Landschapstriënnale in Haarlemmermeer

Elke drie jaar wordt de Landschapstriënnale ergens in Nederland georganiseerd. De maand september 2017 vindt dit landelijke evenement plaats in PARK21. Wat is het landschap van de toekomst? Hoe gaat onze omgeving er de komende decennia uitzien? En wie gaat ervoor zorgen? Allemaal vragen die worden beantwoord tijdens het festival waarin het landschap wordt gevierd. Een feest voor jong en oud, voor professionals en experts, maar ook bewoners. Lees verder

Nieuwe serie historische lezingen in Huis van Hilde


Onder de titel ‘Hilde kan me nog meer vertellen’ wordt door de Stichting Oer-IJ en Huis van Hilde een nieuwe serie van acht lezingen georganiseerd in het archeologiemuseum te Castricum. Vorig jaar hadden beide organisaties elk hun eigen avonden. Omdat de onderwerpen thematisch dicht bij elkaar liggen en er toch al op verschillend terrein wordt samengewerkt, is besloten voor het seizoen 2017/2018 in dit verband gezamenlijk op te trekken.

Lees verder

Beroep op raadsleden: hou meer rekening met landschap

Alle raadsleden van politieke partijen in Castricum, Heemskerk, Beverwijk, Velsen, Uitgeest, Heiloo en Zaanstad hebben van de Stichting Oer-IJ een brief gekregen met daarin het dringende verzoek in het programma voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen ook aandacht te besteden aan de kwaliteit en kwetsbaarheid van het landschap in hun omgeving. Onder meer voor bestuurders is een document gemaakt met een inventarisatie van alle bijzondere waarden voor wat betreft cultuurhistorie, natuur en landschap in deze regio.  Lees verder

Wandelkunstmanifestatie in het Oer-IJ gebied


Op 7 en 8 oktober 2017 wordt in het hart van het Oer-IJ-gebied de manifestatie ‘En boven de polder de hemel’ gehouden, een kunstwandeling die gedurende één etmaal gelopen kan worden. De route van ongeveer 2 ½ kilometer gaat dwars door de Wijkermeerpolder heen; tussen akkers door, over eeuwenoude dijken, langs de Kil, de golfbaan en het gascompressie-station. Onderweg staan kunstwerken opgesteld of zijn kunstenaars actief. Lees verder

Nul-optie minst schadelijke aansluiting A8-A9

Mocht het provinciebestuur de plannen om de A8 aan te sluiten op de A9 doorzetten, dan is volgens de Stichting Oer-IJ de zogenaamde Nulplusvariant de minst schadelijke optie voor het landschap. Bij deze oplossing wordt gebruikt gemaakt van het bestaande wegennet. Voorzitter Evert Vermeer zal op 7 september gebruik maken van het spreekrecht en in Haarlem komen toelichten waarom Gedeputeerde Staten ‘als hoeder van het landschap’ tot geen andere keuze kunnen komen. Lees verder

Dronefilmpje over opstelterrein Sprinters

Amateurfilmer Jose Señoron heeft met behulp van een drone en een videocamera luchtopnamen gemaakt van het Oer-IJ gebied waar de Nederlandse Spoorwegen een opstelterrein voor 120 Sprinters wil aanleggen. Collega cineast Evert Bakker monteerde met een animatietechniek de geparkeerde terrein in het terrein waardoor de inbreuk op het landelijk gebied goed in beeld wordt gebracht. Klik hier om het filmpje te kunnen zien. De Stichting Oer-IJ heeft in een notitie een alternatieve locatie voorgesteld.

5 oktober Liselotte Gertenbach

Onderwerp: De ethiek bij het tentoonstellen van skeletten.

Liselotte Gertenbach

Menselijke resten in musea? Kan dit eigenlijk? En wat is de geschiedenis van menselijke resten in musea? In het kort zal Liselotte beginnen met de geschiedenis van het tentoonstellen van mensenresten. Vervolgens zal zij meer over de huidige situatie van het tentoonstellen van mensenresten vertellen. Hierin wordt de wetgeving aan de hand van enkele voorbeelden geschetst. De lezing wordt afgesloten met de dynamiek van ethiek: over 10 jaar denken we wellicht heel anders over dit onderwerp, hoe speel je daar op in?

Liselotte Gertenbach is net afgestudeerd ( BA) met een major in Cultureel Erfgoed en een minor in Geschiedenis. Daarnaast heeft Liselotte de bachelor afgesloten met een scriptie over de ethiek van het tentoonstellen van menselijke resten. Ze is ook betrokken bij de ArcheoHotspot in Huis van Hilde en de wisselende tentoonstellingen.

