Plan om dijken meer zichtbaar te maken

De eeuwenoude Zanddijk tussen Limmen en Bakkum.

 

Landschap Noord-Holland, de Oer-IJ Stichting en het IVN, komen op verzoek van de gemeente Castricum gezamenlijk met voorstellen om historische dijken en hun bermen zichtbaarder te maken en het beheer bij te stellen.

Oude dijken associëren wij met de Waddenzee, het IJsselmeergebied, de Zeeuwse Delta of het Rivierengebied. Daar is inderdaad recent een stukje dijk uit de Romeinse tijd gevonden. Weinigen zullen op het idee komen dat de oudste (na-Romeinse) dijken van ons land in Noord-Kennemerland liggen. Bij Castricum, Limmen en Egmond-Binnen om precies te zijn. Van deze dijken is nog maar bar weinig te zien. Vaak niet meer dan een slingerende landweg, waar geen dijk meer in te herkennen valt. Kan dit niet anders? Kunnen deze oude dijken niet weer zichtbaarder worden? En wel zo dat ook de natuur er iets aan heeft?

Dat we de oudste dijken van ons land rond Castricum, Egmond-Binnen en Limmen vinden, heeft alles te maken met de aanwezigheid daar van de ooit zo grootse en machtige Abdij van Egmond. Al in de 11e eeuw, groeide de Abdij uit tot het belangrijkste religieuze en culturele centrum van de Noordelijke Nederlanden. Het Graafschap Holland was nog maar net aan het ontstaan. Niet voor niets vestigde de opkomende graaf zich met een belangrijke burcht in Egmond aan de Hoef, niet ver van de Abdij. Zo werd dit gebied ook het belangrijkste politieke centrum van Holland. Pas eeuwen later zou Den Haag veel belangrijker worden.

De Abdij was niet wat wij ons misschien nu voorstellen bij een klooster, een kerkje met wat bijgebouwen waar enige tientallen monniken verbleven. Nee, het was, naar de maatstaven van die tijd, een ware stad op zich, met een paar duizend monniken en met enorme oppervlakten aan land. Land dat van levensbelang was om die enorme gemeenschap te voeden. Maar dat land werd regelmatig getroffen door overstromingen. Vooral vanuit het IJ en Wijkermeer als noordwester stormen het water in de Zuiderzee opstuwden. De Abdij had veel geld, veel mensen en een goede organisatie, zaken die in de 11e eeuw zeldzaam waren. Dus kon daar tussen Castricum en Egmond-Binnen voor het eerst gebeuren wat ons land uiteindelijk wereldberoemd maakte, we gingen een dijk aanleggen, de Zanddijk.

Na die eerste dijk volgden er verscheidene andere en niet alleen door de monniken. De Hogedijk bij Egmond Binnen, de Korendijk, de Brakersdijk en de Bogaardsdijk bij Castricum (12 eeuw) en de Limmerdam bij Limmen. Hoge dijken waren het niet. Heel veel meer dan een meter hoog zullen ze niet geweest zijn. Zelfs van die meter is niets meer te zien. De Zanddijk is nu een anonieme asfaltweg met bloemloze bermen die veelvuldig worden geklepeld, net als de andere voormalige dijken. De Korendijk is wel recent gereconstrueerd, inclusief een oud wiel. Maar ook hier worden de bermen geklepeld, zodat ze er altijd bloemloos bij liggen. Eeuwig zonde, want juist de oude dijken waren ooit kleurige markante lijnen in het landschap. Belangrijk voor veel zeldzaam wordende bloemplanten. En belangrijk ook voor bijen, hommels en andere insecten, waar het zo slecht mee gaat.

(Bron Landschap Noord-Holland)