2000 jaar Oorlog & Vrede

Ongeveer tweeduizend jaar geleden veroverden de Romeinen ons land. De noordgrens van het Romeinse Rijk liep tot aan de grote rivieren. Van Nijmegen langs Utrecht tot aan Katwijk aan Zee. Het gebied boven de grote rivieren noemden de Romeinen Frisia. De Romein Plinius beschreef als eerste de Friezen. Hij vond het maar niks. Een volk dat leefde op terpen in een nat en moerassig gebied; het Oer-IJ. De Romeinen hadden niet zoveel interesse om het gebied te veroveren.

In 14 tot 16 na Christus bouwden de Romeinen een fort bij Velsen. Het kwam op de zuidoever van het Oer-IJ te staan. Het havenfort kreeg de naam Castellum Flevum. Het fort werd speciaal op deze strategische plek gebouwd, een kruising van landwegen over de strandwallen. Maar ook een plek waar de Romeinen via de rivier de Vecht naar het Oer-IJ konden varen. Bij de aanleg van de Wijkertunnel werden resten van het fort Castellum Flevum gevonden.Het fort, ongeveer 1 hectare groot, was een haven met versterkte pieren. Om het terrein stond een hek met houten wachttorens en een gracht. Op het terrein was er plaats voor 450 soldaten. De Friezen betaalden elk jaar een aantal runderhuiden aan de Romeinen, een soort belasting. Toen in 28 na Christus de Romeinen meer wilden hebben, kwamen de Friezen in opstand. De Friezen waren zo boos dat ze het meest noordelijke fort, havenfort Castellum Flevum aanvielen. Hierbij werd een groot aantal Romeinen gedood. Na deze aanval trokken de Romeinen zich in 47 na Christus definitief terug achter de oude Rijn.
Slag bij Castricum
In 1795 was de Nederlandse Republiek door de Fransen bezet. De naam veranderde in de Bataafse Republiek en werd bestuurd door de Fransen. Willem van Oranje, de stadhouder van Holland was al in 1789 naar Engeland gevlucht. De oorlog ging tussen de Fransen en Bataven aan de ene kant en de Engelsen en Russen aan de andere kant. Van deze oorlog worden nog regelmatig spullen gevonden in het duinzand tussen Bergen, Castricum en Wijk aan Zee. Zoals een achttiende-eeuwse uniformknoop of een musketkogel, soms ook stoffelijke resten.Op 26 augustus 1799 was er bij Callantsoog groot alarm. Er klonk zwaar kanonvuur en opeens waren er overal soldaten. Op het strand van Groote Keeten zette een Britse vloot duizenden soldaten aan land. De hertog van York was de opperbevelhebber van de Engelsen. Eerst wilde hij Den Helder innemen en de Bataafse Vloot verslaan. Daarna dwars door Noord-Holland naar Amsterdam trekken. De Engelsen kregen versterking van Russische soldaten en het leger groeide uit tot 30.000 mannen.De strijd tussen de Bataafs-Franse en Engels-Russische troepen ging heen en weer. Het Hollandse polderland was drassig en lastig om oorlog in te voeren. Omdat het gebied boven Amsterdam mogelijk onder water zou worden gezet, werd de strijd gevoerd in het duingebied. Er werd gevochten in Bergen en in Petten. De laatste beslissende veldslag vond plaats in de duinen bij Castricum. Hier won het Bataafs-Franse leger overtuigend. In deze oorlog vielen naar schatting 15.000 doden. In totaal waren er bij de strijd 65.000 soldaten betrokken.Kort na de Engels-Russische inval van 1799 is tussen Wijkerbroek bij Spaarndam en Wijk aan Zee de Linie van Beverwijk aangelegd. Batterijen die moesten voorkomen dat de vijandelijke legers het zuiden zouden kunnen bereiken. Er kwamen aarden posten bij Spaarndam, aan het Penningsveer en een onvoltooid fort aan het Spaarne. Veel van de linie is inmiddels verdwenen door uitbreiding van de Hoogovens en door woningbouw. In het gebied tussen Beverwijk en Heemskerkerduin staan nog zes schansen. Ook dichtbij Wijk aan Zee zijn nog resten aanwezig.
De Stelling van Amsterdam
Rondom de Nederlandse hoofdstad Amsterdam ligt De Stelling van Amsterdam, een bijzondere verdedigingsring van 46 forten en batterijen en een grote hoeveelheid aan dijken en sluizen. De Stelling is een historisch monument voor Nederland en staat sinds 1996 op de lijst van UNESCO Werelderfgoed. Een groot gedeelte van dit monument is opengesteld voor publiek. De Stelling -aangelegd tussen 1874 en 1914- is een 135 kilometers lange verdedigingslinie ter bescherming van de Nederlandse hoofdstad.
Een staaltje Hollands waterbouwkundig vernuft van onderwaterzettingen en een ingenieus logistiek systeem. Tijdens de twee wereldoorlogen werd de Stelling wel in staat van verdediging gebracht, maar hoefde nooit te worden ingezet. Met de komst van vliegtuigen verloor de Stelling zijn functie. Veel van de forten en batterijen hebben nu een andere bestemming gekregen. Een belangrijk deel van de Stelling loopt door het Oer-IJ-gebied.Het kustfort IJmuiden nam een bijzondere plaats in. Het verdedigde de toegang tot het Noordzeekanaal. Samen met fort Pampus behoort het tot de grootste en sterkste forten van Nederland. Eerst lag het op de noordoever van het kanaal, maar door de bouw van de Noordersluis kwam het op een eiland te liggen.

Tweede Wereldoorlog

In de Tweede Wereldoorlog kreeg het Fort bij IJmuiden een sleutelpositie bij de Duitsers. Onderdeel van de “Festung” was een bunker met een dak van twee meter dik beton. Daaronder was er ruimte voor de Seehunde, de kleine Duitse duikboten.

De Duitsers versterkten de hele kust met verdedigingswerken. Van Noorwegen tot aan de Spaanse grens werd de Atlantikwall gebouwd. Het was een linie over bijna 2700 kilometer die bestond uit bunkers, versperringen en mijnenvelden. Dit betekende voor de Hollandse kust dat er 2700 betonnen bunkers werden gebouwd. En maar liefst 15.000 kleinere militaire posten. Hiervoor werden zowel in Velsen als in IJmuiden huizen gesloopt. In IJmuiden ging het om 3500 woningen.

De Atlantikwall had ook een landfront. Brede grachten waar de tanks niet overheen konden. Deze waren beveiligd met mijnenvelden en prikkeldraadversperringen. Tussen Castricum en Bakkum-Noord bij de Kroft is nog een restant van de gracht te zien. Op sommige plekken was het niet mogelijk om een gracht te graven. Daar kwam een twee meter hoge muur. Van Wijk aan Zee liep de wal langs de Hoogoventerreinen en Santpoort terug naar de kust.