Op excursie tijdens Open Monumentendagen

 

Iconisch landschap in het Oer-IJ gebied

Wandel en fietsexcursies door het Oer-IJ gebied.

Met lezingen, wandel- en fietsexcursies met als onderwerp het Oer-IJ gebied haakt het regionaal comité Kennemerland in op het thema ‘iconen’ van de Nationale Monumentendagen, dit jaar op 10 en 11 september. Er zal vooral aandacht zijn voor elementen van het oorspronkelijk getijdenlandschap die tot op de dag van vandaag zichtbaar zijn.

Het programma is samengesteld in samenwerking met de Stichting Oer-IJ. Lees verder

Negen werkgroepen

Uitgelicht

Onder de paraplu van de Stichting Oer-IJ worden diverse initiatieven ontplooid. Dat gebeurt vanuit de eigen organisatie, maar ook door groepjes mensen die min of meer zelfstandig opereren. Ze werken vanuit dezelfde doelstelling, maar hebben hun eigen activiteiten en agenda. Op deze website is een aparte plek voor deze ‘Werkgroepen’ ingericht, waar ze de ruimte hebben om verslag te doen van hun werkzaamheden. Inmiddels zijn acht werkgroepen actief.

De werkgroepen binnen onze organisatie zijn zo belangrijk dat ze een eigen plek hebben op de site. Hier staat een overzicht dat verwijst naar het onderdeel waar meer informatie wordt gegeven over hun samenstelling, specifieke taken en bezigheden.

Werkgroep Beverwijk.

Ideeën voor De Buitenlanden

Namens de werkgroep Beverwijk heeft Stichting Oer-IJ bij het Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer (Raum) een notitie ingediend met projectideeën voor toekomstige ontwikkeling van het gebied De Buitenlanden. Hieronder de letterlijke tekst. Auteur is Jos Teeuwisse.

Introductie

Stichting Oer-IJ stelt zich als doel om het gevarieerde landschap in de driehoek Velsen-Alkmaar-Zaanstad te ontsluiten voor bewoners, recreanten en toeristen. In dit gebied is de rijke ontstaansgeschiedenis, waarin de natuur en de mens het landschap hebben gevormd en nog altijd veranderen, goed (terug) te lezen. Voor de doorsnee bezoeker is wel wat uitleg nodig om dit gelaagde landschap te doorzien. Door middel van verhalen wil de Stichting Oer-IJ het gebied beter beleefbaar maken. Voor de overwegend stedelijke bevolking in deze noordvleugel van de Randstad is een kwalitatief hoogwaardige omgeving van groot belang voor betrokkenheid bij de eigen regio. Het nu nog relatief onbekende Oer-IJ gebied krijgt door een aantrekkelijke ontsluiting meer waarde voor recreanten/toeristen die nu nog overwegend op historische steden en de kust gericht zijn.

De onderstaande projectideeën kunnen het gebied De Buitenlanden en omgeving een sterke recreatieve/toeristische impuls geven:


Oertijd boerderij

Uit archeologische opgravingen is gebleken dat het Oer-IJ gebied al duizenden jaren intensief wordt bewoond. Door vondsten in de Broekpolder en de polders onder Assendelft hebben archeologen een goed beeld van boerderijbouw uit vroegere perioden. Voorbeelden elders in Nederland (Archeon, Lelystad, Borger) laten zien dat er veel publieke belangstelling bestaat voor reconstructies van boerderijen uit de oertijd. Een levensechte reconstructie biedt tevens de mogelijkheid om het verhaal van het landschap, leven en werken uit die periode zichtbaar te maken. Ook voor scholen uit de regio biedt een tastbare oertijdboerderij een goed aanknopingspunt voor bijv. geschiedenisonderwijs van de eigen streek. Samen met historische en archeologische verenigingen en werkgroepen uit de regio kan een keuze gemaakt worden voor het te reconstrueren type. Dit project kan heel goed gekoppeld worden aan een moderne bezoekboerderij. Voor Stichting Oer-IJ biedt de oertijdboerderij een goede mogelijkheid om een deel van het verhaal van de historie van het landschap te vertellen.

Uitkijkpunt Aagtenpark

Op de voormalige Aagtenbelt wordt een park aangelegd. Het hoogste deel nabij de A9 biedt een fraai uitzicht over het omringende historische polderlandschap (waaronder De Buitenlanden). Het zichtbare landschap kent een rijke geschiedenis en het uitkijkpunt biedt een uitgelezen kans om die geschiedenis te vertellen d.m.v. informatiepanelen. De waarde van dit uitkijkpunt wordt nog vergroot door er iets bijzonders van te maken, een object dat door z’n vormgeving automatisch bezoekers trekt. Samen met regionale kunstenaars zou een uitdagend ontwerp gemaakt moeten worden dat dit punt een unieke beleving geeft. Het uitkijkpunt Aagtenpark kan onderdeel gaan uitmaken van een toeristische route langs meerdere uitkijkpunten in het Oer-IJ gebied; zoals Nauerna, Fort Krommeniedijk, Erfgoedpark De Hoop, Papeberg, etc.

DSC_0282

Informatiepunt Fort St. Aagtendijk

In dit fort, behorende tot Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, kunnen enkele ruimtes worden ingericht met een permanente expositie over het landschap in de IJmond van de moderne tijd (vanaf de 19e eeuw tot nu). In de afgelopen paar eeuwen is het landschap in dit deel van het Oer-IJ gebied ingrijpend gewijzigd door de aanleg van het Noordzeekanaal.  Industrie, verstedelijking en grootschalige infrastructuur domineren nu het westelijke deel van het landschap tussen het voormalige Wijkermeer en de kust. Het oostelijk deel (De Buitenlanden e.o.) is de groene tegenhanger van dit verstedelijkte gebied. Een informatiepunt in het fort biedt recreanten en toeristen een goed startpunt om de omgeving te gaan verkennen en beleven omdat hier informatie wordt geboden over de recente geschiedenis en de aanwezige waarden in dit deel van het Oer-IJ gebied. Samen met lokale historische verenigingen, Landschap Noord-Holland, Stelling van Amsterdam en de gemeente Beverwijk moet dit idee verder worden uitgewerkt.

De hierboven beschreven projectideeën bieden in hun samenhang een enorme kans om van De Buitenlanden een recreatief/toeristische hotspot te maken.

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

Lia Vriend van de Stichting Oer-IJ over de Buitenlanden

Het woord ‘Buitenlanden’ duidt op buitendijks land. Het was gelegen langs de randen van het Wijkermeer en aansluitend in de bedding van de Crommenije.

De Crommenije is een veenstroom die in de Middeleeuwen is ontstaan. In de vroege Middeleeuwen komen de huidige, hoge jonge duinen tot ontwikkeling  en worden de moerassen landinwaarts ontgonnen. Door de ontwatering van het moeras daalt de veenbodem. Er ontstaan grote meren als Schermer en ‘Langemeer’ (nu Uitgeester- en Alkmaardermeer) Ook het IJ en Wijkermeer worden breder. Er ontstaat een omkering van het reliëf en de waterlopen gaan niet land naar zee, maar richting het merengebied.

Tussen het Wijkermeer en het Uitgeestermeer ontstaat een waterloop die de naam ‘Crommenije’ krijgt. Via deze veenstroom kan het water dat uit de Zuiderzee via IJ en Wijkermeer binnen komt tot ver landinwaarts voor overstromingen zorgen. Om de bestaande dorpen en akkers tegen overstroming te beschermen worden er vanaf de 11e eeuw dijken aangelegd.

De Sint Aagtendijk , die in eerste instantie om de geest van Beverwijk lag, wordt nu doorgetrokken langs de Crommenije tot aan Akersloot. Aan de oostkant wordt de Assendelver Zeedijk aangelegd en ontstaat de Assendelverpolder. Als de Crommenije bij Busch en Dam wordt afgedamd, is er geen stroming meer en begint de bedding van de Crommenije vol te slibben. Dit zijn dan ‘Buitendijkse landen’.

Toen na de grote overstromingen van kerst 1717 in 1718 de ‘Nieuwe overdijking’ aangelegd  werd bleef van de Crommenije alleen de Kil over. Zuidelijk hiervan lag dus het nog open Wijkermeer, dat ook steeds meer aan de randen verlandde (Buitenlanden en Meerweiden).

Toen in 1875 bij de aanleg van het Noordzeekanaal IJ en Wijkermeer drooggelegd werden, hadden de Buitenlanden geen contact meer met het buitenwater en werden ook polders. De Buitenlanden liggen dus in de bedding van de Crommenije en binnen het Wijkermeer.

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

 

Werkgroep Arrangementen

excursie oer-ij 2

Een excursie met een gids in het buitengebied. Een van de mogelijkheden om de geheimen van het Oer-IJ te ontdekken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Stichting Oer-IJ ziet mogelijkheden om in samenwerking met andere partijen arrangementen te ontwikkelen waarbij deelnemers op een actieve en attractieve manier kennis kunnen maken met de bijzondere kwaliteiten van het landschap en de ontstaans- en bewoningsgeschiedenis van dit historisch bijzondere gebied.

Met de komst van het Archeologisch Centrum voor Noord-Holland naar Castricum en de opening van de permanente tentoonstelling in Huis van Hilde daar doen zich nieuwe mogelijkheden voor om arrangementen te ontwikkelen waarbij het publiek een bezoek aan de expositie binnen combineert met een excursie in het buitengebied. Daarbij kan, door de aanwezigheid van een restaurant, ook een lunch of gevulde picknickmand worden aangeboden.

De aanwezigheid van een treinstation, de mogelijkheid om fietsen te huren en de goede bereikbaarheid van het Oer-IJ gebied vanuit Castricum maken een dergelijk voornemen tot een kansrijk initiatief.

