik ga mee met de excursie:
Op Expeditie met een gids het Oer-IJ gebied in:

Fietsen met een gidsWandelen met een gids

Wilt u uw excursie uitbreiden met een "Huis van Hilde arrangement":
neeja

Over de excursies in het kort *

  • Bij voldoende belangstelling is er elke dag een fiets- of wandelexcursie met gids.
  • Reserveer via de website tot 48 uur van tevoren.
  • U krijgt bericht als het doorgaat.
  • Kosten voor een excursie met gids: € 7,50 euro pp (incl boekje met route-app).
  • Duur van de excursies: wandelen + 8 km/ 3 uur , fietsen + 20 km/ 3 uur.·
  • Startplaats: Huis van Hilde, achter station Castricum.
  • Vertrektijd: 13.30 uur.
  • Betaling bij aankomst in Huis van Hilde.

 

Gidsje met app

Je kunt het Oer-IJ gebied ook op eigen gelegenheid gaan verkennen. Op veel plaatsen in het landschap staan informatieborden. Nog leuker wordt het met het boekje ‘Op Zoek naar het Oer-IJ’ met een app voor twee fietsroutes. De gids zit dan in je telefoon. De gidsjes liggen in de lokale boekhandel, bij de VVV-kantoren, het PWN bezoekerscentrum De Hoep in Bakkum  en in Huis van Hilde te Castricum. De app kan ook via de website van AbelLife worden gevonden.

Het leukste is om samen met een van onze gidsen op excursie te gaan. Dat kan (vanaf 1 april) in principe elke dag. Op fiets of als wandeling. Vertrekplaats is Huis van Hilde achter het station Castricum.

Daarnaast bieden wij de mogelijkheden om de Oer-IJ excursie te combineren met een lunch en rondleiding in het archeologiecentrum Huis van Hilde. Het voordeel van die combinatie is dat de gids van het museum alvast binnen vertelt wat dan later buiten kan worden bekeken. Met deze voorinformatie gaat u beter voorbereid op pad.

Over het landschap

Tot aan het begin van de jaartelling lag het Castricum van nu midden in de grillige monding van het Oer-IJ, een noordelijke aftakking van de Rijn die hier in zee uitmondde. Water en wind hadden er vrij spel. Van dat getijdenlandschap vol uitgesleten geulen en grillige kreken, dat zich uitstrekt tot in de IJmond, is ook vandaag de dag nog veel terug te zien.

Onze gidsen weten de weg en kennen de plekken. Ze nemen u graag mee op een excursie naar de sporen van dat verleden. Een boeiend verhaal over het ontstaan en de bewoningsgeschiedenis van de regio Kennemerland. Dat kan op de fiets of tijdens een wandeling.

Nergens in Nederland is het landschap zo gevarieerd als hier. De kuststrook, de strandwallen, de beboste binnenduinrand, met daarachter eeuwenoude dijken rond uitgestrekte polders en zompige veenweides. En daartussen de rivierbedding van het Oer-IJ. Alles dicht bij elkaar. De oorsprong gaat terug tot zo’n 3000 jaar voor Christus. Door de eeuwen heen veranderde het gebied steeds weer van aangezicht. Vanaf het moment dat stukken grond droogvielen, begonnen mensen er een bestaan op te bouwen en activiteiten te ontplooien.

Stoere jagers, romeinse soldaten, primitieve boeren, de machtige adel, de rijke kooplieden. De strijd tegen het water, dreigende oorlogen, de vroegste bewoning, de komst van de industrie. Er is veel te vertellen. Wij laten zien dat er achter elke verhoging in het landschap, kronkelende waterloop of dijklichaam een mooi verhaal schuilgaat. Het landschap laat zich lezen als een geschiedenisboek. Met een knipoog naar Johan Cruijff zeggen we graag; Je gaat het pas zien als je het door hebt.

 Andere ogen

Je staat er niet altijd bij stil, maar de natuur bepaalde voor een belangrijk deel het gebruik en de inrichting van het landschap hier. Dat verklaart de loop van wegen, de aanwezigheid van waterpartijen en de plek van woningbouw. Buitenplaatsen, boerderijen en bedrijven liggen niet toevallig op de plekken die we heel gewoon zijn gaan vinden. Na de verhalen van onze gidsen kijkt u met andere ogen naar buiten en zal het landelijk gebied nooit meer hetzelfde zijn.

