Ploegsporen in oude monding Oer-IJ

Op de foto archeoloog Jan de Koning.

 

Het perceel Brabantse Landbouw in de duinen bij Castricum wordt binnenkort in het kader van een natuurproject afgeplagd en heringericht. In de aanloop daar naartoe is archeologisch onderzoek in het gebied verricht. Daaruit blijkt opnieuw dat hier al heel lang agrarische activiteiten hebben plaatsgevonden. De plek waar nu wordt gewerkt is precies de locatie waar het Oer-IJ tot aan het begin van de jaartelling in zee uitmondde. Verslaggever Jan Butter publiceert vandaag in Dagblad Kennemerland een interview met de archeoloog die er aan het werk is.

Hieronder zijn verhaal. Op de foto archeoloog Jan de Koning.

Middeleeuwse sporen in duin Castricum

CASTRICUM – Hard werken in barre omstandigheden. Dat is het beeld dat opdoemt van de boeren die in de prehistorie woonden en werkten in de duinen. Een eeuwig gevecht met het stuifzand. Herinneringen hieraan, vooral ploegsporen, kwamen tevoorschijn bij een kort archeologisch onderzoek op het perceel Brabantse Landbouw in Castricum. Sporen uit vermoedelijk de vroege middeleeuwen.

Door Jan Butter

De naam Brabantse Landbouw dateert uit tweede helft 18e eeuw, maar ver daarvoor is er al volop geboerd in de duinen. Jan de Koning van het archeologisch bureau Hollandia wijst op de donkere banen op de bodem van zijn kleine onderzoekput een meter onder de grond. Het zijn ploegsporen. Ofschoon 1200 jaar of meer oud, tekenen ze haarscherp af tegen het lichte duinzand. Fascinerend.

De vondst van de akkerlaag langs de Johannisweg is niet helemaal een verrassing. Er zijn in het verleden in de duinen vaker aanwijzingen van wonen en werken gevonden, zelfs uit de Romeinse tijd en ver daarvoor. Daar komt bij dat voor de jaartelling bij Castricum het Oer-IJ uitmondde in de zee. Het stromingsgebied van de vroegere rivier, die een grote belangstelling geniet, bevond zich hier. Dit deel van het duin staat dan ook hoog genoteerd op de archeologische waardenkaart.

Afplaggen

Vandaar dat duinbeheerder PWN bij grondwerkzaamheden in dit gebied verplicht is om archeologen in te schakelen, legt PWN-projectleider natuurontwikkeling Niels Hogeweg uit. Die werkzaamheden betroffen het afplaggen van zwaar vergraste stukken, een gevolg van de vele stikstof in de lucht. De dikke mat van de weinig interessante vegetatie is verwijderd. De originele duinvegetatie met onder meer zeldzame korstmossen krijgt zodoende een kans. ,,Deze zogenoemde grijze duinen zijn uniek in Europa. Die willen we graag in stand houden.’’

Op verschillende plekken in de Brabantse Landbouw is de toplaag afschraapt. Op twee plekken was er behoefte om iets dieper te graven: om een mooi glooiend en gevarieerd terrein te krijgen, met wat diepere (natte) stukken. Het gaat niet heel diep, maar toch. Op de twee uitgekozen plekken heeft het bureau Hollandia vorige week een kortdurende opgraving gedaan. Met eenvoudige middelen: een meetlint, een schep, een tekentafel en wat plastic zakken om bodemmonsters mee te kunnen nemen.

Jan de Koning schetst een beeld van een boer die met ploeg over de akker trekt. ,,Een os of een paard ervoor. De grond is bemest. De donkere banen in de cultuurlaag zijn smal, het was een ploeg met kleine scharen. De kustlijn was vlakbij, dichterbij dan nu. Goed te zien is dat de boer last had van stuifzand. Dat lichte zand heeft hij steeds meegeploegd. Ongetwijfeld woonde hij vlakbij. De sporen van zijn huis of een nederzetting hebben we niet gevonden. Daarvoor moet je geluk hebben.’’

Puzzelstukje

De onderzoekers staan in de stromende regen in de ondiepe onderzoekput. De vondst is gering. Geen graf van een soldaat uit de Slag bij Castricum, geen muntschat, geen fundering van een boerderij. De Koning: ,,Dat had allemaal gekund, je kan in het duin alles verwachten.’’

Al zijn het slechts grondverkleuringen, de archeologen zijn er tevreden mee. Ze brengen de ploegsporen in kaart en noteren de geologische gegevens van het eeuwenlang overstoven landschap. Het is weer een puzzelstukje.

Helaas zijn de onderzoekers niet gestuit op scherven aardewerk. Aardewerk is goed te dateren en daarom altijd bijzonder welkom. Ze moeten het doen met fragmenten dierlijk bot en stukjes houtskool uit de humuslaag. Het houtskool komt uit de asla in het huis van de boer, vermoedt De Koning. De inhoud is met wat huishoudelijk afval en de mest van het vee uitgestrooid om de schrale bodem te verrijken.

Zeven

Voor de zekerheid gaan er nog wat zakken bodemmonsters mee de auto in: om later uit te zeven. Wie weet zit er nog iets bruikbaars in. Dat weinige houtskool levert sowieso in het laboratorium (C-14 datering) een datering op. Vooralsnog is schatting vroege middeleeuwen, 500 tot 800 jaar na Christus. Zo te zien gaan de sporen dieper. Oftewel, de akker kan nog veel ouder zijn. Vanwege het grondwater is verder onderzoek onmogelijk. Geeft niets, zegt Jan de Koning. Integendeel, in de nattigheid worden sporen goed bewaard voor een onderzoek in de verre toekomst.

Even los van al het voor- en nawerk (booronderzoek, verslaglegging) is Jan de Koning samen met zijn collega een halve dag in het veld bezig. Tegen het middaguur is het onderzoek afgerond en breken ze op. De gemeente Castricum wordt geïnformeerd en die moet PWN groen licht geven om het terrein af te werken. Graafmachines leggen dezer dagen de laatste hand aan de glooiingen.

Daarmee keert de rust terug in het duin, ruimschoots op tijd voor het begin van het broedseizoen.

(bron Dagblad Kennemerland)