De Stichting Oer-IJ ziet hierin voor zichzelf een voortrekkersrol weggelegd, te meer daar het sinds kort kan beschikken over een groep eigen gidsen, die voor de arrangementen kunnen worden ingezet.

Huis van Hilde is organisatie-partner. Ook wordt gewerkt aan structurele samenwerking met het PWN, vanwege het bezoekerscentrum De Hoep en de campings Geversduin en Bakkum. De ondernemersvereniging van strandexploitanten CaaZ en het recreatieschap Raum kunnen ook worden uitgenodigd om mee te praten.

Status werkgroep arrangementen: is in 2017 met een eerste arrangement van start gegaan.  Wie belangstelling heeft om mee te doen aan de opzet en uitvoering van dit project neemt contact op met coördinator excursies en arrangementen. Er kan inmiddels dagelijks een fiets- of wandelexcursie worden geboekt. Ook maatwerk voor groepen of bijzondere gelegenheden is mogelijk. Zo organiseerden we in het voorjaar 2018 een aantal fietsexcursies voor lezers van Dagblad Kennemerland. Klik hier voor meer informatie.

 

 

Onze coördinator rondleidingen & arrangementen is Erwin Molenaar. Hij organiseert de activiteiten van onze gidsen. Wie graag een excursie op maat wil neemt contact met hem op. Bel 06 30010076, of stuur een mail  naar olwin@casema.nl .

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

 

Werkgroep Uitkijkpunten


uitkijkpunt“Het Oer-IJ van boven”

Een ketting van uitkijkpunten in het Oer-IJ gebied

Een vlak en uitgestrekt landschap als het Oer-IJ gebied laat zich het best bekijken vanuit het vogelvluchtperspectief. Vanaf een verhoogd punt worden de patronen en structuren in het landschap pas goed zichtbaar en kan de kijker de schoonheid van een gebied beter ervaren.

Wil het Oer-IJ gebied aantrekkelijk worden voor toeristen en voor recreanten dan kan een ketting van uitkijkpunten zorgen voor een meerwaarde en biedt het en kans voor een betere profilering (vergelijk de Pontjesroute die een grotere bekendheid geniet dan de beheerder ervan, het RAUM).

Inventarisatie van bestaande en mogelijke uitkijkpunten: op korte termijn zou begonnen moeten worden met een inventarisatie van aanwezige en mogelijke uitkijkpunten in het Oer-IJ gebied. Op enkele forten van de Stelling van Amsterdam zijn uitkijkpunten aanwezig/mogelijk, dat geldt ook voor enkele hoge duintoppen in het NHD, in Recreatiegebied Spaarnwoude op de belt van Afvalzorg Noord-Holland bij Nauerna en voor de molen Cornelis op het Erfgoedpark aan het Alkmaarder- en Uitgeestermeer.

Kwaliteit: voor een onderscheidende ketting met een toeristische meerwaarde zijn uitdagende ontwerpen van groot belang en daarnaast natuurlijk bijzondere locaties. Met iedere (potentiële) initiatiefnemer zou gesproken moeten worden over het betrekken van kunstenaars en/of architecten.

Betrokkenen: Recreatieschappen (RAUM en Spaarnwoude), Terreinbeheerders (SBB, LNH), Gemeenten, (Agrarische) Ondernemers, Provincie.

Koppelen aan andere projecten: De uitkijkpunten moeten onderdeel zijn in de Oer-IJ fiets-, vaar- en wandelroutes. Ook zou er een speciale e-bike route aan gekoppeld kunnen worden. In elk geval moet op alle uitkijkpunten ook informatie worden gegeven over het Oer-IJ gebied.

Status: verschillende initiatiefnemers zijn al begonnen met voorbereidingen voor een eigen uitkijkpunt. Met hen moet gesproken worden over de mogelijkheid om het uitkijkpunt onderdeel te maken van een ketting. De werkgroep Uitkijkpunten Oer-IJ moet nog van start gaan.

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

 

 

 

 

Werkgroep Fietsrouteproject

fietsen

Met fietsroutes wordt het voor een breed publiek straks mogelijk op eigen gelegenheid sportief kennis te maken met het Oer-IJ gebied, waarbij gebruikers met bewegwijzering, een kaart, een boekje, een app, een website en infopanelen worden geïnformeerd over de ontstaan- en bewoningsgeschiedenis van dit bijzondere gebied.

Bij de opzet van de fietsroutes in het Oer-IJ gebied laten de samenstellers zich leiden door  zes thema’s die als verhaallijnen in ons Plan van Aanpak zijn opgenomen. Dat zijn Archeologie & Aardkunde, Natuur & Landschap, Grondgebruik & Landbouw, Water en nog eens water, 2000 jaar Oorlog & Vrede en Cultuurhistorie & Industrieel erfgoed.

Aanvankelijk was het de opzet voor elk onderwerp een aparte route uit te zetten, maar bij de voorbereiding bleek dat de tochten voor recreanten dan te lang zouden worden om in een keer te kunnen afleggen. Daarom is nu gekozen voor een geografisch opzet, waarbij het Oer-IJ gebied is zes delen wordt opgeknipt en ook vanuit verschillende startplaatsen benaderd kan worden. De specifieke informatie over ontstaan-, bewoningsgeschiedenis en landschapskenmerken worden dan gecombineerd.

De ambitie van de samenstellers met de fietsroutes is meer verdieping en samenhang te kunnen bieden dan de bestaande tochtjes, die meer algemeen van inhoud en opzet zijn en waar maar  beperkt aandacht wordt besteed aan de kwaliteit en kwetsbaarheid van het Oer-IJ gebied. Voor de deelnemers uit de regio en van verder weg moet het een expeditie worden, een ontdekking tocht. Met de nieuwe informatie gaat een wereld voor ze open.

Inmiddels hebben de Rabobank Noord-Kennemerland en de Stichting TriArcus uit Heemskerk zich als sponsors aan het project verbonden. Bij de voorbereiding wordt onder meer samengewerkt met Recreatiebedrijf Noord-Holland NV, een onderneming die veel ervaring heeft met recreatievoorzieningen op het gebied van fiets- en wandelroutes. Door samen op te trekken moet het ook gemakkelijk worden de Oer-IJ gemeenten Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Heiloo, Uitgeest, Velsen en Zaanstad mee te krijgen.

 

Status: Inmiddels is een boekje met een voucher voor een app met twee routes vanuit Castricum verschenen. Aan een route voor Heiloo wordt nog gewerkt. Sociaal geografe Lia Vriend stelt de routes samen.Voorzitter werkgroep: Léon Klein Schiphorst, tel 06 3492 5839, mail kleinschiphorst@quicknet.nl

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

 

Werkgroep Oer-IJ Academie

 

DSC_0125

Coördinator van de lezingen Hans van Weenen leidt zelf de lezingen in.

 

 

 

De.Oer-IJ Academie organiseert lezingen, een opleiding tot ambassadeur van het Oer-IJ voor recreatieondernemers en de gidsencursussen.Ook wordt gewerkt aan een leskoffer voor het onderwijs.

 

Stand van zaken Oer-IJ werkgroep Educatie Basisonderwijs.  

1.       De werkgroep is dit jaar 6 keer bijeen geweest en heeft een plan uitgewerkt om met 3 basisscholen van de stichting Tabijn in Uitgeest een pilot te beginnen om lesmateriaal, activiteiten en excursies te ontwikkelen. Die gaan het landschap en de cultuurhistorie van het Oer-IJ in de klas brengen. Ook gaan de leerlingen met hun leerkrachten op onderzoek in de directe omgeving van de school en Uitgeest om dat landschap en de cultuurhistorie te bekijken en te ervaren.

2.       In april heeft Jan Hormann een presentatie gehouden op de Juliana van Stolbergschool (ISOB) in Castricum, waarbij de docenten erg verrast en enthousiast waren over de plannen van de educatiewerkgroep.

3.       Daardoor kregen we op 25 september de gelegenheid om het plan te presenteren aan de directeuren van een aantal  ISOB scholen in Castricum, Uitgeest en Akersloot en hebben zij kennis kunnen nemen van de mogelijkheden die wij willen bieden. Ook hier was men zeer geïnteresseerd, alhoewel er nog geen concrete vervolgacties uit zijn voortgekomen

4.       Op 28 september werden de plannen gepresenteerd aan de drie leerkrachtenteams van de Tabijnscholen in Uitgeest. Lia Vriend introduceerde het Oer-IJ gebied en Jan Hormann zette het educatieplan uiteen. Daarna was er een wandelexcursie met gids in vier groepen. Twee groepen bekeken het noordelijk deel van Uitgeest en de andere twee het zuidelijk deel. Na de excursie vertelde Pauline van Vliet over haar project “Cornelis Corneliszoon” en presenteerde Wil Koopmans de zgn. Waterles van het HHNK, die voor het project zal worden aangepast aan de situatie in Uitgeest.

 

 

Status werkgroep: Is operationeel. Het laatste nieuws en meer achtergronden over diverse onderdelen kunnen worden gelezen in de rubriek Academie onder het kopje Wat doen wij. Voorzitter van de werkgroep is Jan Hormann. 

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

 

Verslag werkconferentie

Gedeputeerde Jaap Bond steunt Oer-IJ initiatief.

.

Gedeputeerde Jaap Bond (Foto Henk. Z. Hommes)

Voor gedeputeerde Jaap Bond is het Oer-IJ gebied door zijn specifieke landschapskwaliteiten waardevol genoeg om meer concreet te betrekken bij het provinciaal ruimtelijk beleid in de nabije toekomst. Hij onderkent de unieke natuurhistorische waarde, ziet zeker kansen voor duurzame recreatie en beschouwt de groene open ruimte ook als een belangrijke economische factor voor een succesvol woon- en werkklimaat voor de regio.