 

* Algemene voorwaarden    

Bij gebrek aan belangstelling kan een excursie worden afgelast.
Kinderen vanaf 12 jaar welkom.
Extreme weersomstandigheden kunnen aanleiding zijn om een excursieprogramma aan te passen.
Boeken tot 48 uur van tevoren.
Maatwerk twee weken van tevoren reserveren.
Het excursieseizoen loopt van 1 april tot 1 november.

 

Groepsexcursies op verzoek

Op verzoek kunnen voor groepen aparte excursies worden georganiseerd. Op elke gewenste dag, zowel ‘s ochtends of in de middag. Dat kan op de fiets, maar ook wandelend. Leuk voor een familiedag, vriendenuitje of als onderdeel van een inspiratieactiviteit buiten de deur met de collega’s. Actief en leerzaam.

Routes, thema, startplaats, tijdstip of lengte van de tocht kunnen worden aangepast op de wensen van de aanvragers. Combinatie met bezoek aan Huis van Hilde en lunch daar is ook mogelijk. Wie meer wil weten, stuurt een mail naar info@oerij.eu.

***

REACTIES VAN DEELNEMERS:

Beste Erwin,

We hebben zo juist een prachtige en interessante wandeling met je gelopen, nogmaals dank daarvoor! Alvast hartelijk dank en zeker tot ziens!

Met hartelijke groet,
Jaap en Jackie

 

Huis van Hilde startpunt voor alle excursies.

Arrangement met Huis van Hilde 

Een wandel- of fietsexcursie in het Oer-IJ gebied kan ook worden uitgebreid en gecombineerd met een rondleiding in het museumgedeelte van het Archeologiecentrum Huis van Hilde in Castricum.

Het bezoek aan de expositie wordt toegespitst op de ontstaansgeschiedenis van  Kennemerland. Aansluitend is er dan een wandeling of fietstocht in het buitengebied. Tussendoor kunnen de deelnemers gebruik maken van een speciale Oer-IJ lunch in het museumrestaurant Hildes Heerlykhyd.

De kosten van dit complete arrangement bedragen €27,50 per persoon.

Reserveren kan telefonisch via 023-5143247 .

 

Wandelexcursie

Net als bij het fietsen is het in beginsel mogelijk op elke plek binnen het Oer-IJ gebied een wandelroute met gids te boeken. Castricum is een mooie startplek omdat daar het Huis van Hilde staat, met een station voor de deur en een restaurant waar groepen mensen zich gemakkelijk kunnen verzamelen. Klik hier voor alle aanvullende informatie, de contactgegevens en het boekingsformulier.

 

 

 

Arrangement met lunch en excursies

Arrangementen

Met de fiets op excursie met een Oer-IJ gids. Even stoppen bij de eendenkooi in Uitgeest

 

We gaan weer samenwerken met Huis van Hilde en hebben genoeg gidsen opgeleid om zowel wandel- als fietstochten aan te kunnen bieden. Klik hier voor een overzicht van alle mogelijkheden.

 

 

Lezingenserie

Uitgelicht

1e lezing oer-ij academie 27-1-15 d

Alle lezingen waren drukbezocht.

 

 

 

 

 

 

 

De organisatie van lezingen over onderwerpen die een relatie hebben met het Oer-IJ mogen zich verheugen in een brede belangstelling. De eerste serie in Huis van Hilde is herhaald en een aantal sprekers hield ook een verhaal in de bibliotheek van Heemskerk. In het najaar van 2016 is de reeks voorgezet met nieuwe onderwerpen en nieuwe sprekers. Begin 2017 wordt een serie lezingen herhaald in het Huis van de Geschiedenis Midden-Kennemerland in Beverwijk.

Samenvattingen van de eerdere lezingen, aangevuld met bezoekersvragen en antwoorden van de sprekers, is hier op de site terug te lezen. Rechts op de pagina een index met een overzicht van de sprekers, een samenvatting van de avond en de vragen vanuit de zaal.

