Archeologie & Aardkunde

De hele geschiedenis van Noord-Holland is in de bodem van het Oer-IJ terug te vinden. De oudste bewoningssporen dateren uit de prehistorie. Onder het duinzand zijn meerdere bewoningslagen te vinden. Maar het gebied is onderhevig geweest aan grote dynamiek, vooral door verstuivingen en overstromingen. Steeds werd het gebied door mensen uit hogere delen gekoloniseerd en vervolgens werden de bewoners gedwongen het gebied weer te verlaten omdat het te nat werd of duinvorming bewoning onmogelijk maakte. Pas toen het waterniveau redelijk beheerst kon worden, werden deze gebieden permanent bewoonbaar.

Vanouds werden de hogere drogere strandwallen en zandige oevers van het Oer-IJ bewoond. Nog altijd liggen de meeste dorpen op de strandwallen. Het transport ging over water of over de smalle polderdijkjes. Vele oude kerken zijn nog zichtbare monumenten van de religieuze geaardheid van de bevolking. De nabijheid van de zee is voor deze regio altijd een factor van belang geweest (o.a. schelpenvisserij en toerisme). Door de aanleg van het Noordzeekanaal (haven en industrie), de groeiende bevolking in de Randstad en de toegenomen welvaart, nam de bevolking in Midden Kennemerland sterk toe. In de meeste dorpen overtreft het aantal forensen inmiddels het aantal oorspronkelijke inwoners.

De lijnen van het Oer-IJ zijn nog altijd in het reliƫf van het landschap zichtbaar. Goed te herkennen is de opbouw in strandwallen en strandvlaktes die vooral in het noordelijk deel van het gebied het aanzien van het landschap bepalen. In het Oer-IJ gebied liggen twee, door de provincie Noord-Holland aangewezen, aardkundige monumenten: Het Alkmaarder- en Uitgeestermeer, een laatste restant van het grote merengebied dat Noord-Holland in de middeleeuwen kenmerkte en het duingebied, dat grotendeels bestaat uit jonge duinen, met een hoge binnenduinrand ter hoogte van Castricum.