De gedeputeerde zei dat vrijdag tijdens een werkconferentie voor bestuurders en ambtenaren over duurzaam toerisme in de groene driehoek Alkmaar, Zaanstad, Velsen. De bijeenkomst, gehouden in het PWN-bezoekerscentrum De Hoep, was georganiseerd door de Stichting Oer-IJ. De gedeputeerde nodigde de aanwezige wethouders, ambtenaren nadrukkelijk uit om samen met de bewoners te verkennen waar de mogelijkheden liggen om dat beleid vorm te geven. Hij wil de input vanuit het gebied betrekken bij het opstellen van een nieuwe ‘omgevingsvisie’ waaraan de provincie werkt. De discussie hier moet zeker een vervolg krijgen, zei de provinciaal bestuurder.

De gedeputeerde moest bekennen dat hij de bijzondere waarde van het Oer-IJ gebied pas was gaan beseffen toen hij er recent door een gids werd rondgeleid. Hij was verrast door wat je er nog van de ontstaansgeschiedenis van het landschap terug kan zien. Een fantastisch verhaal; te onbekend en het vertellen waard, was zijn conclusie. ,,Een fascinerend landschap dat nog veel geheimen herbergt’’.

Leuk voor recreatie van eigen inwoners, maar ook voor verblijfstoerisme van buitenlanders. Zeker nu uit onderzoek blijkt dat toeristen eenmaal ter plaatse, bereid zijn twee keer een uur te reizen om een dag-bestemming te bereiken. Wel moet er dan een voorzieningenniveau zijn om die bezoekers te kunnen faciliteren. Denk daarbij aan overnachtingsmogelijkheden, horeca en mogelijkheden om iets te beleven. Belangrijk is dan het verhaal. Wat er zo bijzonder is. Er valt meer te zien dan je zo op het eerste gezicht zou vermoeden, weet nu ook de gedeputeerde. Zelf een natuurliefhebber en enthousiast wandelaar.

Jaap Bond heeft naast natuur & recreatie ook economie in zijn portefeuille. Hij legt bij een beoordeling van het landschap een nadrukkelijke relatie met de kapitale waarde van zo’n gebied. De gedeputeerde is van mening dat de waarde van groen & ruimte in geld uitgedrukt net zo hoog kan worden ingeschat als die van een wijk, kantorencomplex of bedrijventerrein. Bij locatiekeuzes letten ondernemers en investeerders steeds meer op het vestigingsklimaat, waarbij de aanwezigheid van natuur in de omgeving een belangrijke rol speelt. Het draagt belangrijk bij aan de kwaliteit van een regio. ,,Ontwikkelaars besteden elders miljarden aan groen, hier is dat landschap al aanwezig. Daar moeten we dus zeer zorgvuldig mee omgaan en zuinig op zijn’’.

De provincie voorspelt een oplopende druk op het gebied vanwege de behoefte aan meer woningen rondom Amsterdam. Jaap Bond voorziet dat de grenzen van de metropoolregio worden opgetrokken, met name richting het noorden. Zuidelijk legt Schiphol te veel beperkingen op. Er zullen de komende 25 jaar nog zo’n 500.000 bewoners in de regio gehuisvest moeten worden. Gezien de omvang en complexiteit van die taakopdracht bepleit de gedeputeerde een gezamenlijke regionale aanpak, met een speciale rol voor de betrokken burgers.

De gedeputeerde vertelde dat de provincie werkt aan een omgevingsvisie en hij nodigde iedereen nadrukkelijk uit daar een bijdrage aan te leveren. ,,Voer je zo’n discussie op inhoud, met argumenten en met passie dan weet ik zeker dat er ook geluisterd wordt naar de mensen die zich inzetten voor de cultuurhistorische waarde en kwetsbaarheid van het gebied.’’ In dit verband maakt Jaap Bond de Stichting Oer-IJ een groot compliment voor het initiatief, zich zo belangeloos en gemotiveerd voor het behoud van het landschap in te zetten. ,,Als het lukt economie, recreatie en toerisme in het beleid te koppelen aan natuur, landschap en cultuurhistorie is het ook gemakkelijk zo’n gebied met rust & ruimte in stand te houden’’.

 

Voorzitter Evert Vermeer

Voorzitter Evert Vermeer in gesprek met Jaap Bond . (Foto Henk. Z. Hommes)

Voorzitter Evert Vermeer van de Stichting Oer-IJ vertelde de aanwezige bestuurders en ambtenaren meer over de doelstellingen en activiteiten van de Stichting Oer-IJ. Hij stelde vast dat er veel redenen zijn om zuinig te zijn op het gebied, en dat bij bewoners en bezoekers een groeiende behoefte bestaat aan natuur met rust & ruimte. Een eigen vertrouwde regio waar mensen zich thuis en veilig voelen. Zeker in deze tijd van grote maatschappelijke beroering en onzekerheid. Daar zijn alle geleerden het over eens.

Bij veel van de activiteiten die de stichting organiseert en nog op de agenda heeft staan worden de inwoners betrokken. Ze kunnen lezingen volgen, informatieve fietstochtjes maken of zich inschrijven voor thematische wandelingen. Het zal allemaal bijdragen aan het besef dat hier iets bijzonder waardevols aanwezig is. Evert Vermeer deed een oproep aan alle aanwezigen om open te staan voor burgerinitiatieven en in het maken en uitvoeren van beleid meer rekening te houden met de specifieke kansen die het historische Oer-IJ landschap biedt.

Veel regio’s in Noord-Holland hebben een meer herkenbare identiteit. Bij het Oer-IJ landschap moet dat meer zichtbaar worden gemaakt, is het nodig een verhaal te vertellen. Die zijn er genoeg. ,,Het groene gebied tussen Zaanstad, Velsen en Alkmaar staat nog onvoldoende op de kaart. Een betere positionering vraagt om samenwerking van alle BUCH-gemeenten, de Zaanstreek en IJmond. Ons werk krijgt pas betekenis als bij overheden een zelfde gevoel over de kwaliteit en kansen van dit landschap ontstaat en ze daar ook mee aan de slag gaan’’, aldus Evert Vermeer.

 

Adviseur Rik de Visser

Landschapsarchitect Rik de Visser, directeur van Bureau Vista en adviseur van de Stichting Oer-IJ, hield het gezelschap bestuurders en ambtenaren voor dat het Oer-IJ gebied te weinig betrokken wordt bij de ruimtelijke ordening. Het is een vergeten gebied dat in studies en visies nauwelijks of niet wordt genoemd. Hij bepleitte een aanpak waarbij de geschiedenis van het oorspronkelijke getijdenlandschap meer richtinggevend wordt bij de toekomstige invulling van de metropoolregio Amsterdam. Daar liggen volop kansen.

Als concreet voorbeeld noemde Rik de Visser de schetsplannen die zijn gemaakt voor de zogenaamde Zaancorridor, een aantal mogelijke bouwlocaties rond OV-knooppunten in Noord-Holland. Juist daar liggen mogelijkheden om met het oude landschap verbindingen te zoeken. De fantasie te prikkelen, de verbeelding te betrekken bij een kwalitatief onderscheidende invulling. ,,Wij bepleiten als stichting niet alleen behoud en bescherming, maar zijn er juist voor om op een dynamische manier de geschiedenis bij verdere ontwikkelingen in de toekomstplaatjes te betrekken. Een relatie te leggen met het landschap dat zo bepalende is geweest voor het ontstaan en de ontwikkeling van dit gebied ’’, aldus Rik de Visser.

Aan de hand van het Plan van Aanpak van de Stichting Oer-IJ, waarvan hij een van de auteurs is, gaf de landschapsarchitect voorbeelden van hoe je de geschiedenis tastbaar en beleefbaar kunt maken. Ook de noodzaak voor het zoeken naar waterberging vanwege de klimaatwijziging biedt nieuwe mogelijkheden om de zichtbaarheid van het gebied in beeld te brengen. Zo kan het krekenlandschap beter en samenhangend worden ontsloten en ook meer toegankelijk worden gemaakt voor de recreërende bewoners. ,,Het is niet zo makkelijk als het misschien lijkt, maar er liggen genoeg kansen en uitdagingen, waar wij graag over meedenken’’.

 

Eric Grootscholte van LAgroup, adviseur toeristische gebiedsontwikkeling

Het toerisme zal de komende decennia verdubbelen, voorspelde Eric Grootscholte. De vraag is in hoeverre het Oer-IJ gebied daar op de korte termijn iets van zal merken. Er ontstaat wel enige overloop, maar de meeste buitenlanders kiezen toch voor de bekende bezienswaardigheden. De druk op het gebied en de vraag naar recreatiemogelijkheden zal wel toenemen door de verwachte bevolkingsgroei. Daar liggen ook de kansen.

Volgens Eric Grootscholte is het belangrijk dat de regio gezamenlijk werkt aan een profilering van de kwaliteiten in het gebied. Zorgt voor een herkenbare identiteit, een eenduidig verhaal. ,,Bij mij bestaat de indruk dat de bestuurders en beleidsmakers te veel met hun rug naar het Oer-IJ landschap staan en zich te eenzijdig en te individueel richten op de eigen kust met de zee en het strand. De aanpak is nu te versnipperd. Niet regionaal samenhangend.’’

Bij zijn analyse van de potentiële bezoekers ziet hij vooral oudere mensen, met veel vrije tijd, met genoeg geld en met interesse in geschiedenis en natuur. ,,Dan moet je verhalen vertellen en die zichtbaar maken. Zorg voor points of interest. Dan krijg je ze in je gebied’’.