 

 

 

Lezing Ronald de Graaf

De militair-strategische betekenis van het Oer-IJ gebied

Samenvatting

Om het naar autonomie strevende West-Friesland te beheersen, openden de graven in 1132 de vijandelijkheden, alleen hadden ze tegen de guerrilla-tactiek van de boeren weinig weerwoord. De brandhaarden van het verzet tegen Holland waren Winkel en Niedorp. De West-Friese verdediging, gebaseerd op omgevingsfactoren als beken en kreken, was erg effectief. Nog viermaal probeerden de Hollanders een beslissing te forceren, in 1166, 1168, 1180, 1198; het richtte weinig meer uit dan wel een formele, maar geen feitelijke onderwerping van de West-Friezen.

De West-Friezen waren, doordat stormvloeden landverlies hadden veroorzaakt, niet bereid om hun grond aan de Hollanders af te staan, of om belasting te betalen. Herhaaldelijk namen zij het initiatief om op hun beurt de Hollanders af te schrikken: in 1133, 1155, 1166, 1169, 1182, 1195. Het gebrek aan landbouwgrond ten spijt, lijken deze aanvallen pre-emptief geweest te zijn, omdat ze niet als doel hadden langdurig grond in Kennemerland te bezetten.

Eerst werd Kennemerland door Willem II met een ring van kastelen versterkt. De door hem in West-Friesland uitgevoerde aanval, was operationeel zo gek nog niet vanwege de beoogde omsingeling die uitgevoerd moest worden met de infanterie over het ijs en de cavalerie over het land. Militair-strategisch maakte hij echter dezelfde fout als zijn zoon later in 1272: door bij Alkmaar aan te vallen, was van verrassing of overrompeling geen sprake.

Zijn zoon Floris V was een strategisch en operationeel genie. Zowel de West-Friezen als de Stichtsen werden in dertig jaar (1266-1296) militair en politiek vrijwel geheel bedwongen. Hij wist Stichtse edelen en de kerkelijke autoriteiten uit te schakelen door een reeks slimme zetten op het diplomatieke en financiële schaakbord. Slechts een enkele maal moesten de wapens uitkomst bieden, zoals in 1278 in Utrecht en 1281-82 in Montfoort en Vredeland. De Hollanders beheersten met de Vecht de toegangsweg van Utrecht naar de Zuiderzee.

Pas de amfibische actie van Floris in 1282, gevolgd door de inzet van vele boogschutters om de systematische aanleg van dwangburchten te beveiligen, leidde in 1289 tot het beëindigen van de guerrilla. Door een vergelijking met de guerrilla’s waarmee de Engelse koning in Wales en de Utrechtse bisschop in Drenthe werden geconfronteerd, krijgen we de defecten en merites van de verschillende toegepaste militaire strategieën in beeld.

De kracht van Floris en Edward school in de aanvalsdatum in het landbouwseizoen, de vlootsteun, integratie van wapensystemen en legeronderdelen, aanleg van burchten en wegen of dijken, het aanknopen van goede buitenlandse relaties en het vermijden van plunderingen door een goede foeragering. Het aanbieden van een goede sociaaleconomische of waterstaatkundige toekomst voor de verslagenen, was bij de contraguerrilla van doorslaggevend belang.

Vragen en antwoorden lezing Ronald de Graaf

Vraag van A. van Loon: Welke gebeurtenis hoort bij het jaartal 1337?

Antwoord: Uit een gedateerd document in het Nationaal Archief blijkt dat in West-Friesland ongeveer 3500 mannen woonden.

Vraag van Kees de Wildt: De term het Oer-IJ is vanavond niet genoemd; wat was de rol ervan in militair-strategisch opzicht?

Antwoord: Zonder het (Oer) -IJ was de vloot van Floris nooit bij Hoorn/Wijdenes gekomen.

Vraag van Joke v.d. Aar : Hoe liep de reeks van defensieve kastelen? Een aantal daarvan dateerde toch uit de tijd ver voor Willem?

Antwoord: Egmond en Brederode waren aanzienlijk ouder. Maar rond 1250 waren er veel bouwactiviteiten toen de baksteen beschikbaar kwam. De rits kastelen liep in grote lijnen langs het Oer-IJ van Haarlem naar Alkmaar aan de rand van de strandwallen, waar water beschikbaar was om de slotgracht onder water te zetten.