2 november Silke Lange

Onderwerp: “Wat van ver komt…  Verspreiding en betekenis van Romeinse gebruiksvoorwerpen van hout ten noorden van de limes”

Silke Lange

Hout is één van de meest kwetsbare archeologische materiaalgroepen. Het blijft alleen bewaard in extreem droge of  juist in extreem natte, dus waterverzadigde en zuurstofarme contexten. Extreem droge gebieden zijn in Nederland niet aanwezig, maar het voormalige Oer-IJ estuarium herbergt wel vele wetland-sites waarin de condities voor het behoud van organisch materiaal uitstekend zijn.

Uit alle perioden zijn er dan ook houten gebruiksvoorwerpen bekend waarvan er vele in het Huis van Hilde te bezichtigen zijn. Ook uit de Romeinse tijd zijn houten gebruiksvoorwerpen opgegraven. Vaak zijn dit voorwerpen die te maken hebben met een Romeinse leefstijl die onbekend is in het vrije Germanië.

In de lezing wordt ingegaan op verschillende vindplaatsen met  Romeinse houtvondsten, op de aard van deze voorwerpen en hoe ze in onze contreien terecht zijn gekomen. Ook wordt een link gelegd met de geromaniseerde samenlevingen ten zuiden van de limes.

CV Silke Lange

Silke Lange heeft archeologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en is sinds 2012 werkzaam als archeologe en houtspecialiste bij BIAX Consult in Zaandam. Dit bedrijf is  gespecialiseerd in landschapsarcheologie en landschapsreconstructies. Voordien heeft Silke Lange talrijke opgravingen als projectleider voor de regio Noord-Holland vanuit de Universiteit van Amsterdam en het toenmalige projectenbureau van het Amsterdams Archeologisch Centrum verricht.  Vanuit de BUCH is Silke Lange betrokken bij het archeologische onderzoek in de regio en adviseert zij op het gebied van de archeologische monumentenzorg.

In opdracht van de Rijksdienst in Amersfoort heeft zij onlangs alle houten gebruiksvoorwerpen daterend van prehistorie tot 1300 in Nederland geïnventariseerd. Sinds 1997 is zij als houtspecialiste betrokken bij het archeologisch onderzoek in Utrecht en Leidsche Rijn. In een internationale werkgroep bestudeert ze samen met haar buitenlandse collega’s de logistieke processen rondom grondstoffen en producten in het Romeinse rijk. Hiervan is onlangs een publicatie verschenen in het Duitse blad “Archäologische Berichte 27”.

Silke is sinds 2013 voorzitter van de Stichting Regionale Archeologie
Gheestmanambocht.

Publicaties:

Lange, S., 2017: Uit het juiste hout gesneden. Houten gebruiksvoorwerpen uit archeologische context tot 1300 n.Chr. (Nederlands Archeologische Rapporten 54), Amersfoort.

Lange, S., 2017: Neue Erkenntnisse in der Holzforschung im Leidsche Rijn (Niederlande) am Beispiel der Grabung ‚Zandweg – LR 31‘, in: T.  Kaszab-Olschewski & Ingrid Tamerl (Hrsg.), Wald- und Holznutzung in der römischen Antike. Festgabe für Jutta Meurers-Balke zum 65. Geburtstag (Archäologische Berichte 27), Verlag Deutsche Gesellschaft für Vor- und Frühgeschichte, Kerpen-Loogh.[/ezcol_1third_end]

 

Vragen en antwoorden

John van Muijlwijk:

Wat wordt bedoeld met de “limes”?

De grens die langs de Rijn liep tussen het vrije Germanië en het Romeinse Rijk.

Bram van Loon:
Van welk materiaal waren de assen van de karrewielen gemaakt?

Die waren in deze streken alleen van hout, maar in Rome werden ze ook van brons gemaakt.

Paul Kuiper
Wanneer zijn de wielen gemaakt?

Verder onderzoek daarnaar is nog aan de gang, maar ze dateren uit de 2e eeuw. Dat betekent dat er in de Romeinse tijd of eerder al sprake was van een wegennet.

In Castricum zijn wielen gevonden. Ze waren gemaakt van wegedoorn, een boomsoort die alleen in het zuiden van Europa voorkomt. De Friezen maakten in die tijd geen wielen.

Piet Hein Ekel

Hebben de Romeinen in Velsen nog geprofiteerd van de Oer-IJ opening naar zee?

De geul naar zee was in 200 voor Christus al dichtgeslibd. Er moet in Velsen wel scheepvaart zijn geweest, want oude geulen werden open gehouden. Volgens Wim Bosman is het mogelijk dat de monding bij hevige regenval soms open was. Bij opgravingen achter het station in Castricum werd een dik schelpenpakket uit 200 na Christus blootgelegd dat wijst op een zeedoorbraak of een wash-over.