De door de Stichting Oer-IJ benoemde icoonprojecten als een Steentijdboerderij, de houtzaagmolen van Cornelis Corneliszoon van Uitgeest en het Huis van Hilde noemt Erik Grootscholte goede voorbeelden van storytelling waar de ‘zilveren generatie’ graag voor naar een gebied komt. ,,De verhaallijnen moeten aanspreken; authentiek en spannend zijn. Mensen moeten zich er mee kunnen identificeren. Ga daarom bij het uitwerken van een concept altijd uit van de eindgebruiker. Kijk goed naar zijn leefstijl, zijn interesses’’.

De vrijetijdswetenschapper pleit in het overbrengen van het verhaal ook nadrukkelijk voor een mix van communicatiemiddelen. Niet alleen virtueel met app’s en zo, maar ook tastbaar met iconische voorwerpen of tastbare zaken die het gebied een gezicht geven. Zorg voor een heldere zichtbare boodschap. Recreatie en educatie kunnen dan goed samen gaan. Ontspanning, waar je ook nog wijzer van wordt. Leuk te weten en om door te vertellen. Zo kun je een gebied goed verkopen.

 

Agenda voor het Oer-IJ

De werkconferentie werd afgesloten met een plenaire discussie over de besproken thema’s. Dat gebeurde onder leiding van Jef Mühren, directeur MOOI Holland, een onafhankelijke en niet-commerciële adviesorganisatie op gebied van landschap, stedenbouw, architectuur en cultuurhistorie in Noord-Holland. Hij werd bijgestaan voor een deskundigenpanel met Jan Dirk Hoekstra (provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit bij de provincie Noord-Holland),  Saskia Geraeds (hotel Huize Koningsbosch in Bakkum en Oer-IJ ambassadeur), Margriet Drijver (bestuurslid Geopark de Hondsrug in Drenthe) en Jos Teeuwisse (secretaris Stichting Oer-IJ).

Vanuit de discussie is een ‘Agenda voor het Oer-IJ’ geformuleerd met een aantal aandachtspunten en aanbevelingen die de deelnemers van de conferentie en de bestuursleden van de Stichting Oer-IJ mee naar huis nemen. De bijeenkomst krijgt een vervolg in een breder symposium waar ook vertegenwoordigers vanuit de politiek, het recreatieve bedrijfsleven en natuurorganisaties voor worden uitgenodigd.

 

Enkele besproken zaken verdienen nog een aparte vermelding.

Toeristisch Netwerk

Gerlof Kloosterman van de gemeente Heerhugowaard was aanwezig als vertegenwoordiger toeristennetwerk Alkmaar en omgeving, waarin 18 gemeenten samen optrekken. Er is ook regulier contact en afstemming met Metropool Regio Amsterdam. Hij nodigde staande de vergadering de Oer-IJ regio gemeenten uit ook mee te doen met dit netwerk. Wat met applaus werd begroet.

Het toeristennetwerk Alkmaar heeft een toeristische visie opgesteld waarin het Oer-IJ nadrukkelijk wordt genoemd. Het getijdenlandschap strekt zich namelijk uit tot in Laag Holland. Een van de aanbevelingen in het beleidsdocument is historische verhalen te verbinden met het toeristisch routenetwerk. Uit onderzoek blijkt dat 40 procent van de eigen inwoners de regionale geschiedenis van het landschap (nog) niet kent. Daar kun je wat mee.

 

Geen actiegroep

Vanuit de bestuurlijke hoek werd opgemerkt dat de Stichting Oer-IJ zich vooral moet blijven bezighouden met het benoemen van de kwaliteiten en kansen van het landelijk gebied. Wanneer ze zich teveel gaat profileren als organisatie die uitgesproken standpunten over beleid en besluiten gaat innemen, loopt de organisatie het risico gemeenten als partner te verliezen. De opmerking was vooral ingegeven door afwijzing van de locatiekeuze voor een opstelterrein van Sprinters in het krekenlandschap bij Uitgeest.

Voorzitter van de Stichting Oer-IJ Evert Vermeer reageerde op de uitspraak door nadrukkelijk te verklaren als organisatie geen actiegroep te willen zijn. Het gaat vooral om het benoemen, meedenken en uitdragen van zaken die het Oer-IJ gebied aangaan. Maar soms bij hele ingrijpende kwesties komt dat dicht bij een politieke uitspraak. Maar dan nog gaat het vooral om een analyse en het aandragen van alternatieven. ,,Uiteindelijk gaan we er niet dwars voorliggen.’’

 

Steun Geopark

Drenthe heeft met de Hondsrug het eerste en tot nu toe enige Geopark van Nederland. Bestuurslid Margriet Drijver vertelde dat die status op plek op de Werelderfgoed van Unesco het gebied een enorme impuls heeft gegeven. Niet alleen in de erkenning als een landschappelijk uniek gebied, maar ook in economisch opzicht voor het recreatieve bedrijfsleven.

In Drenthe is het Geopark een initiatief geweest van het provinciebestuur. Daar zijn ook de middelen beschikbaar gesteld om dit doel te kunnen bereiken. Bij het Oer-IJ gebied komt het idee bij een grote groep burgers vandaag. Ze feliciteerde de bestuurders met zoveel betrokkenheid. ,,Dit enthousiasme moet door het bestuur omarmt worden en verdient steun van de lokale overheid.’’

 

Arrangementen

Saskia Geraeds (van hotel Huize Koningsbosch) is ondernemer in het Oer-IJ gebied. Ze vertelde dat haar gasten zonder uitzondering zeer verrast en enthousiast reageren op Oer-IJ excursies die ze organiseert. ,,De mensen zeggen altijd; nooit geweten dat het hier zo mooi is. We willen het aantal rondleidingen gaan uitbreiden. Amsterdam ligt zo dichtbij, wij zien veel mogelijkheden’’.

 

Ruimtelijke kwaliteit

Jandirk Hoekstra, onafhankelijk adviseur ruimtelijke kwaliteit bij de provincie Noord-Holland en directeur van H+N+S Landschapsarchitecten, een bureau met een grote reputatie op het gebied van innovatieve plannen op het raakvlak van water, natuur, energie en verstedelijkingsvraagstukken, heeft zich eerder mild kritisch opgesteld als het ging over het Oer-IJ als bindend gebiedsconcept. Tijdens de conferentie moest hij bekennen dat het gegeven voor hem meer is gaan leven en aan betekenis heeft gewonnen.

 

De Agenda met aandachtspunten voor het Oer-IJ gebied. Het zijn stellingen op basis van de discussie geformuleerd. In willekeurige volgorde.

  • Vorm vinden voor structurele bovenlokale en bovenregionale afstemming en toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen in het Oer-IJ gebied;
  • Ook aandacht besteden aan Oer-IJ verhaal binnen de bestaande bebouwde omgeving, waar nog resten van het oude landschap zichtbaar zijn of zichtbaar gemaakt kunnen worden;
  • Niet alle aandacht laten uitgaan naar het groene gebied, ook de aansluiting met de verstedelijking en de samenhang van de bebouwing tussen Haarlem en Heerhugowaard in het overgangsgebied van kust naar achterland in de beschouwing meenemen.
  • Plannen voor Zaancorridor als concreet project benoemen voor onderzoek naar mogelijkheden van een aanpak waarbij het betrekken van landschapshistorie voor een kwalitatieve impuls zorgt en een toegevoegde waarde kan zijn;
  • Bij elke ruimtelijke ontwikkeling zouden gemeenten in het gebied de plannen moeten toetsen aan een aantal Oer-IJ criteria.
  • Er moet meer structuur komen in samenwerking tussen bewonersinitiatieven als dat van de Stichting Oer-IJ en overheden.
  • Bij de begrenzing van het Oer-IJ gebied niet te strikt kijken naar het getijdenlandschap, maar het meer zien als onderdeel van een groter gevarieerd landschap waar ook de duinen en het veenweidegebied toe behoren. Bezie dan ook meteen het aantal gemeenten in het nu beschreven werkgebied.

 

Ten slotte

PWN stelde de conferentieruimte in De Hoep beschikbaar. Sjakel van Wesemael, sectormanager Natuur & Recreatie bij het PWN, deed dat graag. ,,Al was het alleen maar vanwege het feit dat het bezoekerscentrum van het provinciaal bedrijf Water & Natuur midden in de monding van het Oer-IJ ligt,’’ sprak ze. Aan die bijzondere locatie zal binnenkort aandacht worden besteed in de permanente expositie van De Hoep.

De gemeente Castricum heeft de werkconferentie met een subsidie financieel mogelijk gemaakt. Wethouder Kees Rood sprak in een afsluitend woord beeldend over zijn jeugd, die hij midden in het Oer-IJ gebied doorbracht. De gemeente noemt in een nieuwe structuurvisie recreatie & toerisme het Oer-IJ van onschatbare waarde. In een ‘ontwikkelagenda’ voor de komende 4 jaar wordt bepleit het verhaal van het landschap meer zichtbaar en beleefbaar te maken. De gemeente ziet het gebied als een potentiële drager van het dagtoerisme. Of zoals de wethouders het zei: een prachtig landschap van linten, parels en verborgen schatten.

Op vrijdag 09 december is in het bezoekerscentrum De Hoep te Castricum door de Stichting Oer-IJ een werkconferentie gehouden voor bestuurders en beleidsambtenaren uit de regio. Aanwezig waren vertegenwoordigers van de provincie, acht gemeenten en diverse aan de overheid gelieerde organisaties.Onderwerp was met elkaar na te gaan in welke zin het ‘vergeten’ Oer-IJ landschap een verbindend gebiedsconcept kan zijn bij het ontwikkelen van een integraal beleid voor duurzaam toerisme & recreatie. Hiernaast is het verslag van die dag te lezen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Eric Grootscholte van LAgroup sprak als adviseur toeristische gebiedsontwikkeling. Wie hier klikt kan de beelden die hij gebruikte bij zijn presentatie terugzien.