Aanvullende vraag: Horen Huis ten Bever en Teijlingen ook bij deze reeks?
Antwoord: Dat weet ik niet.

Vraag van Han Kemperink: De eerste graven van Holland bezaten rond 1000 geen land. Hoe kregen ze dat in bezit?

Antwoord: De streek behoorde tot het Duitse Rijk en viel onder het gezag van het bisdom Utrecht. Rond 1000 startten de graven met het heffen van watertol in Vlaardingen en ze voeren nog enkele ongehoorde acties uit. Vanuit trecht werden ze in Dordrecht en Vlaardingen aangevallen, maar er was geen houden aan voor de bisschop en langzamerhand breidden de graven hun grondgebied uit.

Vraag van Kees Helderman: Wat zijn ‘rekeningen’?

Antwoord: Dat zijn stadsrekeningen (van een stad) of van de graven van Holland: overzichten van inkomsten en uitgaven. Daarin kun je zien dat er schepen en materiaal worden geleverd voor de oorlogsvoering. De rekeningen van de graven worden bewaard in Den Haag en daarin kun je zien wat ze uitgaven, wanneer en waarom. In combinatie met de rekeningen krijgen rijmkronieken – die soms onbetrouwbaar leken – ook een andere betekenis. Ze blijken namelijk allebei naar dezelfde gebeurtenissen te wijzen.

Terug naar het overzicht; klik hier.

 

Lezing Rob Veenman

Rob Veenman portret 2

Rob Veenman

 

‘De Waterstaatskundige geschiedenis van het Oer-IJ’,

(Lezing gehouden door Rob Veenman op 19 november 2015′)

Samenvatting

We kunnen de waterstaatskundige geschiedenis van het Oer-IJ globaal indelen in een tweetal periodes: voor en na de sluiting van de duinenrij. In de eerste periode is de invloed van de zee groot. Door de werking van water en wind, de afzetting van zand en klei en de vorming van veen werd de invloed van de zee steeds kleiner, ondanks een stijgende zeespiegel. In die tijd was het Oer-IJ nog zout tot brak en stroomde het water van oost naar west. De invloed van de mens was op dat moment nog zeer beperkt.

Na de sluiting van de duinenrij veranderde het gebied ingrijpend. Het Oer-IJ kreeg daarbij een belangrijke functie in de afwatering van het achterliggende veengebied in de richting van Flevomeer/Zuiderzee. Sinds die tijd verzoet het water langzamerhand en stroomt het van west naar oost. Maar de grootste invloed op het gebied komt van de mens, zich in eerste instantie vestigend op de zandgronden en de kreekruggen en later het veengebied in cultuur brengend. Als gevolg van het menselijk ingrijpen stopte de veenvorming en begon de bodem door inklinking en oxidatie te dalen. Door de bodemdaling en de zeespiegelstijging moest de mens opnieuw ingrijpen, nu met de aanleg van dijken en later met de inzet van molens en gemalen. Zo wordt de geschiedenis van het Oer-IJ een verhaal over dijken en dammen, sluizen en inpolderingen.

Wateren zoals het Oer-IJ hebben in de geschiedenis altijd een belangrijke rol gespeeld als transportweg. Zo konden Alkmaar, Haarlem, Amsterdam en de Zaanstreek zich ontwikkelen tot florissante handelssteden en industriegebieden. Maar dan moeten de waterwegen wel op diepte zijn en niet versperd worden door dijken en dammen. Een moeizaam gebagger en langdurig bestuurlijk geruzie over de tegenovergestelde belangen van veiligheid en vrije vaarroutes zijn dan het gevolg. Uiteindelijk wordt voor de veiligheid en bereikbaarheid gekozen om het Oer-IJ in te polderen en ontstaat het Noordzeekanaal, omringd door de diverse IJ-polders.

Rob Veenman (1952) is Hoogheemraad (dagelijks bestuurder) van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en publicist.

Terug naar het overzicht; klik hier.

