Geen nieuw besluit over sprinters, wel uitnodiging om mee te praten

sprintersHet Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het bestuur van de Stichting Oer-IJ laten weten dat het besluit voor een opstelterrein langs de N203 bij Uitgeest definitief is en niet zal worden heroverwogen. Volgens Den Haag is er aan het besluit van de staatssecretaris een zorgvuldige afweging vooraf gegaan. De door onze stichting bepleitte alternatieve locatie op het bedrijventerrein in Heerhugowaard is in de beleving van ProRail te duur en zorgt voor te veel overlast. Het ministerie wil de Stichting Oer-IJ wel betrekken bij de invulling van het opstelterrein in het landelijk gebied.

Hieronder de letterlijke tekst van de brief:

Op 12 februari jl. stuurde u een brief aan de staatssecretaris over haar besluit tot het realiseren van een opstelterrein voor sprinters langs de provinciale weg N203 bij Uitgeest. Tijdens de informatieavond had u de indruk gekregen dat dit besluit pas genomen zou worden wanneer er duidelijkheid is over de verbinding A8-A9. Tevens bent u van mening dat de openheid ontbreekt waarom een uitbreiding van het opstelterrein in Heerhugowaard niet nadrukkelijk is afgewogen.

Voor de besluitvorming over de locatie van het opstelterrein heeft ProRail verschillende informatie- en participatieavonden georganiseerd, waarna het Informatiedocument voor Locatiekeuze Opstelterrein Sprinters met eindstation Uitgeest is opgesteld. Dit document is op 17 december 2014 op de internetsite van ProRail geplaatst. Op pagina 33 van dit document wordt toegelicht dat Heerhugowaard door belanghebbenden is geopperd voor het realiseren van opstelcapaciteit voor sprintertreinen van Uitgeest.

Aangegeven wordt dat dit alternatief is afgevallen met als redenen: (1) het rijden met 40 lege treinen per dag over 25 kilometer spoor levert extra geluidsoverlast op langs duizenden woningen, (2) het zorgt voor extra CO2 uitstoot, (3) op de vele nu al drukke overwegen op het traject richting Heerhugowaard ontstaat extra overlast, (4) er ontstaan meer conflicten bij de Spoorbrug en het Noordhollandsch kanaal in Alkmaar en (5) de exploitatiekosten zijn jaarlijks circa €2 miljoen hoger.

De vervoerder heeft aangegeven deze extra kosten onacceptabel te vinden. Op 28 januari 2015 heeft bestuurlijk overleg plaatsgevonden waar, op basis van het Informatiedocument, is geconstateerd dat de locatie langs de N203 de voorkeur geniet van de betrokken gemeenten en het Rijk, maar dat de impact op de Stelling van Amsterdam nader onderzocht dient te worden middels een Heritage Impact Assessment (HIA).

Tijdens de informatiebijeenkomst op 23 september 2015 heeft ProRail u geïnformeerd over het proces van de HIA. Op 15 december 2015 en 13 januari 2016 heeft met de betrokken regiobestuurders overleg plaatsgevonden over de conclusies van de HIA om een besluit te kunnen nemen over het opstellen van sprintermaterieel bij Uitgeest. Op basis daarvan heeft de staatssecretaris de locatie langs de N203, ten oosten van de A9, definitief vastgesteld als voorkeurslocatie.

U vraagt in uw brief om heroverweging van het besluit. Aan het besluit van de staatssecretaris is een zorgvuldig proces vooraf gegaan. Er is ruim twee jaar extra tijd genomen voor onderzoek en participatie om te komen tot besluitvorming over een geschikte locatie voor het opstelterrein. Het is nodig om nu door te pakken om er voor te kunnen zorgen dat de infrastructuur voor de extra treinen op tijd gereed is. ProRail werkt in opdracht van het ministerie de inpassing van het opstelterrein op de locatie langs de N203 verder uit.

Rond het einde van dit jaar zult u door ProRail uitgenodigd worden om over de inpassing op deze locatie mee te denken. Het Ontwerp Tracébesluit zal naar verwachting in 2019 ter visie worden gelegd, dan is het ook formeel mogelijk om uw zienswijze kenbaar te maken conform de Tracéwet.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,