Arjen Bosman wijst er in zijn boek nog op dat de Romeinen boten over het land naar de zee trokken of dat zij een kanaal hadden gegraven. De technische mogelijkheden waren voorhanden.

Fons Mors:

Hadden de Romeinen van de Friezen geleerd om kleinere boten te gebruiken?

Opgravingen in Velsen toonden botenhuizen die geschikt waren voor kleine boten en er zijn teksten bekend over de kennis van waterwegen.

(opgetekend door Jan Hormann)

 

 

 

 

16 november Kees Nieuwenhuijsen

Kees Nieuwenhuijsen

 

Onderwerp: Zuid-Hollandse graven in Noord-Holland.

In de lezing wordt vooral stilgestaan bij de situatie in het noorden van het graafschap, het huidige Noord-Holland. Daar moesten de graven het opnemen tegen de plaatselijke bevolking die weinig op had met hun heren. In 1131 ontaardde dit in de West-Friese Oorlog, waar al veel eerder te zien was dat de graven in deze regio eigenlijk geen gezag hadden.

Kees Nieuwenhuijsen is een amateur-historicus en re-enactor. Vorig jaar verscheen zijn boek ‘Strijd om West-Frisia’. Kees is geboren in Vlaardingen en is zeer actief betrokken bij de organisatie van de herdenking van 1000 jaar Slag bij Vlaardingen.

 

 

 

 

 

 

7 december Koen van den Driesche

Titel: Echo van het IJ – op zoek naar het Oer-IJ in het Castricummer landschap.

Koen van den Driesche.

Korte inhoud

Al spoedig na het verzanden van de Oer-IJ-monding bij Castricum woonden er mensen in het voormalige estuarium. De bewoners en bewerkers maakten gebruik van de bodemgesteldheid en hoogteverschillen zoals die door het Oer-IJ zijn gevormd. Aan de hand van de onderwerpen waterstaat, landbouw en infrastructuur toont Koen aan dat het Oer-IJ grote invloed heeft gehad op de landschapsinrichting in Castricum en omgeving.

Met tal van voorbeelden wordt inzichtelijk dat de sporen van het Oer-IJ ook vandaag de dag nog overal te herkennen zijn.

CV

Koen van den Driesche is landschapshistoricus en eigenaar van adviesbureau Avalis. Daarnaast is hij werkzaam als adviseur fysieke leefomgeving in het Waddengebied en bestuurslid van het Hunebedcentrum in Borger. Koen is geboren en getogen in de Oer-IJ-regio en woont tegenwoordig in Fryslân.

Als aankomende fysisch geograaf schreef Koen een masterscriptie voor de Rijksuniversiteit Groningen over de historische landschapsinrichting van de Castricummerpolder. Klik hier om het te kunnen lezen.

 

Vragen en antwoorden

Jan Kuijs:

Waarom is de Hendrikxsloot dwars op de bestaande waterwegen gegraven?

Op het eind van 16e eeuw veranderde de waterhuishouding in het gebied door de fusie van de Heemskerker- en Uitgeester polder. De Castricummerpolder lag ongeveer 30 centimeter hoger. Dat kun je duidelijk zien als je op de Korendijk staat. Daarom werd de Hendrikxsloot gegraven en de molen de Dog gebouwd, die het water wegpompte naar het Lange of Alkmaardermeer.

Paul Kuiper

Wat is de verklaring bij de stippenkaart?

De stippen op de kaart geven de verdeling van bouwland, weiland en hooiland in de Castricummerpolder aan. Elk grondtype kreeg een eigen kleur stip. Bouwland lag hoog en vlak bij het dorp. Weilanden lagen iets lager, waren vochtiger en lagen verder van de dorpen. Mades waren laag gelegen hooiland.

Jos Teeuwisse

Wanneer wordt jouw onderzoek gepubliceerd?

Volgend jaar wordt het door de provincie gepubliceerd.

Verklaringen van namen:

Stet = een haven of overslagplaats
Cie of Scie = snelstromend water

Gerard Veldt

Vertelt naar aanleiding van de grondsoortenkaart dat hij in de jaren 80 grondschatter was bij de ruilverkaveling.  Gronden waren onderverdeeld in 10 klassen: hoe beter de grond, des te hoger was de uitruilwaarde. Klasse 1 was de beste grond en die vind je bij Cronenburgh. Vandaar dat men er een kasteel bouwde en er bewoningsresten werden gevonden.

Mevr. Fijnhout:

Wat is de hoogteligging van Castricum?