Vragen en antwoorden

Vraag van Stieneke Rozenbosch: Wat gaat er gebeuren met het idee om de waterschappen te integreren in een van de departementen?

Antwoord: Waterschappen zijn functionele overheden met een beperkte taak: water keren, water beheren en water zuiveren. Omdat ze een beperkte taak hebben, kunnen zij zich specifiek daarop richten en hoeven zij nooit afwegingen te maken tussen bijvoorbeeld “de dijken op hoogte te brengen” of “geld te investeren in de lokale bibliotheek”. Rijk, provincies en gemeenten zijn zogenaamde algemene democratieën die een veel breder beleidsterrein hebben. Als het waterbeheer aan hen zou worden overgedragen, dan kan het geld daarvoor weglekken naar bijvoorbeeld die lokale bibliotheken. Bij de waterschappen zijn droge voeten en schoon water dan ook in betere handen.

Vraag van Ge Bosch: Hoe verklaar je de aanwezigheid van zoute kwel en zoutminnende planten in De Rijp?

Antwoord: Vroeger was dit gebied voor een groot gedeelte zee en in de bodem bevindt zich veel oud zout. In de pleistocene zandlaag is het grondwater zelfs zout. In de Beemster en de Wijde Wormer is de kwel vaak brak; in de Wieringermeer is het zoutgehalte echter hoger.

Vraag Kees Olsthoorn: In de Assendelver veenpolder werd via inlaatsluizen zeewater aangevoerd en het slib bleef op de akkers achter. Ontstond daar geen zoutoverlast?

Antwoord: In de buurt van het Wijkermeer was het water redelijk zoet. Het bestond voor een groot deel uit regenwater. In een deel van Assendelft, de Assendelver veenpolder, vind je wel veel klei in het veen. Toen de Veenpolder werd afgegraven voor turfwinning, leverde dat slechte turf op. Het aanwezige natrium zorgt voor extra smaak aan het gras en volgens Gerard Veldt is Noord-Hollandse kaas daardoor ook net iets pittiger.

Vraag van mevrouw Huijboom: Hoe schoon is het water in vergelijking met 10 jaar terug?

Antwoord: Het is beter om die vergelijking te maken met 1960. Toen stonk de Zaan verschrikkelijk door het afval van de stijfselmakerijen die er langs lagen. Het Zaangemaal dat het water door- en schoonspoelde was een heel praktische oplossing en de situatie verbeterde enorm.

In Den Helder staat een groot gemaal dat zorgt voor de ontzilting van het oppervlaktewater in Noord Holland. Vanuit het IJsselmeer wordt water ingelaten om doorspoeling te krijgen. De Rijn was vroeger een smeltwaterrivier. In de zomer smolten de gletsjers en was de waterstand het hoogst. Tegenwoordig is de Rijn vooral een regenwaterrivier. De waterstand is nu het hoogst in het najaar. Uiteindelijk zal het Rijnwater onvoldoende zijn voor de watervoorziening en zal er langzaam een ombouw plaatsvinden naar gebiedsgericht water.

Pas in 1960 is men op grote schaal begonnen met het aanleggen van riolering en de eerste waterzuiveringsinstallatie werd pas aan het eind van de 60er jaren, begin 70er jaren van de twintigste eeuw in gebruik genomen.

Terug naar het overzicht; klik hier.

 

Terug naar het overzicht; klik hier.

Lezing Wladimir Dobber

Wladmir Dobber (2)

Wladimir Dobber

‘Pre-industriële ontwikkeling in het gebied tussen Alkmaar en Zaandam’

Samenvatting

Centraal in de lezing staat Cornelis Corneliszoon van Uitgeest, zestiende-eeuwse uitvinder/ innovator en zijn rol bij de pre-industriële ontwikkeling van het stroomgebied van het Oer-IJ. ’

Daarbij gaat het samengevat om vroegste toepassing van windenergie, de eerste windmolens in de Lage Landen en de inzet van windmolens bij landwinning en over de toepassing van de krukas in windmolens door Cornelis Corneliszoon van Uitgeest. Verder over de mechanisering van arbeidsprocessen met behulp van ‘windmotoren’, de effecten op scheepsbouw, scheepvaart, de hegemonie op de wereldzeeën en handel die daar het gevolg van was. De Gouden Eeuw volgde: de basis voor onze huidige economische welvaart.