 

 

 

 

 

 

Landschapsarchitect Rik de Visser, directeur van Bureau Vista en adviseur van de Stichting Oer-IJ hield zijn gehoor voor dat bij de ruimtelijke ordening te weinig rekening wordt gehouden met de kwaliteiten van het Oer-IJ gebied. Hij ondersteunde zijn verhaal met een presentatie. Klik hier om die te kunnen zien.

 

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

Werkgroep Oer-IJ Atlas

atlassenHet uitgeven van een ‘Atlas van het Oer-IJ’ als een leesbaar en rijk geïllustreerd boek moet tastbaar maken waar het om gaat als we spreken over een geologisch, archeologisch, landschappelijk en historisch bijzonder gebied. In zo’n uitgave zullen de thema’s en verhaallijnen uit het Plan van Aanpak leidend zijn.

De werkgroep Atlas heeft zich onder voorzitterschap van Piet Veel gebogen over de inhoud van een boek dat alle facetten van het Oer-IJ gebied moet belichten. Er is eerst een plan van aanpak gemaakt en daarna een inventarisatie voor de inhoud opgesteld. Dat laatste stuk wordt de basis voor de samenstelling van de uitgave. Een redactiecommissie houdt zich nu verder bezighouden met de praktische realisering van een Oer-IJ Atlas. Bert Buizer voert de eindredactie.

De Atlas verschijnt 22 november. Klik hier voor actuele informatie.

 

Werkgroep R.O.

metropoolregio2040-nederlands-plat-750

De Stichting Oer-IJ wil ook een proactieve rol spelen in de discussie over belangrijk vraagstukken waar het gaat om de ruimtelijke ordening in het landelijk gebied. De Werkgroep Ruimtelijke Ordening volgt alle ontwikkelingen op dit terrein en adviseert het bestuur over te nemen stappen.

De Stichting Oer-IJ is van mening dat de kwaliteit en kwetsbaarheid van het Oer-IJ gebied te weinig wordt betrokken bij de ruimtelijke ordening. Zowel provinciaal, als lokaal. In ons Plan van Aanpak worden concrete suggesties gedaan om daar structureel verandering in te brengen.

De Stichting wil zich nadrukkelijk niet profileren als een actiegroep, maar handvatten aanreiken om beschikbare kennis en feiten een grotere rol te laten spelen bij beleidsformulering  en plannenmakerij. De Werkgroep Ruimtelijk Ordening zal daar een aanzet toe geven en structuur in aanbrengen.

Er zijn genoeg actuele aanknopingspunten om zinvol inhoud te geven aan dit voornemen. De provincie Noord-Holland werkt aan een nieuwe Structuurvisie, Metropoolregio Amsterdam zoekt naar mogelijkheden om buiten de stad iets te kunnen doen om het centrum te ontlasten, de gemeenten krijgen een grote rol bij de invulling en uitvoering van ruimtelijke ordening.

Actueel zijn verschillende infrastructurele projecten, zoals de aansluiting van de snelwegen A8-A9, het opstelterrein voor Sprinters van ProRail bij Uitgeest, de discussie over recreatieve bestemmingen van het binnenduinrandgebied (Landal), de afslag van de A9 bij Heiloo.

Status: De werkgroep zit in de opstartfase. Voorzitter is Greet Blokker. Er is nog ruimte voor mensen die zich aangesproken voelen door het thema en graag willen meepraten.

Klik hier om terug te gaan naar het overzicht.

Lezingenprogramma

De lezingen van de Oer-IJ Academie scoren hoog en worden goed bezocht.

 

Wie ze gemist heeft, krijgt nog een kans. Stichting Oer-IJ organiseert in samenwerking Bibliotheek IJmond Noord en Huis van Geschiedenis Midden Kennemerland de serie Oer-IJ lezingen zoals die eerder in het Huis van Hilde gegeven zijn. Tijdens deze avonden komen verschillende deskundigen meer vertellen over de boeiende geschiedenis van het Oer-IJ gebied.

 

3e jaargang lezingen na de zomer 2017

Jan Hormann en Hans van Weenen zijn al weer druk bezig met het contact leggen met kandidaten die in het najaar voor de lezingencyclus 2017 van de Oer-IJ Academie zullen aantreden. De sprekers, onderwerpen en data zullen tijdig via de regionale media en deze site worden bekend gemaakt.

 

Nieuwe Oer-IJ lezingen, bestel nu al kaarten !

Arjen Bosman01b 8 okt 2010

Arjan Bosman

Het programma voor de lezingencyclus voor het najaar van 2016 rond. Het gaat om de volgende sprekers en data. Op 6 oktober spreekt Arjen Bosman over de Romeinse vestinghavens bij Velsen, op 27 oktober Pauline van Vliet over de ontstaansgeschiedenis van het Noordzeekanaal en de betekenis daarvan voor landschap en mensen, op 17 november Frits David Zeiler over oude duinen, strandwallen en geesten en op 8 december Jan de Koning over het Oer-IJ gebied van 2000 voor tot 1000 na Christus. Via de site in het mogelijk kaarten te bestellen voor een of meer van de lezingen. Klik hier voor meer informatie over de sprekers en hun lezingen.

 

Lezing Frits David Zeiler

Frits David Zeiler

Frits David Zeiler

Titel: Duinen, geesten, beken… namen

De historische geografie van Kennemerland aan de hand van toponiemen

Korte inhoud:

In een dynamische omgeving probeert de mens zich te oriënteren. Hij zoekt punten van herkenning: een bos op een schoorwal, een sijpelend watertje, het kapelletje dat door de gelovige Hemezo is gebouwd. Zo ontstaan namen: Schoorl, de Cie of Scie, Heemskerk. Als die in documenten worden vastgelegd, beklijven ze en kunnen ze na vele honderden jaren iets vertellen over de geschiedenis van de plek in een verder steeds veranderend landschap.

De toponymie of plaatsnaamkunde is in Nederland groot geworden dankzij geleerden als Maurits Gijsseling, D.P. Blok en Rob Rentenaar. Hun onderzoek is steeds sterk verbonden geweest met de geschiedenis van de oudste nederzettingen, van de ontginningen vanuit die nederzettingen en van de veranderingen in het landschap door weer, wind en water.

In Kennemerland kunnen we proberen aan de hand van de naamgeving de verschillende lagen van de bewoningsgeschiedenis af te pellen, zoals ook geologen, archeologen en historisch geografen dat doen. De oudste namen gaan terug op de vroege middeleeuwen (700-900), maar daar worden er in de loop van de eeuwen nog vele aan toegevoegd. Niet alleen dorpen en grotere wateren worden benoemd; ook stukken land worden onderscheiden door een specifieke naam (veldnamen). Dat geldt voor bouw- en weiland, maar ook voor bijvoorbeeld het duingebied.

Een inventarisatie van duintoponiemen heeft een aantal verrassende gegevens opgeleverd over het proces van (jonge) duinvorming, waarover de historische bronnen verder nogal schaars zijn. Deze grote verstuiving speelde zich vooral af in de late middeleeuwen (1200-1600). Wat zijn de consequenties geweest voor de bewoonbaarheid van Kennemerland, dat van de andere zijde werd bedreigd door het oprukkende water van de binnenmeren en de Zuiderzee?

Beknopte C.V.

Frits David Zeiler (Bergen NH, 1949) is historicus. Hij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam (mediëvistiek, archeologie en archivistiek) en was daarna onder meer werkzaam als onderzoeker, consulent, tentoonstellingsmaker, schrijver, docent en reisleider.

Hij heeft gepubliceerd over Salland en Noordwest-Overijssel, het Gooi, het Groene Hart van Holland, de Zaanstreek en Kennemerland.

In een tweetal studies in opdracht van het PWN heeft hij een inventarisatie gemaakt van alle duintoponiemen tussen Camperduin en Vogelenzang. Recentelijk was hij betrokken bij projecten over de dorpsgeesten en de historische dijken in Kennemerland.

Klik hier om naar de algemene informatiepagina te gaan.

Vragen en antwoorden gesteld en beantwoord tijdens de lezing van Frits David Zeiler op 17 november.

Vraag: Lia Vriend: Hoe ging het met de naamgeving van de oeverwallen van het Oer-IJ?
Antwoord: De geesten waren de eerste bewoonde kernen. Plaatsen zoals de Oosterbuurt en Assum waren geesten: zanderige formaties langs de kust. Soms waren dat oeverwallen van het Oer-IJ. We onderscheiden ook ontginningsgeesten, die van latere datum zijn.

Vraag Hans van Weenen: Lopen de geesten alleen hier van oost naar west?
Antwoord: Dat komt ook op andere plaatsen voor en is niet uniek voor deze streek.

Vraag Jos Liefting: Hoe zit het met Arum?
Antwoord: Arum was een buurtschap in Noord-Bakkum bij de Zanddijk, waar vroegmiddeleeuwse bewoningssporen zijn gevonden bij de geest van Arum.

Vraag Lia Vriend: Wat kun je vertellen over de naam Egmond?
Antwoord: Egmond-Binnen heette oorspronkelijk Hallum. De naam Egmond kwam pas later in zwang. Er liep een noordelijke aftakking van het Oer-IJ langs. Die was waarschijnlijk bevaarbaar en stond in verbinding met de Rekere.