Rond 0 NAP. De duinen liggen hoger, de polders veel lager. Er is ongeveer 6 meter verval tussen de duinen en Uitgeest.


Jan Keet:

Waar gaat al het water heen?

Zie het Peilbesluit 2015 van het Hoogheemraadschap. Daarin worden de waterstromen uitgebreid beschreven.

Hans van Weenen vertelt dat er langs de Schulpvaart gemalen liggen die zorgen voor de watertoevoer naar de vijvers in Castricum en de polder in Bakkum. Vanuit de vijvers loopt het water uiteindelijk weer richting Uitgeest. Hierdoor kan verdroging van de polder in Bakkum worden voorkomen.

Jan van Velzen:

Waarom trad verzanding van de Oer-IJ delta niet eerder op?

Oorspronkelijk was het Oer-IJ een stroom die werd gevoed door veenrivieren. Daarna zocht de Vecht zijn weg naar zee via de delta van het Oer-IJ. Toen de Vliestroom in het noorden openging veranderde de waterhuishouding in de delta. Het water van de Vecht liep via de Vliestroom naar zee en niet meer via het Oer-IJ.

De Vliestroom lag op de plek waar de Afsluitdijk werd gedicht. Daar staat nu het Monument.

Paul Kuiper

Heeft het Oer-IJ niet verder naar het noorden gelopen in de richting van de Zijpe?

Lia Vriend vertelt dat de Oer-IJ delta bij Castricum rond 150 voor Christus was dichtgeslibd. Daarna ontstaan er ten noorden ervan door verandering in de zeestroming allerlei zeegaten en doorbraken. De Zijpe is daar een overblijfsel van.

(opgetekend door Jan Hormann)

 

 

 

 

18 januari Henk van der Velde

Onderwerp: Dark Ages

 

Henk van der Velde

In deze lezing wordt een introductie gegeven op de archeologie van de Vroege Middeleeuwen. Wat gebeurde er toen de Romeinen vertrokken? Wat zijn de bijzondere vindplaatsen in het kustgebied? Wat maakt de archeologie van vroegmiddeleeuws Holland nu zo bijzonder? Zijn enkele vragen die aan de orde zullen komen.

 

Henk van der Velde is hoofd archeologie van ADC ArcheoProjecten en tevens verbonden aan de universiteit Leiden. Hij promoveerde op de bewoningsgeschiedenis van Oost-Nederland maar heeft in de afgelopen twee decennia ook bijzondere opgravingen uitgevoerd in het Nederlandse kustgebied. Hij specialiseert zich daarbij vooral op de Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen. In oktober verschijnt onder zijn leiding het boek ‘Struinen in de duinen’.

 

 

VRAGEN EN ANTWOORDEN

 

Waar kwamen het goud en het zilver in de vondsten vandaan?

Het goud en het zilver waren afkomstig uit omgesmolten Romeinse munten.

Waarom kwamen de missionarissen in Noord-Holland uit Engeland en Ierland?

Er waren vooral in Ierland grote kloosters die een enorme drang tot missie hadden. Van daaruit stuurde men de missionarissen naar Nederland.

Waarom gebruikte men het afhakken van handen als straf?

Dat had een symbolische betekenis; zonder handen was een mens ongevaarlijk.

De Vikingen stonden bekend om hun gewelddadig optreden. Hoe kwam dat?

Dat lag in hun aard als leden van een “gefolgschaft”. Soms waren hun aanvallen volledig willekeurig: dan eens een klooster en dan weer een eigen nederzetting die hen niet aanstond.

Hans van Weenen

In het domein de Geer stond een grote boerderij. Was dat in alle domeinen zo?

Er is heel weinig bekend over de centrale boerderijen.

Hr. Zijp

Toonden die boerderijen de machtspositie van de herenboer?

De domeingoederen werden vaak niet bewoond door de heer zelf, maar door een zetbaas met status, die opbrengsten afdroeg.

Hans van Weenen

Waren de domeinen vergelijkbaar met vroonlanden?

Ja, ze behoorden soms ook toe aan de kloosters. Landheren schonken ze soms aan deze instellingen als een soort oudedagsvoorziening.

Waarom waren de steigers in de rivier bij Dorestad zo lang?

De loop van de rivier veranderde voortdurend en de steigers moesten daardoor verlengd worden.

Waar liggen de oudste terpen?

In het binnenland. De zee trok zich langzaam terug en de jongste terpen liggen nu meestal dichter bij de Waddenzee.

Joke v.d. Aar

Naarmate Dorestad tot bloei kwam, verdwenen de boerderijen. Is dat beleid of een natuurlijke ontwikkeling?

