Nul-optie minst schadelijke aansluiting A8-A9

Mocht het provinciebestuur de plannen om de A8 aan te sluiten op de A9 doorzetten, dan is volgens de Stichting Oer-IJ de zogenaamde Nulplusvariant de minst schadelijke optie voor het landschap. Bij deze oplossing wordt gebruikt gemaakt van het bestaande wegennet. Voorzitter Evert Vermeer zal op 7 september gebruik maken van het spreekrecht en in Haarlem komen toelichten waarom Gedeputeerde Staten ‘als hoeder van het landschap’ tot geen andere keuze kunnen komen.

In een zienswijze en een brief aan alle leden van Provinciale Staten geeft de stichting Oer-IJ aan hierover in gesprek te willen gaan. De Stichting ziet zich niet als een actiegroep, maar wil een dialoog. Deelnemen aan het gesprek om op basis van feiten en inhoudelijk argumenten tot de beste en meest afgewogen keuze te kunnen komen.

Wie hier klikt kan de plannen met de verschillende varianten nog een keer bekijken.

De letterlijke tekst van ‘de zienswijze’.

ZIENSWIJZE PLAN-MER VERBINDING A8-A9

Zonder enige twijfel is door en namens het provinciaal bestuur op serieuze wijze onderzoek gedaan naar de verschillende alternatieven voor een verbeterde verbinding A8-A9. Toch wagen wij het vraagtekens te zetten achter de wijze waarop de verschillende aspecten ten opzichte van elkaar zijn “gewogen”. De conclusies die worden getrokken met betrekking tot de effecten van de drie resterende alternatieven op het thema Landschap en Historisch kapitaal bestrijden wij krachtig!

Kijkend naar het Kentallenboek Waardering Natuur, Water, Bodem en Landschap (LNV nov. 2006) moet bij de economische waardering van een ingreep gekeken worden naar de elementen: areaalverandering, versnippering, verstoring, verdroging/vernatting en vervuiling. Bij een ingreep met de Heemskerk- of Golfbaanvariant zijn die elementen nadrukkelijk aan de orde.  Het gaat immers om een ingreep die iets kwetsbaars onomkeerbaar vernietigt.

De nu nog robuuste  groene ( en blauwe) lob die de karakteristiek van de Randstad mede bepaald wordt door een ingreep met Heemskerk- of Golfbaanvariant versnipperd en verstoord. Dit element wordt nu in de tabellen als “één van de vele af te wegen elementen” meegewogen, terwijl het een boven allerlei andere elementen uitstijgend centraal onderwerp betreft!                                                            

Voorts is het onbegrijpelijk dat de Heemskerk- en Golfbaanvariant ten opzichte van de Nulplusvariant bij het thema: “kansen ruimtelijke kwaliteit” van een “++” worden voorzien. De ruimtelijke kwaliteit wordt gewoonweg zwaar aangetast! Een driemaal min zou passender zijn!

Van een andere orde is ons hier volgend commentaar: In de voorliggende MKBA – die onderdeel is van de Plan MER – worden ons inziens niet alle kosten en baten, die de realisatie van de verbinding A8-A9 met zich mee brengt meegewogen. Uitgangspunt van een Kosten-batenanalyse is, dat alle factoren worden berekend, onafhankelijk van de vraag wie betaalt en of die kosten in het project zelf worden verhaald (vergelijk: rijksoverheid/mkba). Aangezien één van de uitganspunten voor de nieuwe verbinding een verbetering van de leefkwaliteit in Krommenie/Assendelft is, zullen ook de toekomstige herinrichtingskosten – wanneer de keus zou vallen op de Golfbaan- of Heemskerkvariant valt – moeten worden meegewogen. Dat is in de nu voorliggende MKBA niet gedaan!

Alles overziend zal de aantasting van het landschap en daarmee van het werelderfgoed Stelling van Amsterdam  onomkeerbaar zijn. Dat terwijl er maar één minpunt over bij de Nulplusvariant. Dat is het aspect “leefbaarheid”. De geluidshinder en fijnstof worden niet naar het open landschap verplaatst, maar blijven van invloed op het leefklimaat van omwonenden in Krommenie. Op de preventie en reductie daarvan zou het verdere onderzoek zich moeten richten.

Overigens wijzen wij op de verwachting dat bij een realisatie van een nieuwe weg in 2024/2025 het elektrisch rijden een belangrijk deel van het probleem gaat oplossen. Kortom: De Nulplusvariant is een vanzelfsprekende keuze, waarbij in de uitwerking preventie en reduceren van de negatieve effecten op de leefbaarheid aandacht vraagt.

Evert Vermeer, voorzitter Stichting Oer-IJ