Zanderij moet op Oer-IJ gaan lijken

De Zanderij in vogelvlucht na herinrichting. Links het Strandvondstenmuseum.

Ingenieursbureau Ten Haaf en Bakker heeft op verzoek van PWN een inrichtingsplan gerealiseerd om een deel van de Zanderij in Castricum om te vormen naar beter bij de omgeving passende natuur. PWN wil de natuur hier nieuwe kansen geven en zo de oorspronkelijke dynamiek in het gebied terugbrengen. Het inrichtingsplan richt zich op het zuidwestelijke deel van de Zanderij en omvat 7 hectare. Bij het ontwikkelen van het gebiedsplan zijn de historische landschappen als uitgangspunt genomen. Of zoals PWN het zelf formuleert: een vleugje Oer-IJ keert terug in de Zanderij.

Toekomstbeeld

De herinrichting van de Zanderij betreft het gebied vanaf het Strandvondstenmuseum tot op de parkeerplaats in het bosrijke duin. Langs de randen, die aansluiten op het duingebied, wordt eerst een geleidelijke overgang gecreëerd door de aanleg van lage nollengebiedjes met droog, schraal grasland en  struikbegroeiing. Daarna gaat het landschap geleidelijk over in een licht glooiende vlakte die onder invloed staat van het grondwater. Planten die houden van een voedselarme bodem profiteren daarvan.

Door het gebied lopen ook twee duinbeekjes. In de zomer vallen de hoger gelegen delen van deze beken droog en blijven de lagere delen nat of vochtig. Dit biedt ruimte aan een grotere diversiteit in flora en fauna: van rugstreeppad tot steltloper en van vlindersoorten als duinparelmoervlinder en het icarusblauwtje tot rietorchis en dotterbloem.

Meer natuurbeleving

Met de realisatie van de herinrichting van de Zanderij vergroot PWN de mogelijkheden voor natuurbeleving dus enorm. Al is het terrein voor publiek niet toegankelijk. Wel is het vanaf de Geversweg en vanaf verschillende paden in het duingebied goed te zien. PWN start niet direct met de herinrichting. Eerst moeten er nog verschillende stappen worden ondernomen, zoals archeologisch onderzoek en het aanvragen van vergunningen.

PWN heeft een uitgave laten vervaardigen van beeld en tekst, waarin u het een en ander nog eens rustig en uitgebreid kunt teruglezen. Klik hier om die brochure te kunnen lezen.

Ernst Mooij van de Stichting tot behoud van natuurlijke en cultuurhistorische waarden in de Alkmaardermeeromgeving heeft gereageerd op dit bericht:

,,Met het genoemde inrichtingsplan wordt een stuk duinkwellandschap gecreëerd en dat heeft niets te maken met het onderliggende Oer-IJ deltalandschap. Na het dichtzanden van de monding van het Oer-IJ traden er in de middeleeuwen zandverstuivingen op en kwamen de jonge duinen tot stand die ook het mondingsgebied bedekten. De gevormde duinen hielden veel regenwater vast. De binnenduinrand is van oorsprong een natte zone. Dat komt doordat hier het grondwater als kwelwater uit de grond komt. Om natte voeten te voorkomen, werd het overtollige water in de binnenduinrand al van oudsher afgevoerd door middel van duinrellen; speciaal gegraven ondiepe watergangen.”

,,Door de hoge waterdruk in de duinen, kon het schone duinwater via duinrellen tot ver de lager gelegen polder instromen. In de eerste helft van de 20e eeuw zorgde het onttrekken van grondwater voor de drinkwatervoorziening voor verdroging van de duinen, waardoor veel duinrellen geen functie meer hadden en zijn verwaarloosd of gedempt. Ook zijn veel duinrellen verdwenen door verstedelijking en door het afgraven van de duinen voor zandwinning, zoals de Zanderij. Sinds er nauwelijks nog grondwater voor de drinkwaterwinning wordt onttrokken, stijgt grondwaterstand in de duinen en stroomt het kwelwater weer af. Oude duinrellen worden ontgraven en het beheer wordt verbeterd. De hoeveelheid water in een duinrel wisselt per seizoen. In de winter en het voorjaar stroomt er meer water doorheen vanwege de hoge grondwaterstand. In de zomer is de grondwaterstand een stuk lager en vallen sommige duinrellen volledig droog. Er wordt een duinkwellandschap gecreëerd en dat heeft niets te maken met het onderliggende Oer-IJ deltalandschap.”