We vinden ze niet meer, maar de plaatsen werden wel bewoond. We vermoeden dat ze zijn verplaatst naar de huidige dorpen.

Wanneer ontstond de Lek?

De Lek bestond al in de tijd van Dorestad. In 1022 was de Oude Rijn al aan het verzanden en geleidelijk stroomde de grootste hoeveelheid water via de Lek naar de Noordzee.

 

 

15 februari Jerzy Gawronski

Jerzy Gawronski

Onderwerp: Amstel en IJ en Noord/Zuidlijn archeologie.

Titel: De vroegste geschiedenis van Amsterdam in het Oer-IJ landschap.

Samenvatting:

In het archeologisch onderzoek bij de aanleg van de Noord/Zuidlijn in 2005-2010 stond de rivier de Amstel centraal. De diepe bouwputten gaven toegang tot de onderste lagen van de rivierbedding tot 12 m onder NAP. Daarmee kwam nieuwe informatie voorhanden over ontwikkelingen in het landschap en vooral de waterhuishouding en de vorming van de rivier de Amstel vanaf 3.000 v. Chr.

Hierin speelt het Oer-IJ een cruciale rol. Archeologische vondsten duiden op een doorlopende bewoning in het Amstelgebied. Klimatologische en bodemkundige processen ten tijde van de middeleeuwse ontginningen zorgen voor ingrijpende veranderingen in het landschap. Een abrupte omslag aan het eind van de twaalfde eeuw biedt de basis voor de stichting van Amsterdam.

Klik hier om een interview met Jerzy Gawronski voor het internetplatform Oneindig Noord-Holland te kunnen lezen.

 

Prof. dr. Jerzy Gawronski is stadsarcheoloog van Amsterdam (hoofd afdeling Archeologie van Monumenten en Archeologie, gemeente  Amsterdam) en hoogleraar maritieme en urbane archeologie aan de Universiteit van Amsterdam.

-0-

Vragen en antwoorden

Robert Haakman

Zijn er nog meer nieuwe inzichten naar voren gekomen over het vroegste Amsterdam?

We hebben een beter inzicht gekregen in de geologie, het landschap en de meteorologische omstandigheden van de vroegste nederzetting. Ook is de aard ervan duidelijker bekend. Er werd meteen handel gedreven en er ontstonden onmiddellijk industrie en nijverheid. De nederzetting werd al snel een regionaal centrum.

Dik Fopma

Bij de Nieuwendijk zijn resten van een kasteel gevonden. Was dat een aantrekkelijke plek voor een kasteel of was het iets anders?

Er ontstond nogal wat consternatie omdat men dacht dat het toebehoorde aan Gijsbrecht van Amstel, maar waarschijnlijk is het later door Floris V gebouwd rond 1280. Het beschermde de Amstel en had overzicht op de Kolk met zijn sluizen. Het vormde een machtsmiddel. Op de noord kop van de nederzetting beheerste het de haven en de waterhuishouding in het achterland. Gezien de vondsten bij de smederij werden daar wapens gemaakt voor de kasteelheer.

Ton v.d. Brink

Liggen de geëxposeerde gevonden voorwerpen in de vitrines in het metrostation op chronologische volgorde?

Nee, ze zijn per blok thematisch gerangschikt en in het blok liggen ze chronologisch op een rij, van middeleeuwse lepel tot modern plastic ijslepeltje.

Vraag

Versmalde de rivier geleidelijk?

Door de tijd heen werden er kades aan toegevoegd, er werd stadsafval in gedumpt en de rivier slibde geleidelijk dicht. In 1937 werd bij de demping van het Rokin duinzand gebruikt.


Richard Boske

Hoe kon het dat de Amstel in het laatste kwart van de 12e eeuw weer sneller ging stromen?

Onder invloed van een aantal stormvloeden ontstond er een daling van het water in het Almere en de Vliestroom. Daardoor ging het water uit de Amstel sneller stromen. Een seizoen met heftige stormen verandert het landschap aanzienlijk. Onlangs daalde het water tijdens een diepe depressie en hevige storm bij Schellingwoude ongeveer 20 centimeter.

Bram van Loon

Wanneer werd de Dam gebouwd?

In 1275 kreeg Amsterdam tolrechten en de Dam is zo rond 1250 gebouwd. De dam had ook een sluis en daardoor kon men passanten tol heffen en van hieruit de waterhuishouding regelen. Denk ook aan alle damsteden aan het IJsselmeer, als Edam, Volendam en Monnickendam.

Cor Barten

Hoe verdwenen veel veengebieden aan de Zuiderzee?

Tijdens heftige stormen werd het veen, dat heel zacht was, gemakkelijk weggeslagen.