De lezing belicht de ontwikkelingen van het Oer-IJ-gebied vanaf circa 750 n. C tot circa 1780, het begin van de ‘Industriële Revolutie’, door de toepassing van stoom als energiebron. Over het onderwerp zijn diverse publicaties verschenen die u hier kunt lezen.

 

Terug naar het overzicht; klik hier.

Vragen gesteld vanuit de zaal na afloop van de lezing.

Mevr. Corry Huijboom: Wat is het Zeglis?

Antwoord: Water beoosten Alkmaar, uitmondend in het Schermeer. De weg langs het Noord-Hollands Kanaal in de wijk Overdie is er naar vernoemd. Er stonden meerdere molens waaronder de houtzaagmolen van Corneliszoon.

Bram van Loon: Wat is azijnhout?

Antwoord: Hout van de azijnboom, afkomstig uit de tropen en gematigde klimaatzones. Wikipedia: “De steeneik levert zeer hard, zwaar hout, in kleine afmetingen, dat azijnhout genoemd wordt, waarschijnlijk afgeleid van azinheira, de naam van de boom in het Portugees”.

Jack Ubachs: Wie waren de eigenaren van de molens/ zagerijen?

Antwoord: Ondernemers en particulieren die een aandeel (of part) in een molen of schip (partenrederij) kochten. Door deel te nemen in meerdere activiteiten, werden risico’s gespreid. Ze vormden samen kleine vennootschappen. In de Zaanstreek was deze vorm van eigenaarschap sterk ontwikkeld, vooral onder doopsgezinden.

Erwin Molenaar: Wat verdienden scheepslieden? (vraag had betrekking op walvisvaart)

Antwoord: De gage van zeevarenden hing af van de vangsten tijdens de reis.
Commandeur vast fl. 60. p/m; matroos Fl. 14,– p/m.

Terug naar het overzicht; klik hier.

Geen nieuw besluit over sprinters, wel uitnodiging om mee te praten

sprintersHet Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het bestuur van de Stichting Oer-IJ laten weten dat het besluit voor een opstelterrein langs de N203 bij Uitgeest definitief is en niet zal worden heroverwogen. Volgens Den Haag is er aan het besluit van de staatssecretaris een zorgvuldige afweging vooraf gegaan. De door onze stichting bepleitte alternatieve locatie op het bedrijventerrein in Heerhugowaard is in de beleving van ProRail te duur en zorgt voor te veel overlast. Het ministerie wil de Stichting Oer-IJ wel betrekken bij de invulling van het opstelterrein in het landelijk gebied.

Lees verder

Stem op Oer-IJ project bij Rabo Clubkas

raboclubkasDe Rabobank stelt een deel van de winst beschikbaar voor stichtingen en verenigingen in het eigen werkgebied. Alle leden/klanten van de bank krijgen een uitnodiging drie stemmen uit te brengen op projecten die ze willen steunen. Dat gaat via de website van Rabo Clubkas op internet.

De Stichting Oer-IJ heeft het fietsrouteproject als goed doel aangemeld. In Noord-Kennemerland is totaal 40.000 euro te verdelen. Hoe meer stemmen, hoe meer geld. Stemmen kan van 29 maart tot en met 11 april. Klik hier voor meer informatie.

Lezingen Oer-IJ academie scoren hoog

lezing-oerijDe lezingen van de Oer-IJ Academie worden hoog gewaardeerd door de bezoekers, zo blijkt uit het resultaat van een representatieve enquête via het internet; 38,24 procent van de respondenten noemt de kwaliteit ‘uitstekend’, 58,82 procent kwalificeert de sprekers als ‘goed’ en 2,94 procent als ‘voldoende. Ook de inleidingen van de sprekers door Hans van Weenen worden erg op prijs gesteld. Enthousiasme is er daarnaast voor de mogelijk om vragen te stellen. Coördinator van de Oer-IJ Academie Jan Hormann is blij met de cijfers. ,,We mogen trots zijn op het bereikte resultaat. Een extra stimulans om dit najaar weer een nieuwe reeks lezingen te organiseren.’’