Vraag Kees Helderman: Hoe is de naam Oudendijk ontstaan?
Antwoord: De vroegste bedijkingen werden aangelegd om het water te stuiten. De Oudendijk in Heemskerk en de Zanddijk in Castricum zijn hier voorbeelden van. Vanwege het plaatselijke reliëf werden zij als dwarsdijken aangelegd. De afstroom uit de duinen werd zo naar het binnenland geleid. Polderdijken werden pas veel later aangelegd.

Jan Hormann 29NOV16

Klik hier om naar de algemene informatiepagina te gaan.

 

 

Lezing Arjen Bosman

ArjenBosman01b 8 okt 2010

Arjen Bosman

Op 6 oktober beet Arjen Bosman het spits af bij de nieuwe serie lezingen voor de Oer-IJ Academie in het Huis van Hilde. De titel van zijn verhaal was ‘Rome aan de Noordzee, Burgers en barbaren te Velsen’. Hieronder een samenvatting. Het publiek kreeg de gelegenheid om vragen te stellen. Rechts op deze pagina  een opsomming daarvan.

Samenvatting lezing

2000 jaar geleden waren het roerige tijden in Nederland. De zuidelijke Nederlanden waren nog maar enkele tientallen jaren geleden veroverd door de Romeinen toen ze in 15 na Chr. een legermacht mobiliseerden om verder naar het noorden op te rukken. In Velsen (Noord-Holland) werd aan de kust een uniek fort met haven aangelegd.

Honderden Romeinse soldaten en mariniers waren hier gelegerd. Al snel kwamen echter de Friezen in opstand tegen de Romeinen. Hoewel de historische bronnen hiervan schaars zijn, kunnen we de veldslag die geleverd werd volgen aan de hand van archeologische bodemvondsten. Meer dan 500 loden slingerkogels waren er nodig om de belagers bij het fort weg te houden, maar het was uiteindelijk tevergeefs. De Romeinen trokken zich terug maar lieten een onbewoonbare, vergiftigde plaats achter. Het leverde het archeologisch oudst bekende slagveld in Nederland op!

Nog geen tien jaar later volgde een tweede poging. Opnieuw waren de Romeinen met een grootscheepse oorlogscampagne naar het noorden van Nederland en Duitsland begonnen. Natuurlijk moest er weer een basis bij Velsen komen. Dit keer kozen ze een nieuwe plek voor hun fort, 600 meter ten westen van het eerdere fort. Na een aantal jaren besloot Keizer Claudius echter dat het genoeg was en werd het fort verlaten. De Rijn zou de noordgrens van het Rijk blijven.

kaft boek arjan bosmanOp donderdag 31 maart presenteerde Arjen Bosman in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden zijn nieuwste boek Rome aan de Noordzee: burgers en barbaren te Velsen. Dit nieuwe boek vertelt het verhaal van de Romeinen in Velsen. Wat deden ze hier? Wat hebben ze gebouwd en in de bodem achtergelaten? Hoe leefden de militairen in hun forten en de Friezen in hun boerderijen? Van sommigen leren we namen kennen en van anderen, zoals Apronius en Malorix, zelfs hun daden. Dat dan wel vanuit de schaarse en gekleurde geschreven bronnen van 2000 jaar geleden.

Waarom trekken de Romeinen zich terug achter de Rijn? De rivier die daarna eeuwen lang de noordgrens van het Romeinse Rijk wordt. Hoe ging het verder met de Friezen en hun enorm belangrijke heilige plaats in de Velserbroek waar fantastische objecten geofferd zijn? Kortom: Velsen had een bijzondere positie in de Romeinse tijd, en is daardoor één van de culturele pareltjes in de geschiedenis van het Nederlandse kustgebied.

Waarom er bij Velsen tot tweemaal toe een fort is aangelegd, valt dus onder de grootse en meeslepende plannen die in Rome werden bedacht. Heeft u enig idee wat de uitstraling en betekenis was voor de regio, nu de provincie Noord-Holland? In de lezing aandacht voor de actuele stand van zaken en een samenvatting van het onderzoek in de afgelopen decennia. Voor het eerst wordt na meer dan 50 jaar onderzoek een uniek en compleet overzicht gepresenteerd, waarbij de ontwikkelingen in de vroege 1e eeuw na.Chr. uitgebreid aan bod komen.

Beknopte C.V.

Arjen Bosman (1963) groeide letterlijk op met de Romeinen in Velsen. Zijn beide ouders waren amateurarcheoloog in deze plaats. Arjen is een stap verder gegaan door archeologie te studeren en te promoveren op het vondstmateriaal van Velsen 1 (1997). Later onderzocht hij ook het fort Velsen 2. Tot op heden waren Arjens publicaties alleen voor vakgenoten beschikbaar. Met zijn publieksboek komt een persoonlijke wens van Arjen uit. Tegenwoordig runt Arjen een eigen bedrijf: Military Legacy, waarin archeologie en krijgshistorie samengaan.

Het boek Rome aan de Noordzee: burgers en barbaren te Velsen, is voor € 24,95 (excl. verzendkosten) te bestellen via de website van uitgeverij Sidestone Press uit Leiden. Het is zeer rijk geïllustreerd met veel nooit eerder gepubliceerd beeldmateriaal. Het is ook te koop in de winkel van het Huis van Hilde.

Klik hier om terug te keren naar overzicht lezingenprogramma

Vragen en antwoorden uit de zaal na de lezing van  Arjen Bosman

Vraag Femke Ouwehand: Hoe weten we dat de opgraving in Velserbroek een heilige plaats was?

Antwoord Arjen Bosman: Doordat er zeer bijzondere vondsten zijn gedaan en er geen nederzetting werd gevonden. Waarschijnlijk vonden hier al in de late IJzertijd rituele gebeurtenissen plaats en de laatst gedateerde mantelspeld komt uit de 4e eeuw na Christus. Het waren offerandes die vaak in het water werden geworpen.

Aanvulling Hans van Weenen: de Friezen hielden via het water contact met hun voorouders en er werden veel munten gevonden in de buurt van heiligdommen. Vergelijk het maar met het moderne ritueel om muntjes in fonteinen en wensputten te gooien.

Vraag Lia Vriend: Is het stom toeval dat de Velser- en de Wijkertunnel precies op de plek van de Romeinse forten zijn gebouwd of heeft het te maken met de ondergrond?

Antwoord Arjen Bosman: Het is stom toeval. Voor de bouw van de Wijkertunnel is het oudste Romeinse fort V1 volledig opgegraven en naar het tweede fort V2 is onderzoek gedaan, waarna de plaats tot beschermd gebied werd verklaard.

Vraag Jacques Jumelet: Waarom liggen de forten daar en waarom waren ze zo groot?

Antwoord Arjen Bosman: Voortschrijdend inzicht speelt een belangrijke rol. We kunnen nu bijvoorbeeld een betrouwbare gezichtsreconstructie maken van het skelet dat in een waterput werd gevonden. Via isotopenonderzoek weten we definitief dat de man van Mediterrane afkomst is. Over 20 jaar kunnen de meningen hierover weer danig verschillen van de huidige.

Vraag Henk Sauer: Zijn er in Velsen Romeinse wegen gevonden?

Antwoord Arjen Bosman: We hebben wel sporen gevonden van de poorten van fort V1 en daar zal ongetwijfeld een weg hebben gelegen naar Fort V2 in westelijke richting. Verder hebben verder naar het zuiden op de strandwal wel wegen gelegen.

Aanvulling Wim Bosman: Er zijn karrensporen gevonden vanaf de late IJzertijd tot en met de Romeinse tijd. Er is Romeins glaswerk gevonden in een inheemse boerderij en er hebben dus betrekkingen bestaan tussen de Romeinen en de oorspronkelijke bewoners.

Aanvulling Hans van Weenen: In Velsen is een houtweg gevonden uit de vroege Middeleeuwen. Die zou een relatie gehad kunnen hebben met de wegen naar de Romeinse forten.

Aanvulling Wim Bosman: het Oer-IJ veranderde hier in het Wijkermeer en er vond soms tot 2 meter afslag plaats, waardoor zeer veel sporen van wegen verloren zijn gegaan.

Vraag Femke Ouwehand: Is er in het landschap nog iets van de forten te zien?

Antwoord Wim Bosman: Je kunt wel op de vindplaats rondlopen, maar er is – behalve een informatiebord – niets meer te zien.

Vraag Léon Klein Schiphorst: Door wie werden de tijdens de lezing getoonde Romeinse sieraden gedragen? Waren de vrouwen uit Rome meegekomen? Was er sprake van gezinsleven?

Antwoord Arjan Bosman: In Velserbroek en bij de forten zijn aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van vrouwen en kinderen. Men ontdekte een potje met roze make-up. In V2 vond men een grote mantelspeld – een typische vrouwelijke dracht uit het Alpengebied. Ook schoenen behoorden tot de vondsten en zolen in allerlei maten van groot naar klein. De man wiens skelet in de waterput werd gevonden, was 1.90 meter lang en had schoenmaat 39.

Vraag Raymond Zijp: Waren er huwelijken tussen de Romeinen en inheemse vrouwen?

Antwoord Arjen Bosman: Dat was zeker het geval en waarschijnlijk waren er zelfs Chaukische vrouwen die tot echtgenote werden genomen.

Vraag Hans van Weenen: In Woerden werd een replica van een Romeins schip getoond tijdens een festiviteit. Zou dat hier ook mogelijk zijn?

Antwoord Arjen Bosman: We hebben voorgesteld om zo’n schip tijdens Sail 2015 te laten meevaren, maar dat is helaas niet doorgegaan.

Fons Bleijendaal stelde aanvullend nog een paar schriftelijke vragen. Ze zijn voorgelegd aan Arjen Bosman en die heeft daar onmiddellijk antwoord op heeft gegeven:

Vraag: Is Velsen-1 op dezelfde plek gelegen als waar nu Velsen-Zuid ligt?