Wim Groeneweg

Zijn er resten van koggeschepen gevonden?

Nee, het hout is allemaal vergaan. We hebben wel veel sintels gevonden. Het waren overnaadse schepen dus de naden werden gebreeuwd.

Gé Bos

Hoe is de waterafvoer in het Rokin nu geregeld?

De rivier stroomt onder de Dam, de Bijenkorf en de Beurs van Berlage door in een rioolpijp en komt uit in het IJ.

Hans van Weenen

Hoe stond het met de aanwezigheid van buitenlandse scherven aardewerk bij de vondsten?

Vroeger telde men die om de herkomst te herleiden, maar tegenwoordig worden er statistische methodes op los gelaten om de importgebieden te traceren.

15 maart Wouter Waldus

Onderwerp: De reconstructie van de IJsselkogge.

Wouter Waldus

In de lezing wordt, na een introductie op de opgraving en de berging van de 15e eeuwse IJsselkogge in 2011 bij Kampen uitgelegd hoe de reconstructie van het scheepswrak is aangepakt. Het betreft een digitale reconstructie, waarbij alle verzamelde gegevens van de IJsselkogge samenkomen tot een 3D model.

In de lezing zullen de voorlopige resultaten van dit bijzondere scheepsarcheologische project worden gepresenteerd. Tenslotte zal het belang van dit scheepswrak voor ons begrip van de vroegmoderne scheepsbouw worden toegelicht.

Klik hier voor meer over de vondst van de IJsselkogge.

Klik hier voor het bestellen van kaartjes.

Klik hier voor algemene informatie over de lezingenreeks ‘Hilde Kan Me Nog Meer Vertellen’.

 

 

 

Wouter Waldus werkt als maritiem archeoloog bij ADC Maritiem. De afgelopen jaren heeft hij vele onderwaterarcheologische projecten in heel Nederland uitgevoerd. De opgraving en de lichting van de IJsselkogge in 2016 was een van de meest bijzondere en spectaculaire tot nu toe.

Vragen uit de zaal en antwoorden van Wouter Waldus 

1.       Er werd gehandeld in bijenwas.Was dat een grondstof of een eindproduct? Grondstof.

2.       Hadden de schepen ballast?
De schepen zijn leeg op de rivierbodem gezet en later gevuld met klei. Er zijn resten schollenklei gevonden op de bodem van het schip.

3.       Wat waren de afmetingen van de kogge?
25 meter lang, 8 meter breed en 7 meter hoog.

4.       Hoe hoog waren de kosten van het koggeproject?
De kosten bedragen 5 miljoen euro en worden betaald door Rijkswaterstaat.

5.       Is er historische documentatie beschikbaar over het afzinken van het koggeschip?
We hebben alles uitgeplozen en aanwijzingen gevonden dat er in 1437 hoofden in de rivier werden aangelegd om de stroming te versnellen. Verder is er over het schip niets bekend. We hebben wel het beukenhout dat werd gebruikt voor de afsluiting van de rivierarm kunnen dateren op 1451.

6.       Wanneer is de kogge afgezonken?
Waarschijnlijk in 1451. Misschien is het schip overvaren. Er zijn netten gevonden die er in verstrikt zaten.

7.       Is er sprake van symmetrie bij de bouw?
Er werd wel geprobeerd ze symmetrisch te bouwen, maar dat lukte nooit helemaal door de onregelmatige vormen van het hout dat werd gebruikt.

8.       Maakte een kogge water?
Ja, de schepen waren zo lek als een mandje. Voor en achter werden sporen van pompen gevonden en er liep een duidelijke goot voor de waterafvoer.

9.       Wat voor pompen gebruikte men?
We weten niet precies hoe ze er uit zagen.

10.   Waarom staken de balken door de huid?
Dat weten we niet precies. Het was een vreemde constructie die wel veel stevigheid bood.

11.   Waar lag de waterlijn?
Dat is nog niet bekend.

12.   Hoe was het gesteld met de waterstabiliteit?
Bij een tocht om Jutland met een replica bleek het goed mogelijk om koers te houden.

13.   Hoe werden de koggeschepen gebruikt?
Het waren kustvaarders

14.   Hadden ze een anker voor en achter?
Er zijn helaas geen ankers gevonden.

15.   Hoe werd het roer bediend?
Het roer was goed door één persoon te bedienen.

16.   Hoeveel mensen waren er aan boord?
Dat aantal was onbekend. Maar op het moderne replicaschip vaart men met ongeveer 10 bemanningsleden.

17.   Was er ook stroming links en rechts van het schip die bijgedragen heeft aan de vervorming van de romp?
Dat zou kunnen, maar om dat zeker te weten moet je waterloopkundige testen doen. De meeste schepen waren asymmetrisch omdat niet alle houtvormen precies gelijk waren.

18.   Waren de kopse kanten van de romp ook overnaads?
Ja, helemaal.

19.   Hoe dik was de huid?
De huid was 4 centimeter dik, met ongeveer 30.000 kleine krammen erin.

20.   Hoe staat het met het onderzoek naar het VOC schip, de Amsterdam, dat nog steeds bij Hastings aan de Engelse zuidkust ligt?
Uiteindelijk zal het schip worden overgebracht naar het marine dok in Amsterdam.

21.   Was er in Kampen in de IJssel ook sprake van eb en vloed?
Er was sprake van een lichte eb- en vloedbeweging vanaf de Zuiderzee. Het water daar was brak.

Jan Hormann  25MAR18

12 april André Numan

André Numan

 

Titel: Hoe god in Kennemerland verscheen

Korte inhoud:

In de eerste helft van de achtste eeuw veroveren de Franken ‘Frisia ulterior’, het gebied tussen de Oude Rijn in het zuiden en het Vlie in het noorden. Aansluitend wordt de bevolking gekerstend door Angelsaksische monniken. Dan ook krijgt Kennemerland de eerste kerken.Vanuit die godshuizen worden weer andere gebedsruimtes gesticht.

Wie bouwden deze kerken, waar werden ze gerealiseerd en waarom juist op die plekken? In deze lezing komen al deze vragen en meer aan de orde komen. Ook wordt ingegaan worden op de bouwwijze van de kerken.

-o-

André Numan is actief betrokken bij vele archeologisch onderzoeken in binnen en buitenland. Hij was verbonden aan het Instituut voor Prae- en Protohistorie, thans (2014) Amsterdams Archeologisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam (AAC) als hoofd Archeologische Velddienst en Documentatie en tot 2014 als  hoofd Archeologische Velddienst en Conservator.

Hij publiceerde onder meer over zijn onderzoek naar middeleeuwse bewoningssporen in het centrum van Haarlem, over Noord-Hollandse kerken en kapellen in de Middeleeuwen.

André is geboren in Haarlem, waar hij nog steeds woont en al sinds 1973 actief betrokken is bij de Archeologische Werkgroep Haarlem.

Klik hier om daar de pagina te gaan waar kaarten kunnen worden besteld.

 

 

 

Vragen en antwoorden na afloop van de lezing

 

1.       Hoe kan het dat er tussen de Streek en Wieringen zijn geen kerken te zien zijn op deze kaart?

Er waren niet veel kerken omdat ze bij overstromingen zijn weggeslagen. Rond 1920 zijn er aanwijzingen voor kerkgebouwen gevonden in de Wieringermeer.

2.       Koen v.d. Driessen:  Was Simon van Haarlem in de 13e eeuw de stichter van de kerk in Castricum?

Waarschijnlijk was het een van zijn voorvaderen en moet de kerk iets eerder gedateerd worden.

3.       Waar lagen de meeste kerken gewoonlijk?

De kerk werd meestal midden in het dorp gebouwd. Alle grond behoorde toe aan de edelen, bijv. de graven van Egmond.

4.       Hermine Smit: Werden de kerken gebouwd op heilige plaatsen en leylijnen?

Het eerste klopt en op het tweede deel van de vraag durf ik geen antwoord te geven.

Een leylijn is een rechte lijn die wordt getrokken door meerdere punten van geografisch belang, waarbij verwezen wordt naar een vermeend verband tussen die punten. Het gaat daarbij typisch om prehistorische locaties, archeologische vindplaatsen en oude kerken. Esoterici geloven dat leylijnen energiebanen zijn.

Leylijn – Wikipedia

5.       Dhr. Tebbens: Zijn er veel kerken afgebrand?

Ja, dat gebeurde tijdens oorlogen, ongelukken en verbouwingen.

6.       Ineke Tebbens: Is het waar dat de tekeningen van de kerk vaak werden bewaard in de toren?

Tijdens de vroege periode – in de hoge middeleeuwen- gebruikte men geen tekeningen. Er werd gewerkt en ontworpen door middel van geometrische patronen, zoals driehoeken en vierkanten: het verhoudingsgewijs bouwen. In de tufstenen kerken zijn geen tekeningen in de torens gevonden.

7.       Zijn er in West Friesland veel kerken verplaatst?

Na elke nieuwe ontginning werden kerken verplaatst.

8.       Wat was de functie van de kerk in het dagelijks leven?

Alles draaide om de kerk, heiligendagen werden gevierd en de kerk bepaalde de loop van het dagelijks leven.