Antwoord: Nee, Velsen 1 ligt aan de zuidoever van het Noordzeekanaal. Het westelijke deel van het fort en de haven worden tegenwoordig doorsneden door de zuidelijke toerit van de Wijkertunnel. Officieel heet dit stuk land de Noord Spaarndammerpolder, voor wat daarvan over is. Velsen 2 ligt 600 m naar het westen en ligt direct ten oosten van de Velsertunnel. Dat mag je overigens wel Velsen Zuid noemen.

Vraag: Toen het Noordzeekanaal in 1875 gegraven was en men Velsen in twee stukken gesneden had (Velsen-Zuid/Velsen-Noord) is er tijdens dat graafwerk nog aandacht besteed aan de archeologie?

Antwoord: Bij het graven van het Noordzeekanaal is geen specifieke aandacht aan archeologie besteed. Wel zijn er tijdens het graven enkele (toevals)vondsten gedaan. Daarbij is in ieder geval een laat-Romeinse/vroeg middeleeuwse muntschat van 17 gouden munten ter hoogte van de Kleine Sluis gevonden. Verder zijn bij de aanleg van de Noordersluis een bronzen halsring en enkele barnstenen kralen gevonden. De datering is onduidelijk, want het zou zowel IJzertijd als vroeg middeleeuws kunnen zijn. Tegenwoordig is het anders. De aanpassingen aan het IJmuider-sluizencomplex worden nu wel archeologisch begeleid, waarbij aandacht is voor de vroege prehistorie tot en met de documentatie van Duitse bunkers.

Vraag: Toen daarna het Noordzeekanaal (enkele malen?) verbreed moest worden is er tijdens dát graafwerk nog aandacht besteed aan de archeologie?

Antwoord: Ja, met name de verbreding aan de zuidkant waarbij een deel van het dorp Oud Velsen verdween, is archeologisch gevolgd door de AWN werkgroep Velsen. Iets ten westen van Oud Velsen is een opgraving geweest naar een Bronstijd nederzetting.

Klik hier om terug te keren naar overzicht lezingenprogramma

 

 

Lezing Pauline van Vliet

Pauline van Vliet

Pauline van Vliet

 

Titel ‘Graven naar het verleden van het Noordzeekanaal’

Korte inhoud:

Waar ooit chique buitenplaatsen stonden aan de boorden van het Wijkermeer tegen de achtergrond van een schilderachtig duinlandschap, domineert nu zware industrie het landschap van Velsen en Beverwijk.

De aanleg van het kanaal begon op 8 maart 1865. Gemiddeld 2000 arbeiders waren bij het elf jaar durende project betrokken. Door talloze tegenslagen duurde het werk langer dan gepland. De Engelse ingenieurs die voor de klus waren aangetrokken waren onvoldoende bekend met de zanderige bodem. Ze kregen te maken met verzanding. Op de pier stortte een kraan in zee en nog veel meer ging mis.

Maar uiteindelijk was het kanaal gereed en kreeg de koning de eer er voor het eerst doorheen te varen. Dat was op 1 november 1876. Het was vies weer en koud.. In Amsterdam was een groots banket in het Paleis voor Volksvlijt. Want: het kanaal was voor Amsterdam aangelegd. Die stad leidde in de negentiende eeuw een kwijnend bestaan. De zeehaven was via Pampus slecht bereikbaar. Rotterdam, Antwerpen en Hamburg waren Amsterdam ver gepasseerd.

Het kanaal betekende een impuls voor Amsterdam. Nadien is het Rijksmuseum gebouwd, het Concertgebouw en het Centraal Station. Amsterdam veerde op en kon uitgroeien tot de bruisende stad die het nu is. De Amsterdamse haven werd weer belangrijk, al kon het nooit echt concurreren met Rotterdam. De sluizen blijven een vertragend gedoe en door de tunnels kunnen echt diepliggende schepen de haven niet in.’’

Niet meer dan een smalle waterloop was het kanaal toen het net gereed was, waar je een steen overheen kon gooien, in een voor het overige vrijwel verlaten landschap. Sindsdien is er veel veranderd. Neem het ontstaan van IJmuiden. Dat zou er zonder het kanaal nooit zijn gekomen. De vissers ontdekten per toeval dat ze tussen de pieren uitstekend konden schuilen. Uit allerlei vissersplaatsen kwamen er vissers deze kant op. Hun schepen lagen in de weg, daarom is toen besloten een vissershaven aan te leggen. Zo is IJmuiden ontstaan, tegen de verdrukking in. Want niemand zag het zitten. Ze hadden in Velsen al dat ruige volk erbij gekregen dat het kanaal had aangelegd en toen kwam er ook nog ruig vissersvolk bij.

Deze en andere gevolgen van het graven van het Noordzeekanaal voor de omgeving zullen in de lezing aan de orde komen. Uiteraard zal ook aandacht besteed worden aan het wel en wee rond het tot stand komen van het kanaal.

Beknopte CV

Historica (UvA 1991)
Docent geschiedenis

Filmmaakster van lokale geschiedenisprojecten, momenteel bezig met een film over de geschiedenis van het Noordzeekanaalgebied. Drie jaar geleden de film ‘Soldaat onder het zand’  gemaakt over de vergeten oorlog uit 1799.

Specifieke interesse voor oral history. Verhalen uit het verleden, opgetekend uit de mond van mensen die het zelf hebben meegemaakt.

Vragen en antwoorden lezing Pauline van Vliet op 27 september

Vraag Stella Dijkstra: Hoe lang duurde het voordat IJmuiden een zelfstandige gemeente werd?
Antwoord: In 1890 had Velsen 1000 inwoners en IJmuiden 8000. In 1886 kwam er weliswaar een weg en politie, maar ook nu nog is IJmuiden niet zelfstandig: het maakt deel uit van de gemeente Velsen.

Vraag; Moesten de vissersboten liggeld betalen?
Antwoord: Nee, dat was in het begin gratis.

Vraag Onno Vendel: De Velsertunnel werd in 1957 te ondiep aangelegd. Wat voor gevolgen heeft dat nu de sluizen vergroot worden?
Antwoord: De ligging van de tunnel belemmert de scheepvaart naar Amsterdam enigszins, maar de sluis is verouderd en moet verbouwd worden.

Hans van Weenen
De Nederlandse ingenieurs hebben toch gelijk gekregen. Amsterdam is nog steeds de vierde haven van Europa en er werken 60000 mensen in het havengebied van de hoofdstad tot IJmuiden. Amsterdam is altijd nog wat arrogant en beschouwt dat hele gebied – inclusief Rauw aan Zee – als een deel van het hoofdstedelijk havengebied.

Aanvulling door René Steenkamp
De Duitsers brachten in de Tweede Wereldoorlog een aantal schepen tot zinken in de monding van het Noordzeekanaal, zodat de toegang werd versperd.Momenteel worden de vracht van veel schepen overgezet op lichters omdat de doorvaart naar Amsterdam te duur wordt. Als je alles doorberekent is het aantal mensen per ton in vergelijking met andere havens zeer hoog.

Vraag Pauline van Vliet
Wat gaat er met de haven van Amsterdam gebeuren als nieuwe, duurzame energiebronnen steeds  populairder worden?

Antwoord René Steenkamp
Amsterdam is een van de grootste benzinehavens van de wereld voor zowel invoer als doorvoer en uitvoer. Een opslagbedrijf als Vopak heeft al plannen klaarliggen voor de nieuwe energiebronnen. Die kunnen daar gemakkelijk op overschakelen. Als de sluis niet vernieuwd zou worden, kun je Amsterdam gewoon sluiten. Voor cruiseschepen zal de nieuwe sluis geen problemen opleveren, ook al worden ze steeds groter.

Pauline van Vliet
Weinig Amsterdammers weten hoe slecht het ging met de stad in de 19e eeuw. Er heerste veel armoede. Dat de affiniteit met het havenbedrijf nog steeds klein is, blijkt uit de bouwplannen voor fietsbruggen over het IJ.

Pauline van Vliet
De kanaalgravers en hun nazaten waren niet gemakkelijk te traceren omdat velen niet geregistreerd waren in het IJmondgebied. Ze kwamen van heinde en ver uit alle windstreken.

Vraag Henk Zomer:
Blijft de ferryterminal naar Newcastle wel bestaan?
Antwoord: Voor zover nu bekend wel, alhoewel Amsterdam die ook graag zou overnemen.

Vraag: Het kanaal ligt veel hoger dan het omliggende gebied. Hoe kan dat?
Antwoord: Het land eromheen klinkt in en de dijken zijn verhoogd.

Vraag: Wat is de betekenis van Breesaap?

Bron: Wikipedia.

‘Breesaap was een buurtschap midden in de duinen in de gemeente Velsen in Holland op zijn Smalst. Breesaap was tot ca. 1830 een zelfstandige gemeente. Voor de invoering van de Bataafse Republiek, in 1795, was Breesaap een Heerlijkheid. Als gevolg van de aanleg van het Noordzeekanaal en de komst van de Hoogovens is Breesaap van de kaart verdwenen. De naam is te herleiden tot de samenstelling bree: ‘brede’ en saap: ‘zompige, natte grond’.

 

 

Lezing Jan de Koning

Titel: Pieken en dalen in de bewoningsgeschiedenis van het Oer-IJ gebied van 2000 jaar voor tot 1500 na Christus.

foto jan de koning

Jan de Koning

Korte inhoud:

Grotendeels gebaseerd op eigen ervaring en onderzoek zal er een chronologisch overzicht gepresenteerd worden van de bewoning van het Oer-IJ gebied. Hierbij zal gezocht worden naar de meest informatieve onderzoeken uit iedere periode waarbij tegelijkertijd de bewonings- of kennishiaten naar voren zullen komen en uiteraard het bijbehorende landschap adhv de paleogeografische kaarten van Peter Vos.