(opgetekend door Jan Hormann)

Kaartjes kopen

‘HILDE KAN ME NOG MEER VERTELLEN’

Lezingencyclus georganiseerd door Huis van Hilde en de Oer-IJ Academie .

Aanvang: precies om 20 uur.
Zaal open: vanaf 19.30 uur.
Afsluiting: rond 22 uur.

Locatie, Huis van Hilde in Castricum (achter het station)

Betaling:

Het bijwonen van een losse lezing kost 10 euro. Vrienden van het Oer-IJ krijgen een korting van 10 procent*. Wie vier of meer lezingen boekt, betaalt 2 euro per lezing minder. Bezoekers betalen vooraf. Na overmaken van het bedrag op bankrekeningnummer NL87RABO0159876702 t.n.v. Stichting Oer-IJ wordt een bevestiging per mail gestuurd, waarmee een zitplaats is gegarandeerd. Wie op de bonnefooi naar een lezing komt, betaalt contant en met gepast geld aan de balie. Pinnen is niet mogelijk.

Wie aanspraak op korting heeft, vult dat in bij Opmerkingen.

Vergeet niet voor het verzenden van een reservering met een muisklik aan te geven dat u geen robot bent. Dat is nodig om spam op de website tegen te gaan. LET OP: wanneer geen vinkje wordt gezet in het vakje naast de mededeling ‘IK BEN GEEN ROBOT’  verschijnen er plaatjes waarover een vraag wordt gesteld die moet worden beantwoord om de bestelling te bevestigen.

Programma lezingencyclus 2017/2018

  • 05 oktober Liselotte Gertenbach (geweest)
    De ethiek bij het tentoonstellen van skeletmateriaal.
  • 02 november Silke Lange (geweest)
    De ontwikkeling van het houtgebruik in het Oer-IJ gebied.
  • 16 november Kees Nieuwenhuijsen (geweest);
    Zuid-Hollandse graven in Noord-Holland,.
  • 07 december Koen van den Driesche;
    De historische landschapsinrichting in de Castricummerpolder. (geweest)
  • 18 januari Henk van der Velde; Dark Ages.(geweest)
  • 15 februari Jerzy Gawronski; (geweest) 
    De ontwikkeling van Amsterdam vanaf de vroege fase.
  • 15 maart Wouter Waldus:
    De reconstructie van de IJsselkogge.(geweest)
  • 12 april 2018 André Numan;
    Chronologie van de kerkenbouw en de verspreiding van het christendom in Kennemerland.

Zijn er nog prangende vragen bel dan met Huis van Hilde: 023-5143247.

Klik hier voor aanvullende informatie.

 

Welke lezingen wilt u bijwonen

Lezing 05 oktober 2017Lezing 02 november 2017Lezing 16 november 2017Lezing 07 december 2017Lezing 18 januari 2018Lezing 15 februari 2018Lezing 15 maart 2018Lezing 12 april 2018

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Onderwerp

Opmerkingen

captcha

Lezingen 2017-2018

Archeologiemuseum en Stichting Oer-IJ gaan samenwerken

Nieuwe serie historische lezingen in Huis van Hilde

Onder de titel ‘Hilde kan me nog meer vertellen’ wordt door de Stichting Oer-IJ en Huis van Hilde een nieuwe serie van acht lezingen georganiseerd in het archeologiemuseum te Castricum. Vorig jaar hadden beide organisaties elk hun eigen avonden. Omdat de onderwerpen thematisch dicht bij elkaar liggen en er toch al op verschillend terrein wordt samengewerkt, is besloten voor het seizoen 2017/2018 in dit verband gezamenlijk op te trekken.

Voor de historische lezingen bestaat steeds veel belangstelling. De meeste avonden worden uitverkocht en ook herhalingen trekken volle zalen. De populariteit heeft te maken met de groeiende belangstelling voor regionale geschiedenis, maar houdt zeker ook verband met de kwaliteit van de sprekers. De organisatoren zorgen steeds voor bijeenkomsten met een verhaal van deskundigen die een autoriteit zijn in hun vakgebied. Er staan acht lezingen gepland.

De eerste avond was op donderdag 5 oktober. Klik hier voor een overzicht en voor het bestellen van kaarten. De kosten voor een avond bedragen 10 euro. Vrienden van het Oer-IJ krijgen 10 procent korting. Wie kaarten voor vier of meer lezingen bestelt betaalt 2 euro minder per lezing. De lezingen beginnen om 20 uur en duren tot 22 uur. De zaal gaat open om half acht. Alle informatie over het programma is te vinden op deze website of bel anders voor vragen met Huis van Hilde: 023-5143247.