Het wordt een chronologische reis met extreme pieken en dalen beginnend met de klokbekergrafheuvel uit Velserbroek tot de verspreid liggende boerderijen bij Limmen de Krocht, de eerste stolpen die we nog kunnen zien op de vroegste historische kaarten uit de 16e eeuw.

Klik hier voor kaarten en meer informatie.

Vragen en antwoorden na afloop van de lezing:

Vraag Shanna Dijkstra: Waar zou je willen graven?

Antwoord Jan de Koning: Cronenburg. Opgravingen vinden nu plaats bij commerciële activiteiten. Veel onderzoek is er sinds de jaren 90 gedaan. Daardoor is er veel nieuwe informatie.

Vraag Erik van Schagen: U had het over een wal en palissaden, gevonden bij de opgraving in de Oosterbuurt, wat was dat?

Antwoord Jan de Koning: Het ging om een omheining. Frans Diederik heeft daarover geschreven. De palissade dateerde uit het eind 3e, begin 4e eeuw.

-0-

Beknopte C.V:

1965 Geboren in Castricum
1989 protocolboek Uitgeest De Dog
1992 afgestudeerd aan het Albert Egges Instituut voor Pre- en Protohistorie aan de universiteit van Amsterdam, specialisatie middeleeuwen
1992 scriptie over het vroegmiddeleeuwse aardewerk van Uitgeest De Dog
1992 opgravingen in Alkmaar: Boekelermeer, Lindegracht (Gulden Vlies) en Langestraat
1993-1996 opgraving en publicatie Wijnaldum. Graven naar Friese koningen
1996-1997 opgraving Pandhof OLV kerk Maastricht
1997-2001 promotieonderzoek in het kader van het Frisia project
2001-nu werkzaam bij Hollandia archeologen.

Boeiende projecten:

2001 opgraving en publicatie Rosmalen, midden ijzertijd
2001-2002 onderzoek en publicatie met Rob van Eerden en Peter Vos PWN duinen bij Castricum
2003-2004 opgraving en publicatie met Menno Dijkstra en Silke Lange Limmen De Krocht 9e-16e eeuw
2004 opgraving en publicatie voor ADC 5e eeuwse nederzetting Alphen-Kerkakkers (NB)
2005 opgraving en publicatie Hollandia Uitgeest Waldijk late bronstijd-midden ijzertijd, Romeinse tijd en middeleeuwen
2005 opgraving en publicatie Heiloo Stationsplein 11e-15e eeuw
2006 en 2007 opgraving en publicatie Bloemendaal Groot Olmen 475-900, nederzettingen onder het duinzand
2006 opgraving en publicatie Horst-Meterik (L) nederzetting 675-1000 AD

 

 

 

Waarom een Geopark ?

SONY DSC

Geopark De Hondsrug in Drenthe

Nederland kent tot nu toe 1 officieel erkend UNESCO Global Geopark, dat is de Hondsrug in Drenthe. Een Geopark kun je niet worden, zegt secretaris van de Stichting Oer-IJ Jos Teeuwisse. Een Geopark dat ben je. Door unieke kenmerken kan een landschap gecombineerd met een duurzame gebiedsontwikkeling voor zo’n erkenning in aanmerking komen.

Het Oer-IJ gebied is in oorsprong een getijdenlandschap. Een grillige aftakking van de Rijn mondde bij Castricum uit in zee. Wind en water. Verstuivingen en overstromingen. De natuur zelf heeft het gebied vorm gegeven. Er ontstonden strandwallen en spontane plantengroei leidde tot veenvorming. Zo zie je dat nergens anders.

Mensen hebben het in de loop der eeuwen gemaakt tot wat het nu is. Van die ontstaansgeschiedenis is nog veel in het landschap terug te vinden. En dan parafraseert Jos Teeuwisse graag Johan Cruyff; je ziet het pas, als je het weet. Die kennis en kwaliteiten willen wij graag breed uitdragen.

Met een erkenning als Geopark beoogt de stichting meer waardering voor de historische waarde van het landschap te krijgen. Zowel in de ruimtelijke ordening bij inrichting van het landelijk gebied, als bij gebruik door bewoners en recreanten. Door de geschiedenis tastbaarder te maken, krijgt een gebied een andere belevingswaarde. Zo’n keurmerk als Geopark is dan een bevestiging voor het bijzondere en eigen karakter.

Een Geopark status is een nieuw label van UNESCO, naast het Wereld Erfgoed Programma en het Programma Man and Biosphere. De landen die het verdrag hiervoor ratificeerden, hebben met elkaar afgesproken dat zij zich zullen inzetten voor identificatie, bescherming, behoud, het toegankelijk maken en het overdragen aan komende generaties van cultureel erfgoed binnen hun landgrenzen.

Het getijdenlandschap hier -tussen kust en achterland- heeft een ontstaans- en bewoningsgeschiedenis die ook zo’n erkenning verdient. De Stichting Oer-IJ is inmiddels begonnen met een procedure om voor zo’n keurmerk in aanmerking te komen.

In Drenthe kwamen bottum-up initiatieven en een visie van de provincie t.a.v. aardkundig erfgoed en geoparken bijeen tot de ontwikkeling van Geopark de Hondsrug.Dit Geopark heeft bij verschillende informatiecentra in het gebied, waaronder het Hunebedcentrum in Borger een eigen expositie en informatiepunt, waar publiek wordt voorgelicht over de geologische geschiedenis en het landschappelijk erfgoed van de Hondsrug. Daarnaast zijn in het gebied informatiepanelen geplaatst met een netwerk aan wandel- en fietsroutes. Vooral de combinatie van het Hunebedcentrum, met een Oertijdpark, waar replica’s van prehistorische bebouwing staat, maakt het informatiepunt bijzonder interessant voor toeristen en dagjesmensen. Er worden thematische evenementen georganiseerd en ook het recreatieve bedrijfsleven profiteert daarvan. Dit laatste geldt ook voor andere bezoekerscentra in het geoparkgebied.

 

logo-geopark-de-hondsrug_web

 

Zie ook de website van het Geopark

Klik hier voor een sfeerimpressie van Geopark de Hondsrug

 

 

Hans van Weenen volgt Jan Kuiper op

hans-van-weenen

Hans van Weenen

Hans van Weenen uit Castricum is Jan Kuiper opgevolgd als bestuurslid van de Stichting Oer-IJ. Hij was al actief voor de stichting en houdt zich met name bezig met de organisatie van de lezingen voor de Oer-IJ Academie. Bij elke avond zorgt Hans van Weenen voor een persoonlijke introductie van de spreker. Doorgaans geïnspireerd door het onderwerp van de lezing. Hans van Weenen is gepensioneerd wetenschapper en tot voor kort duurzaamheidsmanager bij een internationale azijnproducent.  Zijn belangstelling gaat vooral uit naar de archeologie en in het bijzonder naar het 15e eeuwse Kasteel Croonenburch, waarvan de resten nog in de buurt van Castricum onder de grond moeten liggen.

 

Romeinse kunst bij Huis van Hilde

Romeinen

Vanaf 15 oktober zal in Huis van Hilde de tentoonstelling ‘Romeinse kust’ te zien zijn. Hoe zag het leven aan de Nederlandse kust er in de Romeinse tijd eigenlijk uit? Kom meer te weten over handel en scheepvaart, de militaire organisatie van de kustverdediging, religie en wonen bij zee. Bewandel de Romeinse kust van noord naar zuid en ontdek hoe de Romeinen en andere bewoners daar zo’n tweeduizend jaar geleden leefden en werkten. Lees verder

Oer-IJ arrangement in samenwerking met Huis van Hilde

Een wandel- of fietsexcursie in het Oer-IJ gebied kan ook worden uitgebreid en gecombineerd met een rondleiding in het museumgedeelte van het Archeologiecentrum Huis van Hilde in Castricum.

Het bezoek aan de expositie wordt dan toegespitst op de ontstaansgeschiedenis van  Kennemerland. Aansluitend is er een wandeling of fietstocht in het buitengebied. Tussendoor kunnen de deelnemers gebruik maken van een speciale Oer-IJ lunch in het museumrestaurant Hildes Heerlykhyd. Start 11.00 uur met koffie. Daarna een lunch met 1 opgemaakt broodje, 1 x fruit, 1 x sapje. In overleg kan de maaltijd worden uitgebreid.

De kosten van dit complete arrangement bedragen €27,50 per persoon. Hier hier voor alle informatie en het boekingsformulier.

 

 

Lezingenserie

Uitgelicht

1e lezing oer-ij academie 27-1-15 d

Alle lezingen waren drukbezocht.

 

 

 

 

 

 

 

De organisatie van lezingen over onderwerpen die een relatie hebben met het Oer-IJ mogen zich verheugen in een brede belangstelling. De eerste serie in Huis van Hilde is herhaald en een aantal sprekers hield ook een verhaal in de bibliotheek van Heemskerk. In het najaar van 2016 is de reeks voorgezet met nieuwe onderwerpen en nieuwe sprekers. Begin 2017 wordt een serie lezingen herhaald in het Huis van de Geschiedenis Midden-Kennemerland in Beverwijk.

Samenvattingen van de eerdere lezingen, aangevuld met bezoekersvragen en antwoorden van de sprekers, is hier op de site terug te lezen. Rechts op de pagina een index met een overzicht van de sprekers, een samenvatting van de avond en de vragen vanuit de zaal.